Mijn praktijkondersteuner / Mijn huisarts

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

De praktijkondersteuner: Annemieke de Jong (38), POH bij huisartsenpraktijk Filius, Mus en Hylkema in Amersfoort
Opleiding: A-verpleegkunde, POH
Werk hiervoor: verpleegkundige in andere praktijk, een jaar verpleegkundige in ziekenhuis

“In de pilotgroep van de Hogeschool Utrecht volgde ik in 2001 als een van de eersten de opleiding tot POH. Tijdens deze opleiding kwam ik bij Louise in dienst. Daarvoor had ik al bijna tien jaar in een andere huisartsenpraktijk gewerkt. Twee jaar na mijn opleiding tot praktijkondersteuner was ik aan iets anders toe. Ik koos ervoor om weer, voor het eerst na mijn A-opleiding, in het ziekenhuis te gaan werken. Na een jaar concludeerde ik dat een huisartsenpraktijk toch de ideale werkplek was voor mij. Waarom? In het ziekenhuis is de schaal echt enorm: je doet met veel mensen hetzelfde werk. Hier doe je met veel minder personen verschillende taken. Dat ligt me meer. Het regelmatige contact met patiënten, de kleine groep waar je mee samenwerkt, de functie van eerste aanspreekpunt: dat bevalt me nog steeds het beste. Naast dit werk ben ik ook projectmedewerker bij de Huisartsenvereniging Eemland. Bovendien ben ik de laatste vier jaar gastdocent geweest op de POH-opleiding in Utrecht voor de module praktijkmanagement. Daar ben ik mee gestopt, alles bij elkaar werd het wel erg veel werk.
Mijn spreekuren betreffen vrijwel allemaal chronische zorg: diabetes, CVR, astma/COPD, atopie en acne. Ik schrijf de protocollen en begeleid de patiënten. Ook ben ik actief op het gebied van kwaliteitsbeleid. Samen met de hier pas gestarte HIDHA werk ik aan een kwaliteitsproject. Deze praktijk is bezig met een HOED-vorming en op termijn willen we ook de accreditering van het NHG aanvragen. In de aanloop hiernaartoe zijn we gaan inventariseren op welke punten verbeteringen wenselijk waren. Uiteindelijk is er besloten het project toe te spitsen op het EMD: hoe is een uniforme, adequate en actuele registratie van patiëntengegevens te realiseren? Samen met de nieuwe huisarts heb ik een plan van aanpak geschreven. Het tempo van invoeren van dit plan in de praktijk ligt lager dan ik had verwacht, maar iedereen is er in ieder geval wel mee bezig: wat mankeert er precies aan onze verslaglegging, hoe kan dat beter? Deze bewustwording heeft al een aantal nieuwe afspraken voortgebracht, bijvoorbeeld over de manier waarop we nieuwe patiënten invoeren in de computer. We verwachten dat het project niet alleen de kwaliteit verbetert, maar ook de efficiëntie en effectiviteit van het werk. We maken wel continu de afweging tussen de kwaliteitsverbetering en de hoeveelheid tijd die erdoor van de directe patiëntenzorg af gaat. Ik hoor nogal eens uit andere praktijken dat er veel tijd en energie wordt gestoken in allerlei kwaliteitsmetingen, die uiteindelijk te weinig opleveren. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.
De samenwerking met Louise is goed, anders had ik natuurlijk ook niet teruggewild naar deze praktijk. Met alle drie de huisartsen hier heb ik wekelijks overleg. Dit is lang niet altijd even uitgebreid, maar het staat wel structureel in hun agenda’s gepland, dus er is altijd ruimte voor. Wat ik zelf leuk vind om te zien, is de groeiende overtuiging van huisartsen dat de praktijkondersteuner niet meer is weg te denken uit de praktijk. Ze hebben geleerd om zorg in samenwerking met een andere discipline te verlenen. Tot een paar jaar terug werkten ze nog veelal op projectbasis met praktijkondersteuners. Dat is nu compleet veranderd. Huisartsen willen gewoon goede patiëntenzorg verlenen, en ze zien steeds meer hoe essentieel praktijkondersteuners hier in zijn.”

De huisarts: Louise Filius (48), Huisarts in praktijk Filius, Mus en Hylkema
Praktijk: twee praktijkvoerende artsen, één huisarts in dienst
POH vanaf: 1996

“Mijn voorganger in deze praktijk was een voorstander van innovatie: vandaar dat er hier al vanaf 1996 praktijkondersteuning was. Eerlijk gezegd moest ik wel wennen aan ondersteuning. Zeker wat het protocollaire stuk betreft. Als huisarts ben je gewend te handelen vanuit je eigen inzicht, en opeens waren er allerlei regeltjes en streefwaarden. Ook het aansturen van nieuwe praktijkondersteuners kostte veel tijd. In totaal hebben we driemaal een nieuwe praktijkondersteuner gekregen. Ik vroeg me af of het delegeren dan wel voldoende tijdwinst oplevert. Gelukkig keerde Annemieke naar ons terug vanuit het ziekenhuis; zij hoefde maar weinig bijgespijkerd te worden. Nu draait de chronische zorg in onze praktijk weer prima.
Er is wel verschil in de attitude van praktijkondersteuners. De meeste verpleegkundigen zijn meer op care gericht, terwijl wij ons als arts meer op cure richten. Voor de care, dus de zorg, informatie geven en uitleggen, is meer tijd nodig dan wij gewend waren. Het was daardoor even wennen aan de tijd die een praktijkondersteuner plant voor een patiënt.
Annemieke is een bijzonder goede praktijkondersteuner, slim en ondernemend. Ook in haar beleidsmatige taken merk ik haar grote drive om alles te begrijpen en zaken goed op te zetten en in gang te houden. Ze schrijft beleidsstukken beter dan wie ook hier in de praktijk, en ze vindt het nog leuk ook. Ook aan zoiets als het jaarverslag werkt ze met plezier, dat is een meerwaarde voor de praktijk. Ik weet dat ze natuurlijk niet het standaardvoorbeeld is van een praktijkondersteuner die alleen spreekuren onder haar hoede heeft. Annemieke fungeert als aanjager van allerlei zaken waar we anders niet aan toe zouden komen. De accreditatie van het NHG bijvoorbeeld, of de ketenzorg rond diabetes. Kijk, hier ligt toevallig het huiswerk voor de cursus voor insulinetherapie: dat maakt zij, samen met een ondersteuner uit een andere praktijk. We bespreken het ook samen. Ik weet dat niet alle huisartsen dit soort zaken kunnen of willen delegeren, maar mij kost het geen enkele moeite.
Door alle spreekuren en extra klussen redt Annemieke het lang niet altijd in de vijftien uur die ze officieel werkt. Overuren betalen we uit of worden omgezet in vrije dagen. Dat mag ze zelf kiezen. Wat ik geleerd heb van haar? Dat goede voorlichting zin heeft, ook wat therapietrouw betreft. Verder doet ze medicatievoorstellen met goede redenen. In feite weet ze zo langzamerhand meer dan ik op haar aandachtsgebieden, ook over nieuwe medicatie. Dat vind ik geen probleem, maar laatst beseften we wel dat het goed zou zijn als ik ‘haar’ patiënten, vooral de diabeten, minstens een keer per jaar weer zou gaan zien, anders krijg je toch het gevoel dat de mensen een beetje door je handen heen glippen. Of mijn werk onmogelijk is zonder praktijkondersteuning? Dat zeg ik niet meteen, maar het zou zeker inboeten aan kwaliteit, het zou leiden tot minder aandacht voor de patiënten, en het zou minder werkplezier voor ons betekenen (want harder werken). Het is een fijne gedachte dat ik patiënten met bepaalde aandoeningen kan doorsturen in de wetenschap dat er goed voor ze zal worden gezorgd.”

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2007, nummer 2

Literatuurverwijzingen: