Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Ik wil eerst ervaring opdoen in de thuiszorg’

Avatar
Redactie NHG/BSL

Naam: Suzan Senczuk Leeftijd: 24 jaar Opleiding: hbo-v, afstudeerrichting praktijkondersteuning Werkzaam als: wijkverpleegkundige Werkzaam bij: thuiszorg Sinds: 1 juli 2010 Aantal uren per week: 36 Andere werkzaamheden: coördineren team De kleur van mijn vak: rood

[[img:329]] De zorg kreeg ze van huis uit met de paplepel ingegoten. Toch duurde het even voordat Suzan inzag dat verpleging meer was dan billen wassen en begon aan de voltijds opleiding hbo-v met als afstudeerprofiel praktijkondersteuning. ‘Ik koos voor de indirecte zorg omdat het geven van gezondheidsvoorlichting en het toepassen van gesprekstechnieken mij aanspraken. Ik had niet het idee dat ik de directe zorg zou gaan missen. Maar dat gebeurde wel. Ik merkte dat ik daarin onvoldoende ervaring had opgedaan tijdens de stagetijd.’ Ze koos dus na haar afstuderen voor een baan in de thuiszorg.

Zorg voor mantelzorg

Suzan deed haar afstudeerproject over zorg voor de mantelzorg. ‘De mantelzorgers vormen een onderbelichte groep zorgvragers, die ik graag eens een keer centraal wilde stellen in plaats van de patiënt. Mantelzorgers van diabetespatiënten die tegen het randje van overbelasting aanzaten ben ik gaan bezoeken, waarbij ik keek of zij inderdaad overbelast waren. Het ging om acht mensen, van wie vier kinderen en vier echtgenoten, vier met thuiszorg en vier zonder. De belangrijkste bevindingen waren dat die mensen over goede hulpverleningstechnieken beschikten, wat ik niet had verwacht. Ik heb hun wat handvatten aangereikt om hun positie te verlichten, zoals het aanvragen van thuiszorg, maatschappelijk werk of vrijwilligerswerk. Maar zij wisten zelf vrij goed wat ze moesten doen.’ Suzan vindt desondanks dat er meer aandacht moet zijn voor mantelzorgers en ook in een vroegere fase. ‘Wanneer mensen te horen krijgen dat ze chronisch ziek zijn, moet er eigenlijk meteen een apart consult met de mantelzorger plaatsvinden, zonder dat de patiënt erbij is.’ Nu Suzan in de thuiszorg werkt, denkt ze vaak terug aan het project. ‘Ik heb veel contact met mantelzorgers en dat vind ik heel prettig. Als ik een intake doe met een nieuwe patiënt, zit er vaak een mantelzorger bij. Meestal begrijpen ze de informatie die ik geef beter dan de patiënt zelf, en ik heb nauwer contact met ze. Het gaat zelfs zover dat ik aan sommige mantelzorgers mijn telefoonnummer geef, zodat ze mij rechtstreeks kunnen bellen. Dat zijn dan de mensen waarvan ik inschat dat ze niet voor elk wissewasje bellen, maar die soms toch specifieke vragen hebben. Dan vind ik het belangrijk dat ze mij direct aan de telefoon krijgen.’ Ze probeert in haar dagelijkse werk extra zorg aan de mantelzorgers te besteden. ‘Daar is meestal onvoldoende tijd voor, behalve als er een ruimere CIZ-indicatie is. Ik bel ook wel eens buiten de indicatie naar een mantelzorger als dat nodig is.’

