Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Vragen

redactie

In het Tijdschrift voor praktijkondersteuning bieden we je de mogelijkheid om je kennis up to date te houden, onder meer door te testen hoe het is gesteld met je kennis. De toetsvragen en -antwoorden zijn bedacht door huisarts Janine Freeke en zijn als juist/onjuist geformuleerd. Heb je zelf een vraag? Mail deze naar tpo@nhg.org. Wij sturen je vraag door naar Janine. Bij de 58-jarige mevrouw Van de Veer is onlangs diabetes mellitus type 2 vastgesteld. De praktijkondersteuner bespreekt het belang van bewegen. Een actieve leefstijl met een sportieve trainingsbelasting van enkele malen per week (1) halveert de kans op het krijgen van diabetes mellitus, en (2) stelt het ontstaan van diabetes mellitus type 2 uit bij mensen met een verhoogd risico op het ontwikkelen van de ziekte.

1.

Bewering 1 is juist.

2.

Bewering 2 is juist.

Door te bewegen neemt het energieverbruik toe en is er extra doorbloeding van de weefsels. Hierbij (1) neemt de insulinebehoefte toe en (2) vermindert het glucoseverbruik.

3.

Bewering 1 is juist.

4.

Bewering 2 is juist.

Mevrouw Van de Veer is benieuwd hoe vaak per week zij dan moet gaan sporten, aangezien zij al een druk weekprogramma heeft. De praktijkondersteuner legt uit dat de toename in insulinegevoeligheid bij regelmatig sporten gemiddeld 48 tot 72 uur aanhoudt; dit betekent dus dat eens per 2 à 3 dagen sporten voldoende is.

5.

Deze uitleg is juist.

Daarnaast kampt mevrouw Van de Veer met artrose van haar rechterheup, inclusief bijbehorende pijnklachten. Een van de redenen dat zij tot nu toe niet sport, is dat zij het idee heeft geen topprestaties te kunnen leveren. Ook weet zij niet welke sporten met haar heup goed mogelijk zijn. De praktijkondersteuner vertelt dat elke toename van lichamelijke activiteit een gunstig effect heeft, niet alleen flink sporten.

6.

Deze uitleg is juist.

Bij mensen met heupslijtage zijn hardlopen en wandelen meer geschikte sporten dan zwemmen of fietsen.

7.

Deze uitleg is juist.

Mevrouw Van de Veer blijkt al regelmatig te fietsen: alles binnen de stad doet zij op de fiets in plaats van telkens de auto te pakken. Ook fietst zij dagelijks naar haar werk. Zij vraagt of dit ook telt als lichaamsbeweging. De praktijkondersteuner meent dat je vele kleine lichte inspanningsactiviteiten over de dag bij elkaar op mag tellen om het rendement van het bewegen te beoordelen.

8.

Deze uitleg is juist.

Sporten vraagt extra energie van het lichaam en het benutten van de aanwezige glucose en vetten kan tot een verandering van de stofwisseling leiden. Dit geeft een risico op hypoglykemie.

9.

Dit risico geldt alleen voor insulineafhankelijke diabeten.

10.

Dit risico treedt vooral op tijdens en direct na de inspanning.

De antwoorden staan in een apart artikel.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2010, nummer 1

Literatuurverwijzingen: