Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Vragen

redactie

De vragen in deze kennistoets komen uit e-learningprogramma Diabetes nader bekeken van het NHG en zijn gebaseerd op de NHG-Standaarden. Op de volgende pagina vind je de antwoorden. Correspondentie: tpo@nhg.org.

1. Om de hoeveel tijd controleer je een patiënt met diabetes mellitus type 2?

a. eens per zes maanden als glykemische regulering, lipidenspectrum en bloeddruk goed zijn.
b. eens per drie maanden als er sprake is van goede glykemische regulering.
c. zowel a als b zijn juist.

Tijdens je spreekuur zie je kort na elkaar mevrouw Van Dijk (60 jaar) en meneer Alaoui (75 jaar). Bij mevrouw Van Dijk is kortgeleden diabetes mellitus type 2 ontdekt. Ze gebruikt geen bloedglucoseverlagende medicatie. Meneer Alaoui heeft sinds 12 jaar diabetes mellitus type 2 en wordt behandeld met metformine en mixinsuline.
2. Welke HbA1c-streefwaarde hanteer je?

a. Voor mevrouw Van Dijk 53 mmol/mol en voor meneer Alaoui 64 mmmol/mol.
b. Zowel voor mevrouw Van Dijk als voor meneer Alaoui 53 mmol/mol.
c. Voor mevrouw Van Dijk 53 mmol/mol en voor meneer Alaoui 58 mmol/mol.

Bij mevrouw Jansen wordt geen goede glykemische regulering bereikt met metformine en het SU-derivaat gliclazide. De huisarts overweegt insulinetherapie. Tegen mevrouw Jansen zegt ze dat mevrouw dan moet stoppen met de gliclazide.
3. De uitspraak van de huisarts dat mevrouw Jansen dan moet stoppen met gliclazide is conform het medicatiestappenplan in de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2.

a. Juist.
b. Onjuist.

4. De fundusfoto van meneer Alaoui vertoont gelukkig geen afwijkingen. Je zegt tegen hem dat deze foto herhaald moet worden

a. na een halfjaar.
b. na een jaar.
c. na vijf jaar.
d. na twee jaar.

5. Onder meer om na te gaan of de patiënt de juiste insulinedosering gebruikt, kan het bepalen van een dagcurve noodzakelijk zijn. Er zijn verschillende soorten dagcurves. Noem er minstens twee.

6. Met welke insuline wordt over het algemeen gestart als een patiënt op insuline ingesteld moet worden?

a. Een langwerkende insulineanaloog.
b. Een mix-insuline.
c. Insuline glargine.
d. Een middellangwerkend NPH-insuline.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2015, nummer 6

Literatuurverwijzingen: