Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Vragen

Avatar
Redactie NHG/BSL

Nellie van Vliet is 42 jaar, getrouwd, heeft 2 tienerdochters en is huisvrouw. Sinds 2 maanden heeft ze – zonder aanleiding – veel last van pijn in haar rug, met aanvallen van heftige pijn waardoor ze dan “niet verder kan”. Ook is ze raar moe en heeft ze slaapproblemen. Huisarts en neuroloog hebben somatische oorzaken uitgesloten: de werkhypothese is matig-ernstige somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK). Ze komt nu voor het eerst bij de praktijkondersteuner(POH)-ggz en gaat binnenkort ook naar een psychosomatisch werkende fysiotherapeut.

1. Voor de werkhypothese SOLK moeten de klachten langer dan twee maanden bestaan.

Ze maken kennis en de praktijkondersteuner spreekt met haar door wat SOLK betekent. Ook vertelt deze haar dat het vaker voorkomt.

2. SOLK heeft een prevalentie van 2,5%.

3. Na het uitsluiten van een somatische oorzaak wordt bij SOLK de behandeling van de klacht omgebogen naar de behandeling van de consequenties van de klacht voor het dagelijkse leven van de patiënt.

Na de huisarts brengt de praktijkondersteuner de klachtbeleving van Nellie verder in kaart aan de hand van SCEGS. Allereerst somatiek; hij vraagt of de lichamelijke klachten nog veranderd zijn.

4. De POH-ggz kan de somatiek overslaan; dat is de taak van de huisarts.

De praktijkondersteuner gaat verder met de cognitieve factoren. Nellie heeft het idee dat de klachten nooit meer over zullen gaan. De praktijkondersteuner vertelt haar:

5. in het merendeel van de gevallen zijn de klachten afgenomen na ongeveer een jaar.

Vervolgens de emotionele factoren. Nellies angst voor een ernstige ziekte is door de uitleg en het onderzoek van de huisarts en de specialist verminderd. Wel heeft ze een forse bewegingsangst; ze is bang weer overvallen te worden door die heftige pijn. De praktijkondersteuner werkt verder met die angst en neemt zich voor daarover contact te hebben met de fysiotherapeut.

6. Snelle en korte lijnen tussen de bij SOLK betrokken hulpverleners zijn van groot belang bij de behandeling.

Bij het bespreken van de gedragsmatige factoren blijkt dat Nellie allerlei situaties is gaan vermijden. Zo durft ze bijvoorbeeld niet meer alleen boodschappen te doen. Ook is ze vaak te moe om haar huishouden te doen. De praktijkondersteuner gaat dieper in op het vermijdingsgedrag en geeft enkele adviezen.

7. Het advies om te mobiliseren op geleide van de pijn of de vermoeidheid is bij SOLK wijs.

Bij de sociale factoren blijkt dat Nellies man en dochters haar zoveel mogelijk ontlasten in het huishouden. De praktijkondersteuner vertelt dat steun haar zeker zal helpen, maar te weinig activiteit en vermijden van activiteit niet.

8. Verkeerde cognities van onder andere gezinsleden kunnen een belemmerende factor vormen.

Het advies is dan ook met haar man en dochters te bespreken haar niet te veel te ontzien; beter is het om haar te stimuleren en samen taken te doen.

9. Verbetering of herstel zal sneller gaan als de patiënt de dagelijkse activiteiten geleidelijk weer uitbreidt; vermijden kan het normale herstel belemmeren.

Nellie en de praktijkondersteuner stellen samen vervolgens enkele concrete doelen vast voor de komende tijd en maken een nieuwe afspraak voor twee weken later.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2013, nummer 4

Literatuurverwijzingen: