Vragen

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Meet je kennis met de TPO-Kennistoets! De vragen in deze kennistoets zijn gebaseerd op de NHG-Standaard ADHD bij kinderen. Op de volgende pagina vind je de antwoorden. Correspondentie: tpo@nhg.org.

Mevrouw Den Breider heeft sinds twee maanden haar handen vol aan haar 5-jarig zoontje Teun. Hij is erg druk en kan zich slecht concentreren. Haar man had iets gelezen over kinderen met ADHD en stelde voor om met Teun naar de dokter te gaan om hem op ADHD te laten onderzoeken. De huisarts zegt dat de termijn van twee maanden te kort is om de diagnose ADHD te kunnen stellen.



Mevrouw Den Breider heeft gehoord over medicatie voor kinderen met ADHD: Ritalin®. Ze vraagt of Teun dat middel ook kan krijgen. Als het aanslaat, is in elk geval duidelijk dat Teun ADHD heeft, denkt ze. Proefbehandeling met methylfenidaat (Ritalin®) kan inderdaad helpen om de diagnose ADHD te stellen.



Mevrouw Den Breider vertelt dat Teun op school een engel in eigen persoon is: een rustig, gezeglijk kind, volgens de juf. De huisarts zegt dat de diagnose ADHD dan onwaarschijnlijk is. Om de diagnose ADHD te kunnen stellen, moeten de diagnostische gedragskenmerken in minimaal twee omgevingen aanwezig zijn.



Bij een ander kind, Gwen Jansen, heeft de huisarts de diagnose ADHD gesteld. Gwen heeft slaapproblemen: ze kan moeilijk in slaap komen en ’s ochtends kan ze niet wakker worden. Gwens moeder vraagt zich af of de slaapproblemen met ADHD te maken hebben. De huisarts antwoordt dat slaapproblemen inderdaad vaker voorkomen bij kinderen met ADHD.



De verschijnselen van ADHD bij Gwen zijn voor haar ouders nog wel te hanteren. De huisarts noteert in het EPD: hyperactief, impulsief probleemgedrag en lichte beperkingen in het functioneren. De huisarts geeft de ouders voorlichting en opvoedingsadviezen, maar schrijft geen medicatie voor.



Kinderen met ADHD presteren beter bij opdrachten die onder hun niveau liggen.



Een kind van vijf jaar bij wie de huisarts ADHD vermoedt, moet naar de generalistische basis-ggz worden verwezen.



Gwen Jansen gaat na een tijdje toch methylfenidaat gebruiken. Als ze het een tijdje gebruikt, belt haar moeder op een dag ongerust naar het telefonisch spreekuur van de huisarts. Gwen blijkt veel last te hebben van buikpijn. De huisarts zegt dat ze voor Gwen een afspraak moet maken op het spreekuur, zodat hij Gwen kan onderzoeken. Hij zegt ook dat buikpijn een bijwerking kan zijn van methylfenidaat.



Bij kinderen die methylfenidaat gebruiken op voorschrift van de huisarts is in de stabiele fase een jaarlijkse controle voldoende.



Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2016, nummer 3

Literatuurverwijzingen: