Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Vragen

Avatar
Redactie NHG/BSL

Hou je kennis up-to-date met de toetsvragen van huisarts Janine Freeke. Ze zijn geformuleerd als stellingen (juist/onjuist). Heb je een vraag naar aanleiding van de kennistoets ? Mail deze naar tpo@nhg.org.

Tijdens de diabetescontrole laat mevrouw Groen, 68 jaar, een rode plek op haar been zien, die pijnlijk is en gloeit. Zij voelt zich al een paar dagen niet zo lekker, maar heeft geen temperatuur gemeten. De praktijkondersteuner denkt aan erysipelas en vraagt de huisarts mee te kijken. Die constateert inderdaad erysipelas en schrijft een kuur flucloxacilline 3 x daags 500 mg gedurende 7 dagen voor.

1

De voorgeschreven antibioticumkuur is conform de NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties.

Na afloop spreken de praktijkondersteuner en de huisarts verder over erysipelas bij diabetes. De praktijkondersteuner meent dat erysipelas vaker voorkomt bij patiënten met diabetes. De huisarts meent dat het risico op complicaties van erysipelas groter is bij patiënten met diabetes.

2

De bewering van de praktijkondersteuner is correct.

3

De bewering van de huisarts is correct.

De 72-jarige heer Zwarts komt bij de praktijkondersteuner op controle voor zijn bloeddruk. Die was de laatste keer verhoogd nadat de cardioloog zijn bloeddrukmedicatie had veranderd. Hij meldt sindsdien regelmatig last te hebben van bloedneuzen. Deze duren niet lang, maar zijn wel hinderlijk. Hij vraagt zich af of dit met de hogere bloeddruk te maken kan hebben, of met de ook door de cardioloog gestarte bloedverdunners. De praktijkondersteuner legt uit dat (1) door hoge bloeddruk veroorzaakte bloedneuzen achterin de neus ontstaan en dat (2) coumarinederivaten meer kans geven op bloedneuzen dan acetylsalicylzuur.

4

Stelling 1 is juist.

5

Stelling 2 is juist.

Mevrouw Van de Zande is 57 jaar en komt bij de praktijkondersteuner. Ze heeft diabetes mellitus die goed is gereguleerd met orale antidiabetica. Sinds een dag moet ze vaak plassen, de mictie is ook branderig. Ze is niet rillerig en heeft geen koorts. Ze heeft dit vaker gehad en vertoonde nooit een allergische reactie op de voorgeschreven kuur. De praktijkondersteuner adviseert mevrouw Van de Zande urine in te leveren. Na onderzoek van verse urine stelt de huisarts bij mevrouw Van de Zande de diagnose gecompliceerde urineweginfectie. Ze stelt het volgende beleid voor: een behandeling met het middel trimethoprim met een kuurduur van drie dagen en vervolgens een urinecontrole na afloop van de kuur.

6

Trimethoprim is in dit geval het middel van eerste keus.

7

De duur van een antibioticumkuur bij een gecompliceerde urineweginfectie is drie dagen.

8

Een controle van de urine na afloop van de kuur is hier correct.

De antwoorden vind je het artikel ‘Antwoorden’.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2011, nummer 6

Literatuurverwijzingen: