Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Mensen zijn suckers for compliments

Van je fouten kun je leren

Deze uitspraak hebben we allemaal talloze malen in ons leven gehoord. En natuurlijk, er zit veel leerzaams in het analyseren van wat we verkeerd hebben gedaan en vervolgens te proberen dezelfde fout niet nog eens te maken. Maar als het gaat om gedragsverandering lijken gemaakte fouten alleen maar ontmoedigend te werken. Het is nu eenmaal erg moeilijk om je gedrag aan te passen en dan worden ‘fouten’ gemakkelijk en bij herhaling gemaakt. Een negatief zelfbeeld kan dan het gevolg zijn en dát is bepaald geen voorwaarde waaronder mensen hun rug recht kunnen houden. Vaak ook wordt het te veranderen gedragsaspect zó onaantrekkelijk gevonden (wie wil nu stoppen met roken als je er niet alleen chagrijnig van wordt, maar ook nog eens verschrikkelijk dik?) en het na te streven doel zó onhaalbaar (35 kilo afvallen? Dat kost járen!) dat een heel andere benadering dan ‘van je fouten kun je leren’ wellicht effectiever is.

Regelrecht naar het graf…

De heer Ververs komt voor zijn kwartaalcontrole bij praktijkondersteuner Marieke Philips, die de gebruikelijke tests en onderzoeken uitvoert. De uitslagen zijn niet bemoedigend…
‘Meneer Ververs, u zult echt iets aan uw leefgewoonten moeten gaan doen’, zegt Marieke. Ze kijkt de patiënt streng aan om te zien of haar boodschap wel goed op hem overkomt. Ververs schuifelt wat op zijn stoel met zijn blik op de boekenkast achter haar. Marieke besluit er dus een schepje bovenop te doen, opdat de ernst van de situatie tot de patiënt doordringt: ‘U rookt, u hebt een bloeddruk van ruim 180 mmHg, en ook uw cholesterolgehalte en bloedsuikerspiegel zijn veel te hoog. Het risico dat u binnen 10 jaar overlijdt aan een hartziekte is bijna 20%. Zo kunt u echt niet blijven doorgaan.’
Ververs staart inmiddels uit het raam waar een plantsoentje in de zon ligt te baden. Maar Marieke laat zich niet uit het veld slaan: ‘Als u stopt met roken daalt uw risico meteen heel sterk, kijk maar op deze tabel. En er moet minstens 20 kilo vanaf. We kunnen u vanuit de praktijk helpen bij het stoppen met roken en u verwijzen naar een diëtiste. Ook is het gemakkelijker om af te vallen wanneer u wat meer beweegt. Misschien kunt u lid worden van een sportschool?’

Te veel van het goede

Marieke heeft natuurlijk gelijk. Aan al deze dingen zal de heer Ververs iets moeten doen als hij zijn prognose er wat gunstiger wil laten uitzien. Maar een levensopdracht op deze manier verpakt, is bijna altijd gedoemd te mislukken. Het aanpakken van slechts één gedragsaspect is al verschrikkelijk moeilijk. Als ze drie dingen tegelijk moeten veranderen, zullen veel patiënten hun toekomstige leven niet meer erg rooskleurig vinden.
Het vervolgtraject is dan ook voorspelbaar. Chagrijnig gaat Ververs naar huis. Misschien zal hij beginnen met een poging om dát te veranderen wat voor hem het makkelijkst lijkt: hij vertelt zijn vrouw dat hij moet afvallen en dat ze alleen nog maar gezond en mager mag koken voor hem. Hij neemt zich voor volgende week eens contact op te nemen met een sportschool. En dat stoppen met roken komt dan wel eens als hij wat beter in zijn vel zit, want nu is er even veel te veel stress in zijn leven.
Als het meezit eet de heer Ververs een paar dagen heel gezond. Maar dan komen de buren op hun vaste klaverjasavond en worden de blokjes kaas en plakjes worst op tafel gezet. De heer Ververs gaat dan écht niet op een worteltje knabbelen. En ach, dan doet dat pilsje er ook niet meer toe. Kom, hij steekt er ook nog maar eentje op…
De volgende dag voelt de heer Ververs zich een slapjanus en een mislukkeling. Het schuldgevoel knabbelt effectief aan zijn zelfbeeld. En wie bewezen heeft niet genoeg wilskracht te hebben, verliest het vertrouwen dat hij een volgende poging wél zal kunnen volhouden. Dat telefoontje naar een sportschool gaat er een weekje later vermoedelijk dan ook niet meer van komen. De heer Ververs heeft zich er tegen die tijd allang bij neergelegd dat afvallen en gezond leven veel te moeilijk is voor hem.

Die praktijkondersteuner moet niet zeuren!

Het klinkt raar, maar de patiënt die dit zegt, heeft misschien gelijk. Niet dat de praktijkondersteuner geen reden heeft tot zeuren, maar het ziet ernaar uit dat het averechts werkt. En eigenlijk weten we dat diep in ons hart best. Wie wil dat een kind opgroeit tot een sterk en verantwoordelijk mens, stimuleert en beloont het en geeft het complimentjes. Als je constant benadrukt ‘dat kun jij niet, daar ben jij nog te klein (of erger: te dom) voor’ en gemaakte fouten ‘afstraft’ , maak je een kind onzeker. Het zal op den duur uitdagingen uit de weg gaan.
Wie denkt dat dit alleen bij kinderen zo werkt, heeft het mis. Volwassenen hebben net zo hard stimulans en waardering nodig; dát geeft kracht om lastige dingen aan te pakken. De geestelijk mishandelde vrouw die haar ego heeft zien wegsmelten doordat haar echtgenoot haar eindeloos kleineerde, zal dat alleen maar kunnen bevestigen. En de man die niet meer reageert op het zeuren van zijn echtgenote over huishoudelijke klusjes, zou misschien wat hulpvaardiger worden als ze hem bij ieder gewassen vaatje de hemel in prees.
Ga maar na waarop enthousiaster zal worden gereageerd:

  • ‘Zou jij even dat schilderijtje willen ophangen? Jij bent altijd zó handig in die dingen, en dan hangt het tenminste precies recht en op de goeie plek.’
  • ‘Zou jij even dat schilderijtje willen ophangen? Je hebt al in geen weken een vinger uitgestoken in huis en nou zit je daar alweer op je luie kont.’

Het is niet anders: mensen zijn suckers for compliments en we zijn allemaal bereid een stapje harder te lopen als we weten dat we daar waardering mee oogsten. Oók zelfwaardering.

Weggegooid geld

Misschien is het ook wel te wijten aan het ‘verkeerd verpakken van de boodschap’ dat we de afgelopen jaren zoveel – peperdure! – publiekscampagnes hebben zien mislukken. Jongeren zijn niet minder gaan drinken, ze stunten almaar door met vuurwerk, ze hebben nog steeds geen verlichting op hun fiets en er is nog altijd evenveel zinloos geweld. Mensen vallen niet massaal af, gaan niet op grote schaal meer bewegen en zijn zelfs in het afgelopen jaar weer meer gaan roken. Dat was dus weggegooid geld.
De enige campagnes die succes lijken te hebben, zijn die waarin het menselijk falen wordt onderkend. Zo zegt de succesvolle bobcampagne niet dat je je niet helemaal lam mag drinken; je moet er alleen voor zorgen dat er dan iemand anders rijdt. De (ooit) gelukte anti-aidscampagne schreef niet voor dat mensen moesten afzien van wisselende seksuele contacten, ze moesten daarbij alleen een condoom gebruiken. (Vergelijk dat maar eens met het falen van de boodschap van het Vaticaan!)
De overheid onderkent inmiddels dat de negatieve boodschap niet werkt en probeert het nu met de positieve benadering. De inmiddels verschenen borden met bijvoorbeeld ‘I ? afstand houden’ zijn daarvan een goed voorbeeld, al doen de teksten erg geforceerd aan.

Uiterst kleine stapjes

Ook praktijkondersteuners zullen vermoedelijk meer succes hebben met hun boodschap als deze positief is verwoord. Maar als de boodschap nou eenmaal niet vrolijk is, valt het niet mee om daar toch een positieve wending aan te geven. ‘Wat heerlijk voor u, meneer Ververs, u mag afvallen!’ zal weinig overtuigingskracht hebben. Maar wat dan wél?
Allereerst is het besef belangrijk dat gedragsverandering een lange adem vergt. Van de patiënt én van de praktijkondersteuner. Dit omdat alle stapjes die worden gezet heel klein moeten zijn:

  • In de tijd. Iemand stimuleren tot ander gedrag gaat niet in een paar minuten. Het vergt een langdurig proces voordat iemand voldoende gemotiveerd is om zijn gedrag aan te pakken, en vervolgens is weer heel veel tijd nodig om het nieuwe gedrag aan te leren. De praktijkondersteuner zal er bij de begeleiding dus rekening mee moeten houden dat gedragsverandering veel geduld vergt.

  • In het te behalen doel. Zeggen dat iemand 35 kilo moet afvallen zal weinig aanlokkelijk overkomen. In de nieuwe richtlijnen rond cardiovasculair risicomanagement is dan ook het idee losgelaten om patiënten in de richting van een gezonde BMI te dwingen. Het streven is nu naar een gewichtsverlies van 10%. Een heel wat makkelijker haalbare stap, en het risico op hart- en vaatziekten daalt er toch fors mee. (Bovendien kan zo’n stap na een poosje misschien nog eens herhaald worden.)

  • In de beloningsmomenten. Dit is essentieel. Iemand die voorgoed stopt met roken en na een week een sigaret opsteekt, ziet zijn gehele poging mislukken. Iemand die zichzelf elke dag heeft beloond voor het rookvrij blijven, heeft er zes geslaagde dagen op zitten en één mislukte dag. Dan is het veel gemakkelijker om opnieuw te streven naar een rookvrije dag. En nóg eentje. Door het veelvuldig belonen leren mensen meer van het prettige gevoel dat geslaagde gedragsverandering hun oplevert dan van hen fouten!

Maar nu de praktijk…

Terug naar de heer Ververs. Het moge inmiddels duidelijk zijn dat Marieke Philips volkomen gelijk heeft met haar adviezen, maar dat deze vermoedelijk toch geen doel zullen bereiken. Wat kan zij dan doen om de heer Ververs toch te bewegen tot een gezondere leefwijze?
Steeds vaker worden ‘motiverende gesprekstechnieken’ ingezet om gedragsverandering te bewerkstelligen. In de NHG-cursus Starten met stoppen kunnen de huisarts, praktijkondersteuner en -assistente die patiënten willen begeleiden bij het stoppen met roken, met die technieken kennismaken. Een motiverende gespreksvoering is echter belangrijk op talloze momenten in de spreekkamer. Daarom gaat TPO de komende aflevering in op een aantal aspecten van deze methodiek, compleet met tips voor de dagelijkse praktijk. Ook gaan we in op manieren om een niet altijd prettige boodschap voor de patiënt wat positiever te verpakken. En dat is niet alleen fijn voor de patiënt, het maakt ook het werk van de praktijkondersteuner er leuker én bevredigender op!

Je eigen tips in TPO?

Misschien heb je zelf een positieve manier gevonden om patiënten aan te zetten tot gedragsverandering, of heeft een bepaalde aanpak bij een specifieke patiënt geleid tot het gewenste resultaat? We nodigen je dan graag uit om je tip in deze kolommen te delen met je collega’s. Iedere anekdote, elk foefje is welkom, want de motivatie van patiënten is niet gemakkelijk. Wie weet wat anderen kunnen hebben aan jouw sprankelende ideeën!
Mail je tip aan tpo@nhg.org en wij zullen de inzendingen bundelen tot een artikel in deze reeks.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2007, nummer 4

Literatuurverwijzingen: