Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Lichaamsbeweging op recept

Zweedse dokters geven inactieve patiënten en hoogrisicopatiënten een recept mee voor lichaamsbeweging . Helpt dit nu beter dan een advies? Zweedse onderzoekers keken naar de therapietrouw van patiënten met een dergelijk bewegingsrecept. Hierop kunnen activiteiten staan die de patiënt zelf kan doen, zoals wandelen, joggen of fietsen. Maar ook kan de arts deelname voorschrijven aan een sportproject in de buurt. Niet alleen de huisarts kan in Zweden een bewegingsrecept uitschrijven, maar ook verpleegkundigen en fysiotherapeuten. Bij recepten voor een groepssportactiviteit krijgt ook de coördinator van deze activiteit een bericht, zodat hij de patiënt kan benaderen.

Opzet De onderzoekers inventariseerden na drie en na twaalf maanden nadat de patiënt het recept had gekregen of ze het voorschrift opvolgden. Vervolgens bekeken de onderzoekers in welke mate zelfgerapporteerde therapietrouw samenhing met geslacht, leeftijd, hoeveelheid activiteit voordat het recept werd uitgeschreven, type activiteit, zorgverlener en reden voor recept.

Methode Uit 36 eerstelijns gezondheidscentra werden 2753 patiënten benaderd voor het onderzoek. Hiervan bleven 2612 patiënten over voor het meetmoment na 3 maanden en 1907 patiënten voor het meetmoment na 12 maanden. Per deelnemend gezondheidscentrum inventariseerde een coördinator alle beweegrecepten, en stuurde die driemaal per jaar naar de voorschrijvend arts.
Aan het begin van het onderzoek gaven patiënten aan hoeveel ze in het algemeen bewegen. De onderzoekers maakten 4 groepen: een groep die regelmatig actief is (5-7 dagen per week gedurende 30 minuten matig intensieve beweging), een groep die gemiddeld actief is (3-4 dagen per week), een groep die enigszins actief is (1-2 dagen per week) en een inactieve groep (0 dagen).

Resultaten De gemiddelde leeftijd was 54 jaar. Tweederde van de proefpersonen was vrouw. Tijdens het eerste meetmoment voerde 56% de voorgeschreven activiteit naar eigen zeggen uit. Achttien procent rapporteerde dat ze op een andere manier actief waren geworden na het recept. Bij het tweede meetmoment (twaalf maanden) rapporteerde 50% van de patiënten het voorschrift te hebben opgevolgd en 21% dat ze wel actief waren geworden, maar niet de voorgeschreven activiteit uitvoerden.
Degenen die het voorschrift het best opvolgden waren meestal ouder, hadden een hoger activiteitenniveau voordat het recept werd uitgeschreven, en waren thuis al actief. Verder waren patiënten die een beweegrecept kregen vanwege een aandoening zoals diabetes en hoge bloeddruk meer therapietrouw dan patiënten zonder deze aandoeningen of risicofactor. Patiënten die een recept kregen voor een sportactiviteit in de buurt, waren minder therapietrouw dan patiënten die een combinatie van beweging thuis en activiteit buitenshuis kregen voorgeschreven.

Beschouwing De conclusie van de onderzoekers is dat fysiek inactieve mensen ook niet geneigd zijn tot extra lichaamsbeweging als dat op recept wordt voorgeschreven. En dat activiteiten thuis (wandelen, joggen, fietsen) meer (zelfgerapporteerde) therapietrouw oplevert dan sporten buiten de deur. Die resultaten kunnen een enigszins vertekend beeld geven. De onderzoekers stelden namelijk om pragmatische redenen de simpele vraag ‘Bent u de voorgeschreven activiteit gaan doen?’. Zo’n vraag geeft een groot risico op de bias van sociale wenselijkheid, dus dat de patiënt ‘ja’ zegt omdat hij graag aan de norm wil voldoen. De onderzoekers kozen ervoor de vraag op deze manier te stellen, omdat volgens professionals in de gezondheidszorg patiënten eerlijk antwoord zullen geven. Bovendien is er geen gouden standaard bekend hoe je patiënten zelf hun fysieke activiteit kunt laten rapporteren.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2010, nummer 6

Literatuurverwijzingen:

1Leijon M, et al. Factors associated with patients self-reported adherence to prescribed physical activity in routine primary health care. BMC Fam Pract 2010;11:38.