Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Vragen

Avatar
Redactie NHG/BSL

Hou je kennis up-to-date met de toetsvragen van huisarts Wilma Spinnewijn. De vragen zijn geformuleerd als stellingen (juist/onjuist), de antwoorden staan op de volgende pagina. Heb je een vraag naar aanleiding van de kennistoets? Mail deze naar tpo@nhg.org.

Mevrouw Miedema, 86 jaar, wordt steeds minder mobiel: ze zit veel. Ze is samen met haar dochter naar het spreekuur gekomen voor haar bloeddruk. Het gevaar voor decubitus komt ter sprake en de praktijkondersteuner legt de pathofysiologie van decubitus aan hen uit. Ze vertelt dat beklemming van bloedvaten centraal staat bij het ontstaan van decubitus.

1. Is deze bewering juist?

De praktijkondersteuner vertelt de coassistent over decubitus. Zij doet daarbij de volgende uitspraken. Welke zijn juist?

2. Decubitus wordt vaker gezien bij mannen dan bij vrouwen.

3. Mensen met een donkere huid hebben minder last van decubitus.

4. Een droge huid vergroot de kans op decubitus.

5. Voorkeursplaatsen van decubitus zijn onder meer de stuit en de malleolus.

Mevrouw Aldringa, 81 jaar, klaagt over pijn bij het zitten. De aios in de praktijk heeft, samen met de thuiszorg, een niet-wegdrukbare roodheid geconstateerd bij de zitbeenderen. Verdenking decubitus categorie I. Naast algemene maatregelen wil de aios een ringvormig kussen bestellen om de pijn van mevrouw Aldringa te verminderen. Ze vraagt de praktijkassistent dit te regelen. De praktijkassistent antwoordt dat een ringvormig kussen niet wenselijk is in deze situatie.

6. Heeft de praktijkassistent gelijk?

Wondbehandeling van decubituswonden is gericht op het creëren van optimale omstandigheden voor wondgenezing. Hierbij wordt gebruikgemaakt van het TIME-model.

7. Staat de M staat hierbij voor mobilisation?

De praktijkondersteuner is op huisbezoek geweest bij de heer Nieuwhof, 62 jaar, omdat hij nu al ruim twee weken wordt behandeld voor een decubituswond aan zijn hiel. De heer Nieuwhof woont alleen en verzorgt zichzelf slecht. In zijn dossier wordt melding gemaakt van COPD GOLD III en tabaksmisbruik. De praktijkondersteuner denkt dat er sprake is van een lokale infectie en overlegt met de huisarts over de te nemen maatregelen. De huisarts besluit te starten met antibiotica (tabletten). De praktijkondersteuner zegt dat het beter is om de wondreiniging en débridement te intensiveren.

8. Heeft de praktijkondersteuner gelijk?

Vervolgens vraagt de praktijkondersteuner of ultrageluid nog een mogelijkheid is om de wondgenezing te bevorderen. De plaatselijke fysiotherapeut heeft zo’n apparaat. De huisarts antwoordt dat ultrageluid niet wordt aanbevolen bij decubitus.

9. Is het antwoord van de huisarts juist?

Vervolgens hebben ze het over de pijnbestrijding en komen uit op een ibuprofen-schuimverband. De praktijkondersteuner vraagt of maagbescherming moet worden toegevoegd. De huisarts antwoordt dat dit niet nodig is.

10. Heeft de huisarts gelijk?

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2015, nummer 3

Literatuurverwijzingen: