Op de bres voor de CVA-patiënt

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Alle mensen gaan uiteindelijk dood, maar bij voorkeur niet na een langdurige fase van handicaps en afhankelijkheid zoals deze kan optreden na een CVA: motorische beperkingen, afasie, persoonlijkheidsveranderingen, multi-infarctdementie en ga zo maar door. Al deze symptomen zijn het gevolg van een of soms meerdere ischemische herseninfarcten. Een herseninfarct ontstaat soms door boezemfibrilleren, maar meestal ten gevolge van atherosclerose. Het ontstaan van het CVA maakt meteen duidelijk dat het thuishoort in de rij van atherosclerotische hart- en vaatziekten en daarmee zijn we beland op bekend terrein. Na diabetes mellitus (overigens zelf een risicofactor voor hart- en vaatziekte) en de luchtwegen, is de preventie van hart- en vaatziekten immers het derde terrein waarop veel praktijkondersteuners werkzaam zijn. En dit is een terrein waarop erg veel te verdienen valt. Daarbij kunnen we denken aan zowel behandeling van risicofactoren als van reeds getroffen patiënten. In haar bijdrage breekt professor Van den Bos een lans voor het nauwer betrekken van praktijkondersteuners bij het beleid ten aanzien van het CVA en wij kunnen haar pleidooi van harte ondersteunen. Uit onderzoek is bijvoorbeeld bekend dat de helft van de mensen met hypertensie de voorgeschreven medicatie niet slikt en laat hypertensie nu juist een van de grote boosdoeners zijn bij het ontstaan van een CVA. Het risico op een CVA ten gevolge van hypertensie wordt met ruim 25% verminderd door behandeling van hoge bloeddruk. Een simpel rekensommetje maakt dan direct duidelijk dat met het verbeteren van de compliance van 50% tot 75% minimaal 1 op 16 CVA’s kan worden voorkomen en gezien de gevolgen is dat zeker de moeite waard. Met het opvolgen van leefstijladviezen is het nog droeviger gesteld en ook leefstijlveranderingen zijn uitermate effectief.
Het pleidooi van Van den Bos wordt ingegeven door efficiency- en kwaliteitsargumenten. Met name de laatste wegen zwaar en regelmatige en gestandaardiseerde controle is een van de instrumenten ter verbetering van compliance. Praktijkondersteuners zijn daarin vaak beter dan huisartsen en de chronische zorg is wat dit betreft bij hen dan ook in uitstekende handen. Dat leidt inderdaad tot kwaliteitsverbetering met gevolgen voor de patiënt die er toe doen.
Behalve ruime aandacht voor dit nieuwe gebied van de praktijkondersteuning hebben we in dit nummer ook weer de nodige aandacht voor de traditionele werkvelden als de luchtwegen en diabetes mellitus. Het werkterrein van praktijkondersteuners breidt zich uit. Dat deze medaille twee kanten heeft wordt duidelijk in de bijdrage van Annemieke de Jong, die terecht enige vraagtekens zet bij de verdere uitbreidingen van het takenpakket van de praktijkondersteuner.

Henk van Weert is per 1 januari 2008 de nieuwe hoofdredacteur van Huisarts en Wetenschap en het Tijdschrift voor praktijkondersteuning. Eén van zijn eerste taken voor TPO is het samenstellen van een redactie. Tot nu toe viel het blad onder verantwoordelijkheid van de H&W-redactie. “TPO moet een blad zijn dat aansluit bij de wensen van de praktijkondersteuners en dit kan alleen door praktijkondersteuners te betrekken bij de samenstelling van het blad”, is de mening van de kersverse hoofdredacteur.
Bij het ter perse gaan van dit nummer was de nieuwe TPO-redactie helaas nog niet bekend.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2008, nummer 1

Literatuurverwijzingen: