Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Ik verbaas mij erover hoe simpel de oplossing vaak is’

Avatar
Redactie NHG/BSL

Naam: Ineke van Rosmalen Leeftijd: 52 jaar Opleiding: hbo Pedagogiek, afstudeerrichting Psychosociaal werk, wil de opleiding poh-ggz gaan doen Werkzaam als: praktijkondersteuner ggz jeugd Werkzaam bij: Huisartsen Monnickendam Sinds: juli 2008 Aantal uren per week: 10 De kleur van mijn vak: alle kleuren van de regenboog

[[img:294]]

Uit welke werkzaamheden bestaat jouw vak?

‘De huisarts verwijst kinderen van 0 tot 18 jaar met hun ouders naar mij als er sprake is van onverklaarde somatische klachten zoals buikpijn of hoofdpijn, of bij gedragsproblemen, problemen met rouwverwerking en echtscheidingsproblemen. Ik doe een intakegesprek, maak een plan van aanpak en ga dan met ze aan de slag. Dat houdt in dat ik gesprekken voer met kinderen en ouders, zowel samen als apart. Ook observeer ik met name jongere kinderen wel in hun thuissituatie. Daarnaast verwijs ik patiënten door als de klachten buiten mijn expertise vallen. Om goed beslagen ten ijs te komen, informeer ik bijna altijd bij de school van het kind naar zijn gedrag daar en ik onderzoek of er eerder hulpverlening is geweest en hoe dat is verlopen. Wanneer ik een kind verwijs naar bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg, dan begeleid ik dit door met de hulpverleners daar contact te zoeken en ook na enige tijd te blijven informeren hoe het gaat.’

De poh-ggzz jeugd is een nieuwe richting in de praktijkondersteuning; vanwaar deze stap?

‘Binnen deze huisartsenpraktijk bleek behoefte te zijn aan een poh-ggz, zowel voor de volwassenen als voor de jeugd. De huisartsen werkten een voorstel uit en de zorgverzekeraar keurde dit goed. Het gaat om een pilot van een jaar, die net verlengd is met nog een jaar. Waarom de zorgverzekeraar hier in wil investeren weet ik niet. Ik kan mij voorstellen dat het geld scheelt als je doelmatiger naar ggz-instellingen verwijst, maar dat is mijn persoonlijke interpretatie. Mijn idee is dat een praktijkondersteuner meer mogelijkheden heeft dan een huisarts om ggz-patiënten te begeleiden. Niet alleen wat betreft tijd, maar ook als het gaat om het regelwerk dat onherroepelijk om de hoek komt kijken als je een ggz-patiënt doorverwijst. Er zijn verschillende ggz-instellingen en samen met de cliënten bespreek ik wat de beste keus is. Bovendien heeft de huisarts een andere band met zijn patiënten dan ik. Daardoor kan ik bijvoorbeeld makkelijker de kinderbescherming inschakelen. De 10 uur per week die ik hier werk, zijn meestal vol. De huisartsen verwezen 65 patiënten naar mij door in een jaar tijd. De tijd die ik aan patiënten besteed wisselt sterk: soms is er al resultaat na 2 gesprekken en soms zijn 8 gesprekken nodig. Er zijn maar enkele gevallen waar sprake is van langdurig contact. De gesprekken zelf duren gemiddeld een uur en bij kleine kinderen zo’n 40 minuten, omdat zij zich minder lang kunnen concentreren.’

Een 14-jarige puber blowt, drinkt, en spijbelt van school . Zijn ouders zijn gescheiden waarbij hij zijn vader niet of nauwelijks ziet. Na gesprekken met de jongen en zijn beide ouders blijkt de puber erg op zoek te zijn naar de waardering van zijn vader. Ze gaan samen leuke dingen doen en het contact verbetert sterk. Zijn moeder krijgt een aantal pedagogische adviezen. Met de jongen gaat het nu een stuk beter.

Waarom heb je dit vak gekozen?

‘Vooral het hulpverlenende aspect spreekt mij erg aan. Bij Bureau Jeugdzorg, waar ik hiervoor heb gewerkt, is sprake van een toenemende protocollering waardoor je steeds minder aan hulpverlening en steeds meer aan administratie doet. Ik kan hier laagdrempelig en zonder lange wachttijden werken. Bij Bureau Jeugdzorg bestonden wachttijden van 4 tot 6 weken voor een intakegesprek en daarna opnieuw lange wachttijden voor behandeling. Mijn wachttijd is twee dagen. Verder heeft de huisartsenpraktijk als voordeel dat je contextueel kunt werken. Doordat het gezin bekend is bij de huisarts, kun je gemakkelijker nagaan of problemen mogelijk uit de gezinssituatie voortkomen. Het verband tussen lichamelijke klachten, life events en stemming is veel sneller helder. Ook kun je snel reageren, wanneer dat nodig is. Denk bijvoorbeeld aan kinderen van ernstig zieke ouders. Ik neem in een eerste gesprek ook altijd het hele gezin door, als onderdeel van de drie leefmilieus thuis, school en vrije tijd.’

