‘Structureel overleg is een absolute must’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Naam: Alexandra Tigges-van der Velde
Leeftijd: 34 jaar
Opleiding: Doktersassistente en Praktijkondersteuning
Werkzaam als: praktijkondersteuner en coördinator assistentes en praktijkondersteuners
Werkzaam bij: Gezondheidscentrum Zuiderkroon in Rotterdam
Sinds: mei 2005
Aantal uren per week: 25,5
De kleur van mijn vak: rozerood

[[img:269]]

Uit welke werkzaamheden bestaat jouw vak?

‘Ik krijg patiënten met soa-klachten, vaginale klachten en patiënten die vragen hebben over seksuele zaken en anticonceptie. De assistente verwijst deze patiënten direct naar mij door, zonder tussenkomst van de huisarts. Verder doe ik ouderenzorg, waarbij ik op aanvraag van de huisarts patiënten screen, tests bij ze afneem, ze thuis bezoek en aandacht besteed aan polyfarmacie. Ten slotte doe ik ook nog COPD. Deze werkzaamheden nemen ongeveer twee dagen per week in beslag. Eén dag per week besteed ik aan mijn coördinatiewerkzaamheden. Die bestaan met name uit het coachen van de assistentes, de administratie waaronder het declareersysteem, werkafspraken maken tussen de verschillende disciplines, functioneringsgesprekken met assistentes houden, bij- en nascholingen verzorgen, de griepvaccinaties en het bijhouden van praktijkstatistieken. Bij dat laatste kijk ik bijvoorbeeld of het aantal arbeidsuren voor zowel assistentes als praktijkondersteuners hetzelfde kan blijven, of dat we moeten uitbreiden of juist inkrimpen. De locatiemanager helpt mij hierbij. De belangrijkste taak als coördinator vind ik echter het nastreven van een goede teamgeest. Daar besteed ik veel aandacht aan, bijvoorbeeld door aan teambuilding te doen. Ook spreek ik mijn collega’s aan op hun gedrag, als dat invloed heeft op de sfeer. Het maakt mij niet uit of het gaat om een assistente of een huisarts, ik heb met iedereen een goede relatie waarin dat kan.’

Waarom heb je dit vak gekozen?

‘Ik vind het leuk om mij te verdiepen in medische problemen, dus om een klacht bij een patiënt te onderzoeken. Het is erg prettig om daarbij nauw samen te werken met de huisarts en hem te kunnen ondersteunen, al heb ik van sommige zaken ondertussen meer kennis. Daarnaast geniet ik van het contact dat ik met de patiënten heb, met name degenen die op het soa- of anticonceptiespreekuur komen. Het merendeel loopt tevreden de praktijk weer uit en dat is voor mij iedere keer weer een kick.’

Je weet meer dan de huisarts?

‘Ja, op het gebied van soa’s en anticonceptie heb ik een aantal extra cursussen gedaan, zoals de cursus “Soa-aids voor professionals”. Ook heb ik meegekeken bij de GGD waar ze anonieme soatests doen, en op de soa-poli van het Erasmus MC. Samen met de huisarts heb ik de NHG-Standaard Het soa-consult bestudeerd.’

Accepteren patiënten dat jij het soa-, seks- of anticonceptiespreekuur doet?

‘Ik heb nog nooit een ontevreden patiënt gehad. Integendeel: de meeste patiënten lopen hier erg gelukkig het pand weer uit, gewapend met folders en condooms. Zoals ik al vertelde verwijst de assistente dergelijke patiënten rechtstreeks naar mij door. Verder kunnen mensen op onze website en op het tv-scherm in de wachtkamer lezen wat ik doe. Ik merk dat veel patiënten het prettig vinden dat een vrouw het spreekuur doet. Sommige mannen schrikken wel als ik ze roep, maar dat benoem ik dan gewoon en meestal is het ijs snel gebroken. Patiënten vinden het ook prettig dat ik uitgebreid de tijd voor ze neem. Zo is het soa-/anticonceptiespreekuur ook ontstaan: omdat de huisarts te weinig tijd had voor goede voorlichting. Wij hebben hier in de wijk Pendrecht een patiëntengroep die bestaat uit 80% allochtone jongeren en 20% autochtone ouderen. Daar zitten veel soa-patiënten tussen en naast het onderzoek naar soa’s hoort natuurlijk ook goede seksuele voorlichting. Ik kan uitgebreid ingaan op hoe je een condoom moet gebruiken, waardoor ik hopelijk mijn steentje bijdraag aan het terugdringen van het aantal soa’s.
Overigens scheelt het dat voor de meeste onderzoeken een urinemonster volstaat, dat is veel minder pijnlijk dan het afnemen van een kweek, althans bij mannen. En ze kunnen zelf een potje ochtendurine meenemen, dat is minder gênant dan dat ik hier met een wattenstaafje aan de gang ga.’

En de huisarts?

‘De samenwerking met de huisartsen is heel erg goed. We hebben één keer per week structureel overleg. Ze vertrouwen mij volledig. Wel autoriseren ze alles wat ik doe, nadat ik het heb opgeschreven in het medisch journaal in het HIS. Wat mij betreft is dat structureel overleg een absolute must in een huisartsenpraktijk. Ik zit in de Commissie POH van de Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten en spreek in die hoedanigheid veel collega’s. Ik merk dat er in nogal wat huisartsenpraktijken geen structureel overleg is tussen huisartsen en praktijkondersteuners. Ze worden wel ingewerkt, maar daarna aan hun lot overgelaten. Dat komt de kwaliteit van de zorg niet ten goede, is mijn mening.’

Hoe zie jij je beroep over vijf jaar?

‘Ik denk dat de huisarts steeds meer taken delegeert naar de praktijkondersteuner. Ik hoop dat dit ook verder gaat dan de geijkte taken als diabetes-, bloeddruk- en COPD-controles. Verder is mijn wens dat de praktijkondersteuner een BIG-registratie krijgt. Dat zal ongetwijfeld leiden tot meer naamsbekendheid en autoriteit en dat kunnen praktijkondersteuners zeker gebruiken. Ik merk dat veel mensen geen idee hebben van wat een praktijkondersteuner is en doet. Dat is hopelijk over vijf jaar anders. Het is immers een leuk vak en voor de huisarts een goede ondersteuning. Overigens denk ik wel dat de huisarts altijd de verantwoordelijkheid voor de patiënten moet houden, dus de hoofdbehandelaar is. De praktijkondersteuner ondersteunt. ’

Wat vind je minder leuk aan je beroep?

‘Eén van mijn taken als coördinator is het uitzoeken van wat we wanneer mogen declareren. Dat is niet altijd even gemakkelijk. In het overleg met de huisartsen praten we daar ook regelmatig over en we gebruiken de declaratiewijzer heel intensief. De regels zijn helder, het is de kunst om daar creatief mee om te gaan.’

Waarom is de kleur van jouw vak rozerood?

‘Fris rozerood vind ik passen bij soa en anticonceptie, maar ook bij verliefd zijn en seks. Aangezien anticonceptie mijn passie is, kies ik deze kleur. Het doen van het anticonceptie- en SOA-spreekuur is een van de belangrijkste redenen waarom ik dit vak zo leuk vind.’

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2009, nummer 2

Literatuurverwijzingen: