Visolie en preventie van HVZ

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Onderzoek

Opzet Van de 1007 onderzoeken voldeden er slechts 14 aan de criteria van gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde trials, met als onderzoeksgroep HVZ-patiënten boven de 18 jaar die minstens een jaar lang visoliesupplementen hadden gebruikt.
Methode In de trials werd de relatie onderzocht tussen het gebruik van visoliesupplementen en (onstabiele) angina pectoris, HVZ in het algemeen, dood door hartstilstand, sterfte door cardiovasculaire aandoeningen, sterfte in het algemeen, hartfalen, TIA, CVA en fatale en niet-fatale hartinfarcten. Van de 20.485 pa­tiënten werden er 10.226 aan de interventiegroep toegewezen en 10.259 aan de controlegroep. De gemiddelde leeftijd was 63 jaar en 78% was man. Niet alleen werd onderzocht of het gebruik van visolie effect had, maar ook of het iets uitmaakte of men langere of kortere tijd visoliesupplemententen gebruikte en in welke hoeveelheid, in welk land men woonde (Verenigde Staten, Noord- of West-Europa of Azië) en of de medicatie die naast de visolie werd gebruikt, van invloed was.
Resultaten Supplementen met omega-3 vetzuren reduceerden niet het risico op algemene cardiovasculaire events bij patiënten die al leden aan HVZ. Ook was er geen significant effect van de supplementen op de meeste andere uitkomsten, zoals sterfte in het algemeen, hartstilstand, myocardinfarct (fataal of niet), (instabiele) angina pectoris, hartfalen, TIA en CVA. De relatie tussen supplementen met omega-3 vetzuren en sterfte door HVZ was wel significant. Het bewijs hiervoor was echter zeer zwak en leek slechts afhankelijk van de resultaten in één trial. Ook bleek dat er een minimaal preventief effect was van visolie als de patiënt acetylsalicylzuur gebruikte. Maar ook hiervoor was het bewijs flinterdun.

Commentaar

De onderzoekers concluderen dat het gebruik van visoliesupplementen complicaties, events of sterfte niet voorkomt bij patiënten die al aan HVZ lijden. Mensen zonder HVZ hebben echter wel baat bij visolie omdat gebruik ervan het cholesterolgehalte kan verlagen, schrijven twee artsen verbonden aan de Harvard Medical School in een commentaar. Zij wijzen erop dat er twee soorten omega-3 vetzuren zijn, namelijk alfa-linoleenzuur uit plantaardige bronnen (walnoten, koolzaad, lijnzaad, soja) en lange-ketenvetzuren uit vette vis (zie ook het artikel van Van der Drift in dit nummer). Het gebruik van visolie mag dan wel niet effectief zijn bij HVZ-patiënten, maar tweemaal per week vette vis eten is nog steeds een belangrijk advies voor iedereen, vinden zij. Vette vis verschaft namelijk niet alleen omega-3 vetzuren, maar vervangt ook ongezonde proteïnebronnen zoals rood vlees. Echter, als het alleen gaat een gezonde proteïnebron hoef je niet beslist vette vis te adviseren zou je zeggen.
In de NHG-Standaard Cardiovasculair risico­management wordt tweemaal per week vis geadviseerd, waarvan eenmaal vette vis (zalm, makreel, haring, heilbot, sprot). Mensen die geen vis willen of kunnen eten kunnen overwegen om hun consumptie van omega-3 vetzuren uit planten te verhogen, volgens het commentaar. Iets wat in de NHG-Standaard CVRM niet aan de orde komt. In deze standaard staat trouwens (zie noot 19) dat er bij HVZ-patiënten wel gunstige effecten zijn aangetoond van visolie. Wie heeft er nu gelijk?

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2012, nummer 4

Literatuurverwijzingen:

1Kwak SM, Myung S-K, Lee YJ, Seo HG. Efficacy of Omega-3 fatty acid supplements (Eicosapentaenoic Acid and Docosahexaenoic Acid) in the secondary prevention of cardiovascular disease. Arch Intern Med 2012;172:686-96.