Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Hoe kritisch ben jij?

redactie

Het is belangrijk om kritisch in het leven te staan, zeker als je in de gezondheidssector werkt. De tv-uitzending van Tros Radar op 31 augustus jongstleden onderstreepte weer eens hoe goedgelovig we eigenlijk zijn. Deze uitzending ging over de gewiekste methoden die farmaceutische fabrikanten gebruiken om hun koopwaar aan de man te brengen. Fabrikanten van farmaceutische producten mogen geen directe reclame maken voor medicijnen, behalve als die reclame rechtstreeks op artsen is gericht. Je zult in dit blad dan ook geen dergelijke advertenties vinden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Medisch Contact, Huisarts en Wetenschap en het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Ook bij farmaceutische producten worden de grenzen opgezocht. We herinneren ons waarschijnlijk allemaal nog de reclame waarin een baby akelig dicht boven een teennagel werd gehouden. Het ging over schimmelnagels; een kwaaltje waar de hele mensheid last van heeft. En je doet natuurlijk alles om je kindje dat ongemak te besparen. Een andere vaker gebruikte methode om de Code Publieksreclame voor Geneesmiddelen te omzeilen bestaat uit het een tot op dat moment als onschuldig beleefd ongemak aan te merken als een ziekte. In Engeland noemen ze dat ‘disease mongering’ en een Engelse huisarts, Iona Heath, schreef daar veel behartenswaardigs over. Het gaat altijd om ‘onschuldige’ kleine kwalen als hoofdpijn, slapeloosheid, restless legs, maagpijn en schimmelnagels. Het ingeschakelde reclamebureau stippelt een hele campagne uit met als vaste onderdelen een onderzoek dat aantoont dat het probleem vaak voorkomt en door artsen dikwijls niet goed wordt onderkend of behandeld, en een aan de kwaal gekoppelde website, inclusief zelftest. Wanneer je bij zo’n zelftest invult ook maar het geringste vermoeden te hebben dat je aan de ziekte (bijvoorbeeld slapeloosheid) ‘lijdt’, raadt de zelftest je met klem aan direct contact op te nemen met de huisarts. Die is inmiddels via een andere weg benaderd om bij slapeloosheid toch vooral middel x voor te schrijven. Als het goed is, hangen er in de wachtkamer posters van het middel en liggen de folders voor het grijpen. Tros Radar bracht een aardig staaltje ‘wakkerschudjournalistiek’. Om het geheel nog eens extra aan te dikken zette Radar, in samenwerking met DGV, Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik, een heuse campagne rondom winderigheid (flatulentie) op touw. Wederom dankzij een professioneel reclamebureau en een gedegen voorbereiding bleken de media dit feilloos op te pakken. En niet te vergeten dankzij onderzoeksbureau TNS NIPO, dat verantwoordelijk was voor de ‘harde’ cijfers wat betreft winderigheid.

Manipulatie

Ruim een jaar geleden schreven Jaap van der Laan en Christine Weenink in dit blad over de invloed van de farmaceutische industrie op de huisarts(enpraktijk).1 Ook zij deden een boekje open over de reclamemethoden van farmaceuten. Praktijkondersteuners zijn een geliefd doelwit. Dat heeft te maken met het stijgende aandeel van praktijkondersteuners in de huisartsenzorg. Zij zijn immers verantwoordelijk voor de begeleiding bij een aantal aandoeningen, die niet alleen vaak voorkomen, maar ook nog eens forse hoeveelheden medicatie vereisen: diabetes mellitus, astma/COPD en hart- en vaatziekten. Zelfs in sommige POH-opleidingen dringt de farmaceutische industrie door. We kunnen als redactie van het Tijdschrift voor praktijkondersteuning niet genoeg onderstrepen hoe belangrijk onafhankelijke informatie is en doen er ook alles aan om die te blijven geven. Makkelijk is dat niet, want we moeten continu op onze hoede blijven: bij het maken van de journaals tot aan het beoordelen van onderzoeksartikelen. We trachten de door ons gepubliceerde artikelen zo goed mogelijk te beoordelen op hun validiteit: klopt de methodologie, zijn de conclusies wel te trekken uit het verzamelde materiaal en is de slotparagraaf in overeenstemming met de resultaten? De serie ‘wetenschap in een notendop’ verschaft de lezer het instrumentarium om zelf kritisch te blijven op de inhoud van de geboden informatie. Een echte discipline bestaat immers bij gratie van onafhankelijk denkende, goed geschoolde en kritische beroepsbeoefenaars. De praktijkondersteuner is hard op weg zich een dergelijke plaats te verwerven.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2009, nummer 5

Literatuurverwijzingen:

1Weenink C, Van der Laan J. ‘En neem nooit een snoepje aan van een vreemde meneer!’ De relatie tussen de farmaceutische industrie en de huisartsenpraktijk. Tijdschr praktijkonderst 2009;3:101-4.