Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Meer aandacht voor mentale aspecten chronisch zieken

Avatar
Redactie NHG/BSL

Jonkers en Lamers doen verslag van een aanpak van depressieve klachten bij chronisch zieken.1 Deze strategie blijkt te werken en zowel verpleegkundigen als chronisch zieken waarderen het positief. Het gaat om een interventie waarbij vroegtijdige signalering van psychische klachten centraal staat, gevolgd door het ondernemen van gepaste actie. Wij vinden deze strategie een essentiële aanvulling op de reguliere zorg door de Praktijkondersteuner Huisarts (POH).

Tijdig signaleren

Praktijkondersteuners hebben al geruime tijd een belangrijke taak in de zorg aan chronisch zieken, zoals bij diabetes mellitus type II en COPD. De tussentijdse controles zijn uiteraard erg belangrijk voor een tijdige aanpak van verergering van klachten en optreden van complicaties. Voor de kwaliteit van de zorg zijn volgens ons minstens drie elementen van belang.

  • De lichamelijke kant van de ziekte. Denk aan het controleren van de bloeddruk en bloedsuiker, het instellen op medicijnen, et cetera. Deze activiteiten zijn gericht op het onder controle krijgen en houden van de ziekte en behoren nu al tot de reguliere taak van de praktijkondersteuner. Voor de zorg op dit gebied zijn praktijkondersteuners prima uitgerust.
  • De emotionele kant van het chronisch ziek zijn. Mensen met een chronische aandoening somberen vaak over hun toekomst en denken al snel dat lichamelijke klachten wijzen op verergering van hun ziekte, hetgeen kan leiden tot negatieve gedachten over de eigen mogelijkheden. Dit element behoort op dit moment niet tot de taak van de praktijkondersteuner.
  • Het dagelijks functioneren. Elke chronische ziekte brengt vroeg of laat fysieke en/of cognitieve beperkingen met zich mee, zoals bewegingsbeperkingen, vermoeidheid, verminderde concentratie of slaapproblemen. Deze beperkingen leiden noodgedwongen tot aanpassingen in het dagelijks functioneren. Dit maakt bepaalde dagelijkse activiteiten soms minder eenvoudig of zelfs onmogelijk. Aandacht voor dit element behoort momenteel ook niet tot de taak van de praktijkondersteuner.

Leven met een chronische ziekte omvat dus meer dan alleen de lichamelijke kant van de aandoening. In onze visie hebben de drie onderscheiden elementen een onderlinge wisselwerking. Mensen die veel moeite hebben met hun ziekte, ervaren ook eerder problemen met het dagelijks functioneren. Bij deze mensen zal de bloedglucose bijvoorbeeld minder gemakkelijk te reguleren zijn. Door de onderlinge wisselwerking versterken de drie genoemde elementen elkaar, waardoor een neerwaartse spiraal ontstaat. Gelukkig weten de meeste chronisch zieken zelf, samen met hun naasten, uiteindelijk een voor hen acceptabele balans te vinden. Voor de kwaliteit van de hulpverlening is het echter van groot belang om problemen met het omgaan met een chronische aandoening tijdig te signaleren. Dat komt niet alleen de kwaliteit van leven van chronisch zieken ten goede, maar ook het succes van de behandeling.

Zelfmanagement en ondersteuning

De praktijkondersteuner verkeert in een uitgelezen positie om naast de gebruikelijke aandacht voor de fysieke aspecten van de ziekte, ook consequent aandacht te schenken aan de moeite die mensen ervaren in het omgaan met hun chronische aandoening. Wij pleiten voor ondersteuning van zelfmanagement, gericht op het versterken van chronisch zieken bij het hanteren van emoties en beperkingen in het dagelijks functioneren.
Een praktijkondersteuner dient te beschikken over de competentie om tijdens elk consult kort in te gaan op de rol van de ziekte in het leven van alledag, en op hoe een patiënt met zijn emoties omgaat. De aandacht gaat uit naar wat een patiënt op dat moment het meeste bezighoudt. Daarbij is het van cruciaal belang dat een praktijkondersteuner onderscheid kan maken tussen 1) mensen die de gevolgen van hun ziekte zelf de baas kunnen, 2) mensen die met een steuntje in de rug zelf weer aan de slag kunnen, en 3) mensen die meer intensieve hulp nodig hebben. Mensen uit deze laatste groep kunnen worden terugverwezen naar de huisarts. Zoals Jonkers en Lamers terecht aangeven, is het namelijk niet de bedoeling om van praktijkondersteuners psychotherapeuten te maken. Daarvoor zijn andere hulpverleners en instanties beschikbaar. Wel dient de praktijkondersteuner in staat te zijn om mensen uit de tweede groep dat steuntje in de rug te geven, waardoor zij beter met de gevolgen van hun aandoening leren om te gaan.

Aandacht mentale problemen inpassen

Op dit moment wordt een trainingsprogramma ontwikkeld, gebaseerd op de ervaringen uit het onderzoek van Jonkers en Lamers. Dit programma zal worden getest in Zuid-Limburg en is gericht op een zo goed mogelijke inpassing van aandacht voor mentale problemen in de reguliere zorg van praktijkondersteuners. In het onderzoek van Jonkers en Lamers was uitvoerige diagnostiek van depressieve symptomen nodig om mensen die voor de interventie in aanmerking kwamen, zo goed mogelijk te selecteren. Voor implementatie in de eerstelijnszorg is dit echter te tijdsintensief en dankzij de relatie tussen patiënt en praktijkondersteuner eigenlijk ook overbodig. Voor het signaleren van klachten wordt daarom een eenvoudige, trapsgewijze methode toegepast. Het initiatief in Zuid-Limburg zal uitwijzen wat de interventie als vast onderdeel van de zorg voor de praktijkondersteuner betekent en hoe dit uitwerkt in het leven van chronisch zieken.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2010, nummer 4

Literatuurverwijzingen:

Literatuur

1Jonkers K, Lamers F. Emotionele zorg chronisch zieken hoort in eerste lijn. Tijdschr praktijkonderst 2010;5:99-104.