Integraal farmacotherapiebeleid in de huisartsenpraktijk

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Inleiding

Het NHG heeft eind 2006 een Standpunt uitgebracht, waarin het integrale farmacotherapiebeleid is beschreven. De huisarts(enpraktijk) speelt een centrale rol bij doelmatig en kwalitatief goed geneesmiddelenbeleid voor de patiënt. Het standaardenbeleid heeft ertoe geleid dat de Nederlandse huisarts in vergelijking met het buitenland relatief terughoudend geneesmiddelen voorschrijft. Toch zijn er nog verbeteringen mogelijk. Overdrachtsituaties in de zorg brengen risico’s mee voor de patiënt. Dat bleek onlangs bijvoorbeeld weer eens uit Nederlands onderzoek.2 2,4% van de gewone ziekenhuisopnames en 5,6% van de acute ziekenhuisopnames is gerelateerd aan verkeerd geneesmiddelengebruik. Ook op het punt van therapietrouw valt nog veel te winnen. Recent onderzoek van het NIVEL3 bevestigt het belang van een individuele benadering van de patiënt bij het voorschrijven van geneesmiddelen. Therapietrouw begint in de spreekkamer!

Het Standpunt Farmacotherapiebeleid beschrijft de uitgangspunten voor het farmacotherapiebeleid in de huisartsenzorg. Het Standpunt is bedoeld als handreiking voor de innovatie in de praktijk en geeft aanbevelingen om optimaal mogelijk te werken aan een samenhangend farmacotherapiebeleid in de praktijk.

Eindverantwoordelijkheid bij de huisarts

De eindverantwoordelijkheid voor de medicamenteuze behandeling van de patiënt ligt bij de huisarts. Dit betekent niet dat de assistente en praktijkondersteuner hierbij geen rol spelen, maar wel dat de huisarts verantwoordelijk is voor de receptuur die door hen wordt verstrekt. Afspraken over autorisatie en overleg zijn dus nodig. Een ander uitgangspunt van het Standpunt is dat optimale farmacotherapie mede afhankelijk is van het juiste gebruik van geneesmiddelen. In dat verband zijn naast goede contacten met de patiënt en samenwerkingsafspraken met de apotheek van groot belang.

Voor het kwalitatief goed en doelmatig gebruik van geneesmiddelen is het cruciaal dat er bij het voorschrijven wordt uitgegaan van wetenschappelijke landelijke richtlijnen en andere onafhankelijke informatiebronnen. Het is daarbij van belang de mogelijkheden van het HIS voor medicatiebewaking goed te gebruiken. Een belangrijke taak van de huisarts bij het voorschrijven is de aandacht voor mogelijke gevolgen van polyfarmacie. Het gebruik van meerdere geneesmiddelen levert dikwijls vragen op bij de patiënt. Denk daarbij aan ouderen, migranten en mensen met een verstandelijke handicap. De assistente en praktijkondersteuner weten deze patiënten vaak makkelijk te herkennen en kunnen de patiënt behulpzaam zijn en een signalerende functie hebben voor de huisarts.

Volledig medicatieoverzicht als basis

Optimale farmacotherapie vereist een volledig en actueel medicatieoverzicht van de patiënt. Een (geautomatiseerde) uitwisseling van medicatiegegevens tussen de apotheek en de huisartsenpraktijk kan hier voor een groot deel in voorzien. De patiënt schaft echter op eigen initiatief ook geneesmiddelen aan. En medicijnen worden door de specialist voorgeschreven tijdens een verblijf in het ziekenhuis of een bezoek aan een polikliniek. Idealiter staat dat allemaal in het medicatieoverzicht. In de praktijk is dat momenteel moeilijk te realiseren. Dat betekent dat de assistente alert moet zijn op veranderingen in de voorgeschreven medicatie, bijvoorbeeld als een ontslagbericht binnenkomt of als de patiënt om een herhaling vraagt van een geneesmiddel dat nog niet in het HIS staat vermeld. Zij is het eerste aanspreekpunt voor de patiënt en kan een goede intermediair zijn om een volledig medicatieoverzicht te krijgen.

Door de laagdrempelige aanspreekbaarheid van de assistente en praktijkondersteuner kunnen zij ook opmerken dat geneesmiddelen bijwerkingen hebben of niet goed door de patiënt worden verdragen. Het verdient aanbeveling om nog onbekende bijwerkingen centraal te melden (www.lareb.nl). De voorbereiding en afhandeling van deze melding kan voor een deel door het ondersteunende personeel worden gedaan.

Continuïteit van zorg bij het voorschrijven

Vanuit het oogpunt van kwaliteit van zorg en het patiëntenperspectief is een herkenbare continuïteit in de zorg bij het voorschrijven van geneesmiddelen door de huisarts en de specialist heel belangrijk. Daarom wordt een actueel medicatieoverzicht bij verwijzing van de patiënt naar het ziekenhuis verstrekt. De praktijkassistente en de praktijkondersteuner kunnen de patiënten die gaan reizen ook wijzen op het belang ervan dit mee te nemen. Of zij een dergelijk overzicht zelf verstrekken of de patiënt hiervoor naar de apotheek verwijzen is een kwestie van afspraken.
Aandacht voor continuïteit is ook geboden bij het voorschrijven van receptuur die langdurig moet worden gebruikt. Deze receptuur wordt veelal via de assistente als herhalingsreceptuur voorgeschreven. Het is voor patiënten erg prettig wanneer de voorgeschreven hoeveelheden geneesmiddelen op elkaar zijn afgestemd, zodat alle medicijnen tegelijk worden bijbesteld. Dat maakt het voor de assistente ook eenvoudiger om te zien of de medicatie wordt ingenomen zoals bedoeld. Verder is het patiëntvriendelijk wanneer de hoeveelheid voorgeschreven middelen is afgestemd op de controlemomenten door de arts. Volgens de standaarden dient de huisarts het gebruik van de geneesmiddelen met de patiënt minimaal een keer per jaar te evalueren. Dit gebeurt bij voorkeur tijdens een regulier controleconsult. Een protocol waarin wordt vastgelegd wat ieders rol en verantwoordelijkheid is bij het voorschrijven van herhalingsreceptuur voorkomt fouten en misverstanden. Zo’n protocol is ook vereist wanneer een deel van de taken op dit gebied zijn gedelegeerd naar de apotheker.

Terughoudendheid ten aanzien van de farmaceutische industrie

Eén advies uit het standpunt heeft al direct media-aandacht gekregen. Vanuit het oogpunt van kwalitatief goede en doelmatige zorg is het belangrijk dat de huisarts onafhankelijk van de farmaceutische industrie geneesmiddelen voorschrijft. Huisarts, praktijkassistente en praktijkondersteuner dienen zich bewust te zijn van marketingactiviteiten van de farmaceutische industrie om ongewenste beïnvloeding te voorkomen. Dat betekent dat wordt afgeraden om mee te doen aan ‘wetenschappelijk onderzoek’ dat alleen bedoeld is om het voorschrijven van een bepaald geneesmiddel te bevorderen. Eveneens wordt afgeraden om deel te nemen aan nascholing die niet geaccrediteerd is en nascholing die gratis door de farmaceutische industrie wordt aangeboden. Het standpunt raadt huisartsen en ondersteunend personeel af om individueel artsenbezoekers te ontvangen. Dit zou beter in een gezamenlijk farmacotherapieoverleg van artsen en apothekers (FTO) kunnen plaatsvinden.

E-mailconsult

Het gebruik van websites en elektronisch verkeer heeft veel mogelijkheden. Als het gaat om het voorschrijven van geneesmiddelen is het belangrijk dat alleen wordt voorgeschreven voor een aandoening waarover vooraf een persoonlijk consult heeft plaatsgevonden. Zie ook ‘checklist E-consult’ op www.nhg.org.

Tot slot

Met het Standpunt Farmacotherapiebeleid in de huisartsenzorg wordt aangegeven hoe een samenhangend farmacotherapiebeleid optimaal in de praktijk gerealiseerd kan worden. De mate waarin dit kan worden gerealiseerd is naast beschikbare technische mogelijkheden (ict) en samenwerkingsafspraken met andere partners in de zorg in grote mate afhankelijk van de inzet van het hele team in de huisartsenpraktijk!

Meer informatie

Voor nadere informatie over de Toekomstvisie Huisartsenzorg 2012, de uitwerking daarvan in het rapport Huisartsenzorg en huisartsenvoorziening en de toe dusver verschenen NHG-Standpunten Toekomstvisie Huisartsenzorg wordt verwezen naar www.nhg.org.

Het Standpunt Farmacotherapiebeleid is een uitwerking van de Toekomstvisie Huisartsenzorg 2012. Deze toekomstvisie is een richtsnoer voor de komende jaren en wordt in NHG-Standpunten op deelaspecten uitgewerkt. Er zijn inmiddels verschillende Standpunten verschenen.
Met Landelijke Eerstelijns Samenwerkingsafspraken (LESA’s) worden handreikingen gegeven voor het maken van samenwerkingsafspraken met onder meer de apothekers.
Vorig jaar verscheen de LESA ‘Chronische medicatie bij astma/COPD’ en ‘Diabetes mellitus type 2′ . In voorbereiding zijn LESA’s over medicatieveiligheid na ontslag uit het ziekenhuis, geneesmiddelen en verkeersveiligheid en antistolling.
Nadere informatie over de Standpunten en LESA’s zijn te vinden op www.nhg.org.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2007, nummer 2

Literatuurverwijzingen:

Literatuur

1American Cancer Society. Cancer facts and figures 2005. http://www.cancer.org.
2NHG-Standpunt ‘Farmacotherapiebeleid in de huisartsenzorg’. NHG, Utrecht 2006.
3Hospital admissions related to medication (HARM). Een prospectief, multicenter onderzoek naar geneesmiddel gerelateerde ziekenhuisopnames. Division of Pharmacoepidemiology & Utrecht Institute for Pharmaceutical Sciences. Utrecht 2006.
4NIVEL. Patient adherence to medical treatment: a meta review. Utrecht 2006.