Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Screening op diabetes mellitus type 2

Avatar
Redactie NHG/BSL

Onderzoek

Doel Het onderzoek naar het nut van screening op diabetes type 2 vond plaats in het kader van het ADDITION-onderzoek (Anglo-Danish-Dutch Study of Intensive Treatment in People With Screen Detected Diabetes in Primary Care). Verscheidene deelonderzoeken in Engeland, Denemarken en Nederland leveren een schat aan gegevens op over screening, diagnosticering en behandeling van diabetes type 2.

Methode Gerandomiseerd clusteronderzoek. De clusters bestaan uit 33 huisartsenpraktijken in Oost-Engeland. De praktijken werden willekeurig toegewezen aan een van beide interventiegroepen of aan de controlegroep. In totaal werden 15.089 patiënten tussen 40 en 69 jaar uitgenodigd om aan het onderzoek deel te nemen, allen met een hoog risico op diabetes type 2, maar bij wie dit nog niet gediagnosticeerd is. Uiteindelijk namen er 11.737 mensen deel aan het onderzoek.
In de eerste interventiegroep (patiënten van 15 huisartsenpraktijken) werden patiënten gescreend op diabetes en kregen ze bij een positieve diagnose begeleiding en behandeling gericht op glykemische controle en cardiovasculaire risicoreductie. Bovendien kregen deze 15 praktijken extra voorzieningen, zoals geld voor meer consulten (jaarlijks een half uur extra per patiënt met diabetes, plus 3 consulten met de arts en 3 met de verpleegkundige), de mogelijkheid om alle patiënten met diabetes naar een diëtist te verwijzen, de mogelijkheid om een specialist te consulteren, voor iedere diabetespatiënt een glucosemeter en educatiematerialen voor de hele praktijk. Groep 2 (patiënten uit 13 praktijken) kreeg screening en routinebehandeling volgens de richtlijnen en groep 3 (5 praktijken) kreeg geen screening. In de screeningspraktijken ondergingen patiënten een stapsgewijs programma: glucosebepaling door middel van vingerprik en bepaling van HbA1c, bepaling nuchtere glucose en eventueel een glucosetolerantietest (GTT) om de diagnose te bevestigen.

Uitkomstmaten Primaire uitkomstmaat was sterfte door welke oorzaak dan ook. De onderzoekers wilden weten of mensen die een risico lopen op diabetes en daarop worden gescreend langer leven dan mensen die niet worden gescreend.

Resultaten Van de 11.737 patiënten die aan het onderzoek deelnamen, bleken er 466 (3%) diabetes te hebben. In totaal 4.137 patiënten werden 10 jaar lang gevolgd. Van de screeningspraktijken gingen 1.532 mensen dood en 377 in de controlepraktijken. Als de cijfers in perspectief werden gezet (er waren 28 screeningspraktijken en 5 praktijken waarin niet werd gescreend) bleek er geen significant verschil in sterftecijfers tussen de praktijken. Conclusie Het nut van screening op diabetes type 2 is niet groot. Extra ondersteuning van de praktijk bij behandeling van patiënten met diabetes type 2 zorgt er niet voor dat er minder mensen doodgaan.

Commentaar

In dit onderzoek bleek dus geen positief effect van eenmalige screening op sterfte bij mensen die een hoog risico lopen op ongediagnosticeerde diabetes. Het is de vraag of dit resultaat geldt voor alle populaties in alle landen.
Zelf denk ik dat de beslissing tot screening niet alleen af moet hangen van de sterftecijfers. Screening kan belangrijke voordelen hebben, zoals de mogelijkheid tot vroegtijdige gunstige beïnvloeding van risicofactoren voor chronische aandoeningen, preventie van ziekte, verbetering van kwaliteit van leven en lagere kosten in de gezondheidszorg. Met andere woorden: als dit onderzoek niet sterfte als primaire uitkomstmaat had gehad, maar bijvoorbeeld kosten van de gezondheidszorg, was er misschien wel een positief effect van screening gevonden.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2013, nummer 1

Literatuurverwijzingen:

1 Simmons RK, Echouff-Tcheugui JB, Sharp SJ, Sargeant LA, Williams KM, Prevost AT, et al. Screening for type 2 diabetes and population mortality over 10 years (ADDITION-Cambridge): a cluster-randomized controled trial. Lancet 2012;380:1741-8.