Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Ontstaan en ontwikkeling van de praktijkondersteuning

Avatar
Redactie NHG/BSL

De kern

  • In de jaren ’90 werd de basis gelegd voor praktijkondersteuning in de huisartsenpraktijk.
  • Doelstellingen van het convenant uit 1999 tussen VWS en LHV waren verbetering van kwaliteit van zorg voor chronisch zieken, minder werklast voor de huisarts en meer samenwerking tussen huisartsenpraktijken.
  • Na de praktijkondersteuner-somatiek deed ook de praktijkondersteuner-ggz zijn intrede.
  • De komst van zorggroepen rond 2006 luidde een nieuwe fase in: praktijkondersteuners gingen meer uniform en geprotocolleerd werken.
  • Praktijkondersteuning kende in de loop der tijd diverse financiële regelingen. Vanaf 2013 gaat vooral de zorgzwaarte van de praktijk tellen.
  • Het aantal praktijken met praktijkondersteuning is volgens het NIVEL gestegen van 6% in 2001 tot 75% in 2011.
  • ROS Midden-Nederland schatte het aantal praktijkondersteuners-somatiek op 86% en het aantal praktijkondersteuners-ggz op 38% in genoemde regio in 2012.
  • Het aantal uren praktijkondersteuning per fte huisarts naar praktijkvorm is vrijwel gelijk voor solo-, duo- en groepspraktijken: gemiddeld 0,27 fte in 2011.
  • Er zijn regionale verschillen: in Utrecht, Noord-Brabant en Limburg is in 2011 het percentage praktijkondersteuning het hoogst, in Groningen en Gelderland het laagst.

Ontstaan

In de jaren ’90 was er sprake van toenemende werkdruk in de huisartsenpraktijken, leken de grenzen bereikt van het delegeren van taken aan de doktersassistent en verdween gaandeweg de wijkzuster uit beeld. Door de toename van de vergrijzing van de bevolking nam het aantal chronisch zieken – en daarmee de aandacht voor chronische ziektes, comorbiditeit, polyfarmacie en diseasemanagement – toe. Ook voorzag men een toenemend huisartsentekort in de toekomst. In 1995 verscheen de LHV-nota De wereld verandert en de huisarts verandert mee over de ontstane en de te verwachten situatie.2

Om de kwaliteit van de eerste lijn te kunnen behouden of verbeteren, was er behoefte aan meer, kwalitatief hoger opgeleide ondersteuning. Er kwamen pilots, veelal rondom diabetes mellitus type 2. Daarbij werden of diabetesverpleegkundigen door thuiszorgorganisaties gedetacheerd of huisartsen namen zelf ondersteunend personeel in dienst. Meestal ging het dan om wijkverpleegkundigen. De ervaringen en uitkomsten van de diverse onderzoeken waren unaniem positief.
In 1999 kwam het tot een convenant tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). De doelstellingen daarvan waren verbetering van de kwaliteit van de zorg voor chronisch zieken, vermindering van de werklast van de huisarts en het bevorderen van de samenwerking tussen meerdere huisartsenpraktijken. De benaming PraktijkOndersteuner Huisartsenzorg (POH) ontstond, de eerste POH-opleidingen op hbo-niveau werden opgericht en er kwam een opslag bij het inschrijftarief en een tarief voor de verrichtingen van de praktijkondersteuner. Ook de nurse practitioner en de physician assistant deden hun intrede; deze worden niet tot de groep praktijkondersteuners gerekend.