Verdieping in diabetes

Hoewel ze haar baan als “zwaar” ervaart, is Suzan blij dat ze voor de thuiszorg gekozen heeft. Naast het verzorgende werk, is zij ook coördinator van het team. ‘Ik coördineer de zorg, sta collega’s met vragen bij, en beantwoord vragen van patiënten en mantelzorgers. Het is heel druk, maar dat vind ik juist leuk. Het werk is nooit klaar. Als je iets hebt opgelost, vormt zich weer een nieuw vraagstuk.’ De grootste groep patiënten die Suzan verpleegt zijn ouderen. ‘Ik hou mij in de avondzorg het meest bezig met verpleegtechnische handelingen als catheteriseren, sondevoeding en wondzorg. Overdag komt daar persoonlijke zorg bij, zoals het geven van medicatie, het spuiten van insuline, maar ook het controleren van curves. Soms overleg ik met de praktijkondersteuner over de curves en dan is het een voordeel dat ik zelf ook praktijkondersteuner ben. Zo kwam ik laatst bij een meneer met een wondje. Hij had wat valneigingen en ik was bang dat hij mogelijk een te lage suikerspiegel had en een hypo zou kunnen krijgen. Ik heb contact opgenomen met de praktijkondersteuner en hij zit nu in haar spreekuur. Voor een collega zonder deze specifieke kennis is dat volgens mij toch een stuk lastiger in te schatten. Suzan ziet zeker nog een toekomst als praktijkondersteuner voor haar weggelegd. ‘Ik wil mij over een tijdje graag wat meer verdiepen in de diabetes. Dat vind ik het meest interessant omdat het de grootste patiëntencategorie is binnen de huisartsenpraktijk. Daarnaast zou ik ook graag ouderenzorg doen en vind ik mantelzorg en polyfarmacie boeiend. Het vakgebied van de praktijkondersteuner wordt in de toekomst steeds breder en dat is alleen maar leuk.’

Concurrentie

Suzan vertelt dat er in de thuiszorg heel veel concurrentie is. ‘Je kiest voor de zorg en je zit ook in het bedrijfsleven, zeg ik altijd. Ik vind dat erg jammer, want het gaat soms ten koste van de patiënt. Van de andere kant begrijp ik ook heel goed dat een thuiszorginstelling zoveel mogelijk patiënten in zorg wil hebben en houden.’ Daarnaast merkt Suzan dat de vele bezuinigingen op de thuiszorg zijn weerslag heeft op collega’s. ‘Als er iemand ziek wordt en ik zoek een vervanger via het uitzendbureau, dan lukt dat bijna nooit. Ze zijn er gewoon niet. Tegelijkertijd maken onze eigen medewerkers veel overuren, die ze niet kunnen opnemen. Vervolgens worden die medewerkers ziek en zo stapelen de problemen zich op. Dat vind ik schrijnend.’ Toch vindt ze haar werk erg leuk en wil ze er niet te negatief over doen. ‘Ik hoop over vijf jaar nog steeds in dezelfde functie te werken, bij dezelfde organisatie. Alleen met nog meer ervaring en nog meer voldoening, zodat ik mijn functie voor honderd procent goed kan vervullen.’

Een kwartier per wond

De thuiszorgmedewerkster vertelt dat je van goeden huize moet komen om een nieuwe patiënt in zorg te krijgen, of voor een bestaande patiënt uitbreiding van zorg te regelen. ‘Met een heleboel argumenten probeer je zoveel mogelijk “tijd” te krijgen. Verder bepaalt het CIZ dat de verzorging van een wond maximaal een kwartier kost, terwijl het misschien meer tijd vergt. Dat vind ik het meest vervelende aspect van werken in de thuiszorg. Daarnaast vind ik het soms vervelend om alleen te moeten werken. Ik vind het enerzijds heel prettig om zelfstandig te zijn, maar ik mis het werken met collega’s. Om even te overleggen en gewoon ook voor de gezelligheid. Als ik nu wil overleggen kan dat alleen via de telefoon. Gelukkig tref ik wel collega’s op kantoor.’

Het hele plaatje

‘Als je in de thuiszorg bij een patiënt langsgaat, is dat een kort en krachtig bezoek waarin je alles moet doen. Want je komt er de rest van de dag niet meer. Dus je verleent niet alleen zorg, je kijkt ook of er nog materialen besteld moeten worden, of je de dokter moet bellen, of je nog dingen moet regelen zodat de patiënt het weekend goed doorkomt. Omdat mensen in hun eigen omgeving zijn, zijn ze vaak meer zichzelf en laten ze het achterste van hun tong zien. Dan durven ze denk ik meer te vragen dan bij de huisarts of in het ziekenhuis. Je bent dus met het hele plaatje van zorg bezig. Dat vind ik heel prettig. Het geeft net wat meer diepgang. Verder vind ik het ook heel leuk dat je de schakel bent tussen de patiënt en het ziekenhuis, de mantelzorger, de huisarts, de fysiotherapeut, noem maar op. Als de patiënt wat vraagt, moet je alles eromheen regelen. Dat vind ik echt een uitdaging en elke keer als het me lukt, geniet ik daarvan.’

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2011, nummer 1

Literatuurverwijzingen: