Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Motiverende gespreksvoering bij de buurvrouw?

Avatar
Redactie NHG/BSL

Motiverende gespreksvoering wordt steeds meer toegepast in de gezondheidszorg om gedragsverandering bij patiënten te bereiken. Dit vereist vaak intensieve interventies, waar meer disciplines bij kunnen worden betrokken, zoals diëtisten of bewegingsconsulenten. Een kostbare zaak. Engelse onderzoekers gingen na of een interventie met weinig kosten in de eerste lijn kan helpen om de kans op diabetes mellitus bij een verhoogd risico te verkleinen. Ze screenden huisartsenpraktijken op patiënten (ouder dan 18) met een BMI groter dan 28, zonder hart- en vaatziekten en/of diabetes mellitus. De onderzoekers randomiseerden de patiënten in een interventiegroep (n=72) en een controlegroep (n=69). Deelnemers in de interventiegroep kregen een uitnodiging voor een gesprek over gewicht en lichaamsbeweging. Deelnemers in de controlegroep ontvingen alleen folders over genoemde onderwerpen. De gesprekken werden gevoerd door vijf personen uit de lokale bevolking die in twee dagen de technieken en principes van motiverende gespreksvoering hadden geleerd. Ook waren zij voldoende op de hoogte van dieet- en voedingsadviezen en vormen van lichaamsbeweging om de deelnemers hierover te kunnen adviseren. Deze personen werkten niet in de gezondheidszorg.
Belangrijkste uitkomstmaat was het percentage deelnemers dat in een periode van 6 maanden 5% gewicht had verloren en een gemiddelde lichaamsbeweging van 150 minuten per week bereikte. In de interventiegroep lukte het 17 deelnemers (24%) om 5% gewicht te verliezen versus 5 deelnemers (7%) in de controlegroep. Ook haalden meer deelnemers in de interventiegroep dan in de controlegroep het beoogde aantal minuten lichaamsbeweging, maar dit verschil was niet significant. Met enige voorzichtigheid kunnen we vaststellen dat motiverende gespreksvoering door personen die niet in de gezondheidszorg werken effect kan hebben. Gezien de korte follow-up (6 maanden) is er meer onderzoek nodig naar langetermijneffecten. Blijf intussen de patiënten zelf motiveren en wie weet helpt de buurvrouw van de patiënt ook een handje? (HvW)

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2008, nummer 6

Literatuurverwijzingen:

1Greaves CJ, et al. Motivational interviewing for modifying diabetes risk: a randomised controlled trial. Br J Gen Pract 2008; DOI: 10.3399/bjgp08X319648