Ontwikkeling

De nodige weerstanden werden overwonnen: van huisartsen, patiënten en doktersassistenten. Naast diabetes type 2 kwamen er aandachtsgebieden bij: onder andere astma/COPD, cardiovasculair risicomanagement, leefstijladvisering en later ook ouderenzorg, hartfalen, artrose, CVA en obesitas.
Rond 2004 werden de eerste Regionale Ondersteunings Structuren (ROS’en) opgericht ten behoeve van de gehele eerstelijns gezondheidszorg. De ROS’en hebben dan ook de ondersteuning van de praktijkondersteuner als een van hun taken.
Naast de praktijkondersteuner somatiek deed vervolgens ook de praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg (POH-ggz) zijn intrede. De eerste opleiding tot POH-ggz startte in 2008. Zowel de praktijkondersteuner-somatiek als de praktijkondersteuner-ggz levert generalistische zorg; dit in tegenstelling tot de meer specialistische zorg in de eerste lijn van bijvoorbeeld fysiotherapeuten en diëtisten.
Het oprichten van de eerste zorggroepen rond 2006 luidde een nieuwe fase in. Zorggroepen bestaan uit een aantal zorgaanbieders die gezamenlijk zorgpaden aanbieden en daarover als groep onderhandelen met zorgverzekeraars. Het gevolg daarvan voor de praktijkondersteuner was dat er toenemend uniform en geprotocolleerd gewerkt ging worden. Mede daardoor begon vervolgens de multidisciplinaire ketenzorg gestalte te krijgen.
Inmiddels volgden diverse financiële regelingen rondom de praktijkondersteuning elkaar op: na opslag van het inschrijftarief met tariefverrichtingen volgde een regeling met de zorggroepen waarbij dubbelfinanciering problematisch kon zijn. Vervolgens kwam er een derde regeling: wel een opslag van het inschrijftarief, maar afschaffing van het declareren van verrichtingen. Vanaf 2013 is er weer een nieuwe variant: aan praktijken die starten met praktijkondersteuning wordt een opslag inschrijftarief gegeven op basis van zorgzwaarte van de praktijk. Waarschijnlijk gaat deze regeling in 2014 ook in voor praktijken die al met praktijkondersteuning werkten voor 2013.
Volgens het NIVEL heeft circa 80% van de praktijkondersteuners een verpleegkundige achtergrond, de anderen zijn doktersassistenten met bijscholing op hbo-niveau. Doordat praktijkondersteuners verschillende achtergronden hebben, bestaan er meerdere verenigingen die de belangen van de praktijkondersteuners behartigen: de Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners, de Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten (NVDA) en de Nederlandse Vereniging van Praktijkondersteuners (NVvPO).

Cijfermateriaal

Er bestaat nog geen landelijke registratie van praktijkondersteuners. Wel heeft het NIVEL een huisartsenregistratie met gegevens tot en met 2011. Daarbij werd nog geen onderscheid gemaakt tussen de praktijkondersteuner-somatiek en de praktijkondersteuner-ggz. Het percentage huisartsenpraktijken met praktijkondersteuning was 6% in 2001, 58% in 2006 en 75% in 2011 (zie figuur 1).

[[img:354]]

Bij recente navraag bij ROS Midden-Nederland bleek dat in 2012 in genoemde regio bij 86% van de huisartsenpraktijken een praktijkondersteuner-somatiek werkzaam was en bij 38% een praktijkondersteuner-ggz. Het gaat hier om een ruwe schatting.
Het NIVEL telde in 2011 4694 huisartsenpraktijken en schat het aantal in Nederland werkzame praktijkondersteuners in datzelfde jaar tussen 3700 en 4700. Van die 4694 praktijken had in 2011 25,8% geen praktijkondersteuning, 51,8% had 1 praktijkondersteuner, 18,6% had 2 praktijkondersteuners of meer tot maximaal 6 praktijkondersteuners. Groepspraktijken hebben relatief vaker (87%) een praktijkondersteuner in dienst dan solo- (67%) en duopraktijken (78%). (Zie figuur 2.)

[[img:355]]

Groepspraktijken hebben dan wel gemiddeld vaker een praktijkondersteuner in dienst, maar het aantal fte aan praktijkondersteuning per fte huisarts naar praktijkvorm is vrijwel gelijk voor solo-, duo- en groepspraktijken: gemiddeld 0,27 fte in 2011. Verder bestaan er verschillen tussen stedelijke en niet stedelijke gebieden en in de verschillende ROS-regio’s. In de provincies Utrecht, Noord-Brabant en Limburg is in 2011 het percentage fte praktijkondersteuning het hoogste (28,5% of meer), in Groningen en Gelderland is dit het laagst (minder dan 24%). (Zie figuur 3.)

[[img:356]]

Enorme vlucht

Al met al heeft de inzet van de praktijkondersteuner in Nederland in betrekkelijk korte tijd een enorme vlucht genomen en heeft de praktijkondersteuner een niet meer weg te denken plaats veroverd in de huisartsenpraktijk. Dit tot grote tevredenheid van alle partijen. Hierover kun je meer lezen in de komende artikelen.
In dit nummer tref je ook een interview aan met Gertruud van Burgsteden, die vanaf de jaren ‘90 het ontstaan en de ontwikkeling van de praktijkondersteuner heeft meegemaakt en er haar steentje aan heeft bijgedragen. Tot slot: de uitgave van het NIVEL is een aanrader voor iedereen die op enigerlei manier met praktijkondersteuners van doen heeft.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2013, nummer 2

Literatuurverwijzingen:

Literatuur

1Heiligers PJM, Noordman J, Korevaar JC, Dorsman S, Hingstman L, Van Dulmen AM, et al. Kennisvraag Praktijkondersteuners in de huisartspraktijk (POH’s), klaar voor de toekomst? Utrecht: NIVEL, 2012.
2De wereld verandert en de huisarts verandert mee. Utrecht: LHV, 1995.