Waarom kan een ander dit werk niet doen?

‘Mijn pedagogische achtergrond en werkervaring bij Bureau Jeugdzorg komen goed van pas in mijn werk. Je moet wat weten van de ontwikkeling van kinderen, hoe je grenzen kunt stellen, en ook is het handig om technieken te kennen om kinderen uit zichzelf te laten vertellen. Verder moet je bekend zijn met de psychiatrische beelden die bij kinderen en jongeren kunnen voorkomen en waar je ze aan kunt herkennen. Ik wil de opleiding POH-GGZ nog gaan volgen. Voor het afnemen van gedragsvragenlijsten ben ik bijvoorbeeld formeel niet opgeleid. De huisartsen zijn in elk geval erg positief en blij dat ze patiënten iets te bieden hebben op het gebied van GGZ.’

Accepteren patiënten dat jij spreekuren doet?

‘Patiënten reageren heel positief. De drempel om naar mij doorverwezen te worden is voor veel mensen een stuk lager dan wanneer ze naar een ggz-instelling worden doorverwezen. Overigens woon ik voor het eerst in dezelfde woonplaats als waar ik werk en dat houdt in dat ik tijdens het boodschappen doen patiënten tegenkom. Die reageren heel verschillend: de een roept enthousiast “hallo Ineke” en de ander draait zijn hoofd weg. Het levert tot nu toe geen problemen op. Wel ben ik nog steeds verbaasd dat er achter zo veel voordeuren dingen spelen waar je anders totaal geen weet van hebt. Gelukkig ligt de oplossing vaak erg voor de hand. Gezinsleden communiceren namelijk vaak slecht met elkaar. Ze praten wel, maar vertellen niet wat ze op hun hart hebben of vullen elkaars gedachten in zonder te checken of dit klopt. Simpelweg zeggen dat je van de ander houdt of hem waardeert, lukt veel mensen niet. Ook onderschatten veel ouders hun rol, met name de vaders.’

Wat vind je leuk aan je beroep?

‘Ik verbaas mij erover dat er vaak vrij weinig voor nodig is om een gezin weer op de rit te krijgen. Met kleine stapjes boek je vooruitgang. Dat geeft voldoening.’

Wat vind je minder leuk aan je beroep?

‘Op dit moment is mijn werk nogal solistisch. Dat komt onder andere doordat er nog geen structureel inhoudelijk overleg is opgezet. We zijn hiermee bezig. Het is de bedoeling dat er regelmatig een ggz-overleg gaat plaatsvinden. Daarnaast is er binnenkort een praktijkbreed inhoudelijk overleg, waarin mijn werk centraal staat. Daar doen alle huisartsen en praktijkondersteuners aan mee, inclusief de diabetesverpleegkundigen die in onze praktijk werken.’

Een jonge moeder meldt zich met hoofdpijnklachten bij de huisarts. Na doorvragen blijkt zij onzeker te zijn over het opvoeden van haar zoontje van 3. De huisarts verwijst haar door naar Ineke. Na een aantal gesprekken waarin Ineke tips geeft en handreikingen doet, gaat de vrouw vol zelfvertrouwen en zonder hoofdpijn de deur uit.

Hoe zie jij je beroep over vijf jaar?

‘Met 65 doorverwijzingen per jaar blijkt er behoefte te zijn aan een poh-ggz jeugd. Je ziet bijvoorbeeld dat er steeds meer kinderen zijn met problemen vanwege gescheiden ouders. Sowieso is er een trend van toenemende aandacht voor kinderen met problemen, kijk alleen al naar de oprichting van de Centra voor Jeugd en Gezin waarbij ik vanuit mijn functie betrokken ben.

Waarom kies jij alle kleuren van de regenboog als de kleur van jouw vak?

‘Mijn vak is heel divers. Ik kom sombere verhalen tegen in mijn werk, maar boek ook heel leuke successen.’

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2009, nummer 5

Literatuurverwijzingen: