Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Dosering gliclazide bij diabetes mellitus

Avatar
Redactie NHG/BSL

Stappenplan

In de onlangs herziene NHG-Standaard Diabetes Mellitus (zie het oktobernummer 2013) staan bij de behandeling met bloedglucoseverlagende middelen drie stappen beschreven:

Stap 1 – Start met metformine.

Stap 2 – Voeg een sulfonylureumderivaat aan metformine toe.

Stap 3 – Voeg NPH-insuline toe aan orale bloedglucoseverlagende middelen.
Bij stap 2 heeft, binnen de sulfonylureumderivaten, gliclazide de voorkeur, omdat het iets beter lijkt te werken als men kijkt naar het voorkomen van sterfte. Daarnaast heeft gliclazide geen dosisaanpassing nodig bij een verslechterende nierfunctie en is er een beperkt risico op hypoglykemie.

Andere dosis, zelfde effect

Gliclazide is beschikbaar als tablet met gereguleerde afgifte (MGA) in tabletten van 30 en 80 milligram. Gestart wordt met 1 tablet gliclazide 30 of 80 mg. Deze tabletten komen overeen in werking, zodat het niet uitmaakt met welke tablet wordt gestart. Ook de officiële bijsluiter van gliclazide 30 mg geeft aan dat 1 tablet van 80 mg overeenkomt met 1 tablet van 30 mg.
Het lijkt in eerste instantie merkwaardig dat een tablet met 80 mg werkzame stof hetzelfde doet als een tablet met 30 mg van dezelfde werkzame stof. Echter, uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat beide tabletsoorten een even grote daling van de nuchtere glucosewaarden en de HbA1C-waarden geven. Ook het veiligheidsprofiel is gelijk: hypoglykemieën komen evenveel voor bij beide tabletsoorten (zie de NHG-Standaard Diabetes Mellitus, tabel 6 en noot 65).
Dat verschillende tabletsoorten die andere hoeveelheden van dezelfde werkzame stof bevatten, hetzelfde effect sorteren, is te begrijpen door het verschil in ‘tabletconstructie’.
De tablet met 30 mg bevat een ‘matrix’, die ervoor zorgt dat de werkzame stof langduriger wordt afgegeven. Bovendien geeft deze al zijn werkzame stof af, terwijl de tablet van 80 mg slechts een deel afgeeft. Door deze verschillen in ‘tablettechnologie’ heeft de tablet met 80 mg meer werkzame stof nodig dan de tablet van 30 mg om hetzelfde effect in het lichaam te bereiken.
Als er meer tabletten worden voorgeschreven, kunnen tabletten van 30 mg eenmaal per dag bij het ontbijt worden ingenomen, vanwege de langduriger afgifte. Bij meer tabletten van 80 mg moeten deze verspreid over de dag worden ingenomen. Mocht de wens bestaan om een patiënt over te zetten van de ene tablet naar de andere, hou dan als leidraad aan dat 1 tablet van 80 mg te vervangen is door 1 tablet van 30 mg.
Gliclazide 30 mg (MGA) stond vroeger bekend als specialité onder de naam Diamicron MR®, maar is al langere tijd generiek leverbaar. Gliclazide 30 mg MGA is gelijkwaardig aan Diamicron MR®, maar veel goedkoper. Daarom is het van belang om bij het voorschrijven van gliclazide de stofnaam te gebruiken.

Conclusie

Bij het starten van stap 2 bij de behandeling van diabetes mellitus zijn gliclazide 80 mg (MGA) en gliclazide 30 mg (MGA) gelijkwaardig. Als een patiënt meer tabletten nodig heeft, kunnen die in geval van gliclazide 30 mg (MGA) eenmaal per dag worden gegeven (maximaal 1 dd 4 tab 30 mg bij het ontbijt); in geval van gliclazide 80 mg (MGA) is twee(of drie-)daagse dosering nodig (maximaal 3 dd 1 tab 80 mg). Schrijf altijd voor op stofnaam.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2014, nummer 1

Literatuurverwijzingen: