Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Slaapkwaliteit en HbA1c-gehalte bij patiënten met diabetes mellitus type 2

Avatar
Redactie NHG/BSL

Onderzoek

Opzet Het betreft een cross-sectioneel onderzoek, waarbij op een bepaald tijdstip gegevens over risicofactoren en/of uitkomsten in een populatie worden verzameld. De onderzoekers keken naar de invloed van slaapkwaliteit op het bloedglucosegehalte van patiënten met diabetes mellitus type 2 in een Aziatische populatie.

Methode Begin 2009 werden 108 patiënten at random gekozen uit 216 patiënten met diabetes mellitus type 2 van een Taiwanese kliniek. Patiënten bij wie korter dan een jaar geleden de diagnose was gesteld werden uitgesloten en ook patiënten die leden aan complicaties als nierfunctiestoornissen, diabetische retinopathie en systeemziekten als reumatoïde arthritis. Van de 108 oorspronkelijk benaderde patiënten deden er uiteindelijk 46 mee. Hun gemiddelde leeftijd was 60,1 jaar. Als maat voor het bloedglucosegehalte werd het HbA1c genomen. Een HbA1c < 7% (sinds april 2010: < 53 mmol/l) gold daarbij als ‘goed’. Van iedere patiënt werden ook lengte, gewicht, BMI en bloeddruk gemeten; daarnaast werden leeftijd en geslacht als onderzoeksvariabelen meegenomen. Bovendien werd gevraagd of de patiënt last had van hypertensie, dyslipidemie en of hij rookte. Met de Pittsburgh Sleep Quality Index (PSQI: 9 vragen) maten de onderzoekers de slaapkwaliteit. De antwoorden werden geclusterd tot 7 scores: slaapkwaliteit, slaapduur, slaapefficiëntie, slaapstoornissen, gebruik van slaapmedicatie en disfunctioneren overdag.

Uitkomstmaten Primaire uitkomstmaten in het onderzoek waren slaapkwaliteit en HbA1c. De onderzoekers gebruikten de Chi-kwadraattoets om de populatieverdeling te analyseren.

Resultaten De onderzoeksgroep bestond uit 28 mannen en 18 vrouwen. Van hen rookten er 12 en hadden 31 een te hoge BMI. Achtentwintig patiënten hadden geen dyslipidemie; van hen hadden er 13 een goed HbA1c en 15 niet. Van de totale onderzoeksgroep hadden 29 patiënten hypertensie. Van hen hadden er 12 een goede HbA1c en 17 niet. Van de totale onderzoeksgroep sliepen er 16 slecht. Van de patiënten met slechte slaapkwaliteit hadden 14 een te hoog HbA1c (87,5%) en van de groep die goed sliep, waren dat er 8 (44,4%). Het aantal patiënten met een te hoog HbA1c was significant groter in de groep slechte slapers, vastgesteld met de Chi-kwadraattoets. De onderzoekers vonden een significant positieve correlatie tussen de totale PSQI-score en het HbA1c-gehalte. Ook was er een significant positieve correlatie tussen slaapefficiëntie (een van de 7 componenten) en het HbA1c-gehalte. Slecht slapen en minder efficiënt slapen waren dus beide positief gerelateerd aan een te hoog HbA1c. Een mogelijke verklaring voor de relatie tussen slecht slapen en het HbA1c is volgens de onderzoekers dat te weinig slaap zorgt voor verhoging van het hormoon cortisol in het bloed en voor verhoging van insulineresistentie.

Commentaar

Dat het voor patiënten met diabetes mellitus type 2 beter is om goed te slapen, lijkt een goede opmerking. Maar het is de vraag of je goede conclusies kunt trekken uit een onderzoek gebaseerd op ‘slechts’ 46 patiënten en een vragenlijst met 9 vragen. Er zijn meer vraagtekens bij dit onderzoek. Zo valt aan de onderzoeksgroep de grote leeftijdsspreiding op. Mensen van 43 slapen over het algemeen beter dan die van 83. De onderzoekers doen geen uitspraak over de invloed van de factor ‘leeftijd’ in dit onderzoek.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2012, nummer 2

Literatuurverwijzingen:

1Tsai YW, et al. Impact of subjective sleep quality on glycemic control in type 2 diabetes mellitus. Fam Pract 2012;29:30-5.