Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Frisse blik

Avatar
Redactie NHG/BSL

Het zomergevoel is er weer! We schaffen een nieuwe garderobe aan, stoppen bloembakken vol met zomerbloeiers en vakantieplannen worden of zijn al gemaakt. Bij de redactie uit dat zich onder meer in drie nieuwe frisse rubrieken. Op de eerste plaats starten we op initiatief van redactielid Gré van Gelderen met een serie over seksualiteit. Een uitermate lastig onderwerp voor zowel de patiënt als de hulpverlener. Waarom vinden we het zo lastig? Vanwege tijdgebrek, schaamte van de patiënt, schaamte van onszelf, of vanwege andere prioriteiten? Feit is dat (chronische) patiënten soms juist meer seksuele problemen hebben door ziekte, medicijngebruik en bijvoorbeeld leeftijd. Er bestaan verschillende seksuele problemen met verschillende oorzaken die voor de patiënt en partner buitengewoon vervelend kunnen zijn. Hoog tijd dus om hier aandacht aan te besteden, zowel inhoudelijk als hoe je er als praktijkondersteuner mee om kunt gaan.
Onze tweede nieuwe rubriek heet ‘Euvels’. Een klassiek Nederlands woord dat volgens de Dikke van Dale ‘kwaaltjes’ of gebreken’ betekent. Klassiek of niet, het is een woord dat precies de lading dekt. Naast diabetes, astma, COPD en cardiovasculaire zorg komen we ze namelijk allemaal tegen tijdens het spreekuur: alledaagse, vaak onschuldige, soms hinderlijke ongemakken en kwaaltjes van patiënten. Soms valt het je op als praktijkondersteuner, soms komt de patiënt er zelf mee. Bijvoorbeeld schimmelnagels. Met de zomer in aantocht is het wachten op de eerste reclamecampagne tegen schimmelnagels met daaropvolgende vragen van patiënten hoe die lelijke nagels te genezen zijn. Zonder de ‘symptoomreclame’ te volgen, noch te medicaliseren bespreken we dit soort ‘Euvels’. Hoe zit het ook alweer en wat kun je de patiënt erover vertellen?

Een andere kijk op preventie

Onlangs bracht het RIVM het rapport ‘Van gezond naar beter’ uit. Interessant aspect hieruit is dat we 5 jaar langer leven sinds 1983, in een goede gezondheid, waarin we niet ongezonder of minder beperkt zijn. Positief dus, maar er blijven verbeterpunten. Zo neemt een aantal gezondheidsproblemen nog steeds toe, zoals depressie en angstklachten. In deze aflevering besteden Jonkers en Lamers aandacht aan de nadelen die vooral chronisch zieken hiervan kunnen ondervinden. Zij laten zien dat opsporing, behandeling en het geven van emotionele steun (door onder andere praktijkondersteuners) van belang is. Ook neemt een aantal gezondheidsproblemen niet of nauwelijks af, ondanks allerlei preventiemaatregelen. Nog steeds zijn er veel Nederlanders met ongezonde leefgewoonten, vooral onder laagopgeleiden. Zij leven gemiddeld 6 à 7 jaar korter. Meer dan de helft van de Nederlanders beweegt te weinig en eet niet gezond genoeg, 40 tot 50% kampt met overgewicht en 10% heeft zelfs een ernstig overgewicht. Percentages die ondanks de bekende risico’s op ziekten en genomen maatregelen niet dalende zijn. De coronaire hartziekten staan nog steeds bovenaan voor wat betreft sterfte, gevolgd door longkanker, dat in opmars is. Hoewel het aantal rokers is gedaald naar 27% – in 1958 was dit nog 60% – heeft Nederland nog altijd meer (vrouwelijke) rokers dan in de omringende landen. Een verdere daling naar 20% minder rokers in 2010 wordt niet gehaald ondanks antirookreclames, opschroeven van de tabaksprijs en het ingestelde rookverbod. Ook een stimulerend sms’je blijkt volgens de PEARLS (de derde nieuwe rubriek) op korte termijn wel, maar op lange termijn de stopkans niet te vergroten.
Waarom is het toch zo lastig die ongezonde leefgewoonten aan de kant te zetten? Een van de conclusies van het RIVM-rapport is dat we preventie op een andere manier moeten bekijken. Niet alleen wat gezond is is bepalend, maar ook de sociale- en werkomgeving en financiële middelen van mensen om dit gezonde gedrag te kunnen bewerkstelligen. Een meer integrale aanpak dus. Gezond zijn en blijven is niet zozeer de afwezigheid van ziekte, maar veel meer de dingen te kunnen blijven doen waar we plezier aan beleven. Ouderdom komt met de jaren, maar liever niet met gebreken. Voor de praktijkondersteuner blijft het werk hetzelfde, alleen het gereedschap verandert.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2010, nummer 3

Literatuurverwijzingen: