Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Vragen

Avatar
Redactie NHG/BSL

De 67-jarige mevrouw De Laat komt op het spreekuur van de praktijkondersteuner voor haar diabetescontrole. Zoals altijd laat zij stabiele, goede controlewaardes zien. Wel meldt zij last te hebben van dikke enkels en zij wil graag weten wat de oorzaak hiervan is. De praktijkondersteuner onderzoekt haar. Na druk vlak onder de malleolus blijft de impressie van de duim zichtbaar. (1) Daarnaast merkt de praktijkondersteuner rond de mediale malleolus beiderzijds een donkere verkleuring op. De praktijkondersteuner vermoedt de diagnose chronische veneuze insufficiëntie. Bij deze diagnose past/passen:

1

de bevinding bij 1;

2

de huidverkleuring.

De praktijkondersteuner vertelt mevrouw De Laat haar vermoeden en legt uit dat dit te maken heeft met de venen, de afvoerende bloedvaten van het been. Mevrouw De Laat vraagt of er nu een doppleronderzoek nodig is.

3

In dit geval is een doppleronderzoek geïndiceerd.

Mevrouw De Laat vraagt of een plaspil kan helpen om de dikke enkels te verminderen. De praktijkondersteuner legt uit dat diuretica niet zinvol zijn bij dikke enkels ten gevolge van chronische veneuze insufficiëntie.

4

De bewering van de praktijkondersteuner is juist.

Mevrouw Jaspers is 78 jaar en komt op het CVRM-spreekuur met haar medicatie die ze gebruikt sinds zij 3 maanden geleden een hartinfarct doormaakte (met een goede restfunctie van de linker ventrikel, een bloeddruk van 124/72, een chol/HDL-ratio van 4,1 en een LDL van 2,4). Ze vraagt zich af waar de diverse medicijnen die de cardioloog aan haar heeft voorgeschreven voor dienen. De praktijkondersteuner legt in begrijpelijke termen uit dat acetylsalicylzuur het bloed dunner maakt en de kans op een recidief hartinfarct vermindert. Ook metoprolol (1) verlaagt de kans op een recidief. Perindopril, een ACE-remmer, (2) voorkomt het ontstaan van hartfalen.

5

Het gestelde na 1 is correct.

6

Het gestelde na 2 is correct.

Het valt de praktijkondersteuner op dat mevrouw Jaspers geen statine slikt. Zij overlegt met de huisarts of mevrouw niet ook een statine moet hebben. De huisarts meent dat een statine bij mevrouw Jaspers geen meerwaarde heeft vanwege (3) haar normale cholesterolwaardes en (4) haar leeftijd.

7

Het gestelde na 3 is correct.

8

Het gestelde na 4 is correct.

De antwoorden vind je in het aparte artikel “Antwoorden”

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2012, nummer 1

Literatuurverwijzingen: