Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Therapietrouw

Avatar
Redactie NHG/BSL

Bij chronische patiënten speelt gebruik van medicatie een belangrijke rol. Voor de praktijkondersteuner betekent dit dat zij bij de begeleiding van chronische patiënten op de hoogte moet zijn van algemene farmacologische principes. Bijvoorbeeld wat er gebeurt met medicijnen in het lichaam en hoe interacties tot stand komen. Daarnaast heeft zij een voorlichtende taak om de therapietrouw te bevorderen, knelpunten te signaleren en deze zo mogelijk weg te nemen. In een aantal artikelen gaan Klaas Reenders en Jaap van der Laan in op de medisch inhoudelijke en communicatieve aspecten van de farmacologie.

Therapietrouw is de mate waarin patiënten hun medicijnen innemen volgens het voorschrift van hun (huis)arts. De term therapietrouw is wel wat ongelukkig gekozen, omdat deze suggereert dat de patiënt passief de voorschriften van de dokter op moet volgen. In feite zou een behandeling gebaseerd moeten zijn op overeenstemming tussen huisarts/praktijkondersteuner en patiënt. Er zou als het ware sprake moeten zijn van een therapeutisch bondgenootschap. Daarom gaan er stemmen op voor de term ‘concordantie’ als het gaat over het proces van informeren over, voorschrijven van en gebruik van medicijnen. Voor het gemak hebben we het in dit artikel over ‘therapietrouw’ als het gaat over medicijngebruik. We gebruiken de term ‘concordantie’ voor de aanpak om de therapietrouw te verbeteren. Hierop komen we in een volgend artikel terug. Allereerst bespreken we wat bekend is over therapietrouw.

Te goeder trouw?

Iedereen die wel eens voor kortere of langere tijd medicijnen voorgeschreven heeft gekregen, weet hoe moeilijk het is om je goed aan het voorschrift te houden. Dat geldt des te meer bij de behandeling van chronische ziekten en misschien nog wel het meest bij behandelingen met een preventief karakter. Hypertensiepatiënten hoeven bijvoorbeeld helemaal geen last van hun kwaal te hebben terwijl ze wel hun medicijnen moeten nemen.
Volgens verschillende onderzoeken is de therapietrouw bij chronische ziekten op de lange termijn gemiddeld zo’n 50%. Dat betekent dat de helft van degenen die lange tijd medicijnen voorgeschreven krijgen voor een aandoening als diabetes of hypertensie, deze medicijnen niet of niet goed gebruiken. Veel artsen koesteren echter de illusie dat het bij hun patiënten wel meevalt met de therapie(on)trouw. Naarmate de bevolking veroudert komen er meer mensen met chronische ziekten. Een slechte therapietrouw betekent voor deze mensen dat ze onvolledig profijt hebben van de behandeling en uiteindelijk een slechtere gezondheid zullen hebben. Dat benadeelt hun kwaliteit van leven en levert voor de gezondheidszorg extra kosten op.

Van ontrouw naar trouw

De zorg bij chronische aandoeningen is veelal gebaseerd op zelfmanagement. De patiënt controleert bijvoorbeeld zelf de bloedsuikerspiegels, de peakflow, of de bloeddruk en beheert zelf de medicijnen. Er is vaak sprake van polyfarmacie; dat wil zeggen dat de patiënt vijf of meer verschillende medicijnen gebruikt. Daar komt nog bij dat patiënten hun levensstijl moeten aanpassen: een gezonder voedingspatroon, meer lichaamsbeweging en stoppen met roken. Als praktijkondersteuner en huisarts deze patiënten adequaat ondersteunen, vermindert de kans op een levensbedreigende complicatie. Gebrekkige therapietrouw komt enerzijds door de patiënt zelf. Het is daarom van belang om de patiënt te steunen bij zijn behandeling en om verwijten achterwege te laten als de therapietrouw tegenvalt. Anderzijds kan het ook liggen aan de aanpak van de hulpverlener of aan de organisatie van de gezondheidszorg. Hier komen we in het volgende artikel op terug.
De Wereldgezondheidsorganisatie onderscheidt vijf dimensies bij therapietrouw, die elk verschillende aspecten van het probleem laten zien. Deze vijf dimensies betreffen: sociale en economische factoren, factoren gelegen in de gezondheidszorg, ziektegebonden factoren, therapiegerelateerde factoren en patiëntgerelateerde factoren. We bespreken ze hieronder kort.

Sociale, economische en algemene factoren

Hierbij moet je bijvoorbeeld denken aan het opleidingsniveau van de patiënt. Sommige patiënten kunnen moeite hebben met het lezen van een voorschrift op een medicijndoosje. De woonsituatie kan ook dermate rommelig zijn dat therapietrouw moeilijk is. Ook kunnen culturele of lekenopvattingen over ziekte de therapietrouw bemoeilijken. (Opa rookte als een ketter en is er negentig mee geworden, waarom moet ik dan stoppen met roken?)
De leeftijd van de patiënt kan een rol spelen. Ouders maken hun kinderen soms te vroeg verantwoordelijk voor hun medicijngebruik, bijvoorbeeld door ze bij astma zelf hun inhalatiemedicatie te laten beheren. Pubers kunnen het moeilijk vinden om hun ziekte te accepteren en daarom geen medicijnen willen gebruiken. Bejaarden denken vaak dat hun klachten bij de leeftijd horen en zien het nut van medicatie dan niet in.

Factoren in het gezondheidszorgsysteem

Bij deze factoren gaat het met name om gebrek aan tijd om voorlichting en controles goed te organiseren. Daarnaast is er ook een gebrek aan kennis hoe de therapietrouw bij de individuele patiënt te verbeteren is.

Ziektegebonden factoren

De therapietrouw hangt af van de manier waarop de patiënt de ernst van zijn ziekte inschat, hoezeer zijn klachten hem beperken en of er een effectieve behandeling voorhanden is. Een astmapatiënt die steeds benauwd wordt als hij zijn inhalatiecorticosteroïden niet op tijd gebruikt, zal eerder therapietrouw zijn dan een patiënt met een hoge bloeddruk. Als een patiënt beter kan inschatten wat het effect van een behandeling is, zal hij ook trouwer aan de therapie zijn.
Comorbiditeit zoals depressie (bijvoorbeeld bij diabetespatiënten) en alcoholisme of verslaving beïnvloeden de therapietrouw nadelig.

Therapiegerelateerde factoren

Het zal geen verbazing wekken dat therapietrouw lastiger wordt als een behandeling ingewikkeld is, lang duurt, vaak verandert, of zelfs in eerste instantie mislukt. Omgekeerd bevordert een eenvoudig doseringsschema, met direct waarneembare gunstige effecten, weinig bijwerkingen en zorgvuldige controles de therapietrouw.

Patiëntgerelateerde factoren

Hierbij gaat het om de kennis die de patiënt heeft over zijn ziekte, zijn motivatie om deze te behandelen en het zelfvertrouwen dat hij in staat is deze behandeling zelf uit te voeren. Dit houdt natuurlijk ook in dat de patiënt weet wat de gevolgen zijn van een slechte therapietrouw.
Er zijn veel factoren die een negatief effect hebben op de therapietrouw: vergeetachtigheid, stress, bezorgdheid over bijwerkingen, niet gemotiveerd zijn of zelfs denken geen behandeling nodig te hebben, onvolledige kennis van de ziekte of onderschatten van de risico’s van de ziekte, en twijfel of een behandeling wel gaat helpen.
Sommige patiënten zijn gefrustreerd over de artsen of praktijkondersteuners met wie ze te maken hebben. Anderen zijn bang afhankelijk te worden, hebben het idee dat artsen te veel medicijnen willen voorschrijven of geven de voorkeur aan alternatieve behandelingen.

Conclusie

Het komt bij chronische aandoeningen vaak voor dat patiënten niet of niet geheel therapietrouw zijn. Dit kan diverse oorzaken hebben. Een betere therapietrouw bij chronische aandoeningen zou waarschijnlijk meer voor de volksgezondheid betekenen dan allerlei nieuwe medicijnen.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2007, nummer 5

Literatuurverwijzingen:

Literatuur

1Adherence to long term therapies: evidence for action. Genève: WHO, 2003.