Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Vragen

Avatar
Redactie NHG/BSL

Meet je kennis met de TPO-Kennistoets! De vragen in deze kennistoets zijn gebaseerd op de NHG-Standaard Pijn. Op de volgende pagina vind je de antwoorden. Correspondentie: tpo@nhg.org.

Er bestaan verschillende manieren om pijn te categoriseren. De NHG-Standaard Pijn (verschenen in 2015) maakt onderscheid tussen acute en chronische pijn en tussen nociceptieve en neuropathische pijn. Beantwoord de volgende vragen.





Nociceptieve pijn kun je onderverdelen in somatische en neurogene pijn.
Neuropathische pijn is het gevolg van beschadiging of ziekte van het perifere of centrale zenuwstelsel. Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?





Nu volgen enkele opdrachten over pijnmedicatie, hoewel het voorschrijven van pijnmedicatie eigenlijk tot de taak van de huisarts behoort. We hebben ze toch in deze kennisquiz opgenomen, omdat deze opdrachten inzicht geven in de factoren die een rol spelen bij de keuze van pijnmedicatie.

Bij de behandeling van zowel acute als chronische nociceptieve pijn adviseert de NHG-Standaard een stappenplan. Bij onvoldoende effect van de medicatie kan een middel uit de volgende stap worden ingezet. Is de volgende stelling juist of onjuist?



Bij acute en chronische pijn is paracetamol voor patiënten van alle leeftijden het middel van eerste keus, omdat paracetamol van alle pijnstillers de minste bijwerkingen heeft.




[[tbl:507]]
De heer Toet (69 jaar) komt op jouw spreekuur voor controle van zijn diabetes mellitus type 2. Hij kijkt enigszins moeilijk als hij je een hand geeft. Het blijkt dat hij enthousiast aan het tuinieren is geslagen en nu een pijnlijke rechter bovenarm heeft. Volgens een bevriende fysiotherapeut is er sprake van overbelasting. Hij vraagt jou wat hij daaraan kan doen.





Het blijkt dat meneer Toet al met paracetamol was begonnen. Hij neemt de maximale dosering 4 dd 2. Ondanks de paracetamol voelt hij nog pijn. Hij vraagt jouw advies voor een sterkere pijnstiller.



a. Codeïne.
b. Paracetamol/coffeïne.
c. NSAID-gel.
d. NSAID oraal.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2016, nummer 2

Literatuurverwijzingen: