Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Fitness helpt na CVA, maar langetermijneffecten zijn onbekend

Avatar
Redactie NHG/BSL

Context CVA-patiënten hebben vaak een verminderde conditie. Door de gevolgen van een CVA is lichamelijke activiteit lastiger dan voor gezonde mensen en dit kan leiden tot vermijding van lichamelijke activiteit. Er bestaat een verband tussen lichaamsbeweging en langetermijngezondheidseffecten, zoals een hogere kwaliteit van leven en een betere lichamelijke conditie. Het is aannemelijk dat lichaamsbeweging ook voordelen oplevert voor CVA-patiënten.

Klinische vraag Heeft fitness (conditie- en krachttraining) een gunstig effect op zelfstandigheid, lichamelijke handicap en overlijden na een CVA?

Conclusie auteurs Geen van de 24 gevonden onderzoeken onderzocht de effecten van fitnesstraining op afhankelijkheid. De meeste effecten gemeten voor beperkingen in de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) waren niet significant. Cardiotraining verbeterde wel de maximale loopsnelheid met 6,47 meter per minuut, 95%-BI 2,37-10,57, het uithoudingsvermogen met 38,9 meter per 6 minuten, 95%-BI 14,3-63,5 en verminderde afhankelijkheid tijdens het lopen (Functional Ambulation Categories) met 0,72 punten, 95%-BI 0,46-0,98. Over krachttraining is weinig informatie gevonden.

Beperkingen Het blijft onduidelijk of (en hoe) de duur van de training invloed heeft op de uitkomsten. Ten tweede is spierkracht geassocieerd met functionele voordelen na een CVA, maar onderzoek naar krachttraining ontbreekt. Ook werden de langetermijneffecten vrijwel niet bestudeerd.

Bron Saunders DH, Greig CA, Gillian EM, Young A. Physical fitness training for stroke patients. Cochrane Database Syst Rev 2009; Issue 4. Art. No.: CD003316. De review omvat 24 onderzoeken met in totaal 1147 deelnemers.

Commentaar

De belangrijkste uitkomst van deze review is dat conditietraining na een cerebrovasculair accident (CVA) de loopsnelheid, het uithoudingsvermogen en de onafhankelijkheid tijdens het lopen verbetert. De langetermijneffecten blijven echter onbekend. Voor iedereen geldt dat conditie en algemeen functioneren afnemen met de leeftijd. Lichamelijke inactiviteit versnelt dit proces. Het is mogelijk dat de gevonden uitkomsten van conditietraining alleen zichtbaar zijn omdat er een periode van verslechtering aan vooraf is gegaan. Om de ware effecten beter te kunnen meten is dus uitgebreider onderzoek nodig. Hierbij kan gedacht worden aan onderzoek naar patiënten met een grotere variatie in ernst van het CVA en een uitgebreider vervolg. Een andere beperking van deze review is dat er niet gekeken is naar de duur van de training en de invloed hiervan op de uitkomsten. Er zijn namelijk aanwijzingen dat het uitvoeren van de ADL alleen al voldoende is om meetbare effecten teweeg te brengen bij ouderen. Dit zou kunnen betekenen dat patiënten die zich aan de bewegingsadviezen van de huisarts of praktijkondersteuner houden al voldoende training krijgen om de loopfunctie te verbeteren.
Op dit moment komen in Nederland CVA-patiënten onder de hoede van de huisarts als zij uit de revalidatiekliniek of het ziekenhuis komen. De huisarts of de praktijkondersteuner begeleiden onder meer bij het stoppen met roken en geven advies over beweging. De NHG-Standaarden geven hierover concrete aanbevelingen. Alle mensen met een verhoogd cardiovasculair risico moeten het advies krijgen om voldoende te bewegen. Concreet betekent dit ten minste 5 dagen per week 30 minuten per dag fietsen of stevig wandelen.
In huisartsenpraktijken waar de praktijkondersteuner de follow-up van CVA-patiënten kan doen, is het dus van belang dat patiënten gestimuleerd worden om te bewegen en dat daar een zekere mate van controle op is. Lukt het de patiënt niet om voldoende te bewegen, maar staat hij wel open voor begeleiding, dan is verwijzing naar de fysiotherapeut een optie.
Conditietraining beïnvloedt de loopfunctie op korte termijn positief. Effecten op de belangrijkste eindpunten, zelfstandigheid, handicap en overlijden blijven helaas onduidelijk. Daarom is de waarde van deze review voor de huisartsenpraktijk beperkt. Ik zie vooralsnog dan ook geen reden voor de Nederlandse huisartsenpraktijk om af te wijken van de huidige bewegingsadviezen omschreven in de NHG-Standaarden.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2010, nummer 4

Literatuurverwijzingen: