Hoe denkt de patiënt over de praktijkondersteuner?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

De kern

  • Patiënten vinden het belangrijk dat de praktijkondersteuner hen serieus neemt, goed luistert, open is, voldoende tijd neemt, en advies geeft over wat de patiënt aan zijn klachten kan doen.
  • Het stellen van de diagnose en het uitschrijven van nieuwe medicatie kan beter door de huisarts worden gedaan dan door de praktijkondersteuner, vinden patiënten.
  • Ook doorverwijzen en hulp bij psychische en sociale problemen vinden patiënten meer taken voor de huisarts.
  • Patiënten met diabetes en astma/COPD zijn tevredener over de organisatie van de zorg dan patiënten met andere chronische aandoeningen.
  • Adviezen van de praktijkondersteuner wijken soms af van die van de huisarts. Dat vinden patiënten verwarrend.
  • Patiënten met een ongezonde leefstijl zijn minder positief over de praktijkondersteuner.
  • Patiënten blijken relatief weinig belang te hechten aan hulp bij leefstijlverandering.

Zoals je al in twee artikelen uit deze serie kon lezen, deed het NIVEL onderzoek naar door praktijkondersteuners verleende zorg. De komst van de praktijkondersteuner betekende verbetering van de zorg voor de patiënt met chronische aandoeningen. Maar wat vindt de patiënt eigenlijk van de door de praktijkondersteuner verleende zorg? Ook dat heeft het NIVEL in 2010-2011 onderzocht.1 Aan dit onderzoek namen 19 praktijkondersteuners deel en 181 patiënten. Consulten werden opgenomen op video en patiënten vulden vragenlijsten in met daarin onder meer vragen over hun gezondheid. Ze konden aangeven in hoeverre ze bepaalde aspecten van belang achtten voor het consult van die dag en of zij de voorkeur geven aan een huisarts of praktijkondersteuner bij het uitvoeren van bepaalde taken. De patiënten met diabetes type 2 vormden de grootste groep.
Patiënten blijken het belangrijk te vinden dat de praktijkondersteuner hen serieus neemt, goed luistert, open is, voldoende tijd neemt en advies geeft over wat de patiënt aan zijn klachten kan doen. Tweederde van de onderzoeksgroep vindt het minder belangrijk dat de praktijkondersteuner hen helpt om te stoppen met roken of adviseert over alcoholgebruik.

Voorkeur voor huisarts of praktijkondersteuner?

Aan de patiënten uit het onderzoek is ook gevraagd of zij voorkeur hebben voor de huisarts of de praktijkondersteuner. De volgende taken zijn onderscheiden:

  • periodieke controle
  • voorlichting en advies geven
  • eenvoudige handelingen zoals uitstrijkjes maken, wratten aanstippen, hechtingen verwijderen
  • hulp bieden bij bijvoorbeeld stoppen met roken, omgaan met alcohol, volgen van een dieet
  • herhaalrecepten uitschrijven
  • geven van instructie bij het gebruik van geneesmiddelen of hulpmiddelen
  • zonodig zorg door andere zorgverleners of -instanties regelen
  • onderhouden van contacten met thuiszorg of ziekenhuis
  • uitslagen van onderzoek of testen bespreken
  • hulp bieden bij psychische of sociale problemen
  • doorverwijzen
  • nieuwe medicijnen voorschrijven
  • diagnose stellen.

Van de meeste genoemde taken vinden de patiënten dat die ook door praktijkondersteuners kunnen worden uitgevoerd. Alleen wat betreft het stellen van de diagnose en het uitschrijven van nieuwe medicatie geven de meeste patiënten de voorkeur aan de huisarts. Ook doorverwijzen en hulp bij psychische en sociale problemen vinden ze meer taken voor de huisarts.

Laagdrempelige zorg en tevredenheid

Het NIVEL onderzoekt regelmatig hoe patiënten denken over de zorg die zij ontvangen. Om te analyseren hoe patiënten denken over de zorg die praktijkondersteuners leveren, gebruikten de NIVEL-onderzoekers gegevens van het Nationaal Panel Mensen met een Chronische aandoening en Gehandicapten. De leden van dit panel zijn geselecteerd in huisartsenpraktijken uit heel Nederland. Dit panel telt ongeveer 3800 leden en de leden wisselen jaarlijks. De in dit artikel beschreven ontwikkelingen stammen uit de periode 1997-2008. Uit de gegevens blijkt dat de zorg in die tijd meer multidisciplinair is geworden. Ook is de zorg laagdrempeliger geworden, mede door de komst van praktijkondersteuners en praktijkverpleegkundigen. De patiënten zijn tevreden over de samenwerking tussen de huisarts en andere zorgverleners. Opvallend is dat patiënten met diabetes en met astma of COPD iets positiever zijn over de organisatie van de zorg. Zij merken al de systematische aanpak en de hulp bij zelfmanagement van hun aandoening.
Het NIVEL vroeg apart aan patiënten met astma of COPD wat zij belangrijk vinden aan de zorg. Van de mensen met COPD heeft 80-95% behoefte aan informatie over hoe om te gaan met COPD en kortademigheid. Zij hebben vooral behoefte aan adviezen over zelfzorg, medicijngebruik en de juiste manier van bewegen. Ook actieve ondersteuning en controle op zelfzorg een medicijngebruik vinden zij belangrijk.
In een ander onderzoek geeft 30% van de mensen met astma aan dat zij contact hebben met een praktijkondersteuner, en 42% van de COPD-patiënten.2 Zij zijn grotendeels tevreden over zowel de zorg van de huisarts als van de POH, maar vinden de POH toegankelijker. Ook hebben POH’s meer tijd en zijn de wachttijden minder lang dan bij de huisarts vinden zij. Vijftien procent van de patiënten met astma vindt dat de adviezen van de POH rondom zelfzorg en leefregels afwijken van die van de huisarts of de longarts; 19% van de COPD-patiënten is dezelfde mening toegedaan. Dat vinden ze verwarrend.
De laatste gegevens over hoe patiënten met diabetes type 2 de zorg beleven dateren uit 2007. Ruim tweederde van 994 patiënten was tevreden over de zorg verleend door diabetesverpleegkundige of praktijkondersteuner.3

Ook patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten zijn over het algemeen positief over het CVRM-spreekuur in de huisartsenpraktijk, blijkt uit onderzoek van Voogdt-Pruis uit 2010.4 Van een onderzoeksgroep van 450 mensen gaf 87% aan dat zij hun praktijkondersteuner zouden aanbevelen bij andere patiënten.

Minpuntje

Opvallend is dat uit de diverse onderzoeken blijkt dat mensen met ongezonde leefstijl minder positief zijn over de invulling van de zorg door praktijkondersteuners. Rokers voelen zich vaker op de vingers getikt in vergelijking met niet-rokers. Zij vinden ook dat de praktijkondersteuner minder begrip heeft voor hun situatie en dat ze minder goed uitleg geeft.4 Uit het NIVEL-onderzoek waar dit artikel mee begint blijkt dat patiënten relatief weinig belang hechten aan hulp bij leefstijlverandering.1 Hoe dit geïnterpreteerd moet worden, is de vraag. Misschien worden adviezen over leefstijlverandering als te confronterend ervaren?

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2013, nummer 3

Literatuurverwijzingen:

Literatuur

1Kennisvraag. Praktijkondersteuners in de huisartspraktijk (POH’s), klaar voor de toekomst? Utrecht: NIVEL, 2012.
2Heijmans M, Zuidgeest M, Sixma H, Rademakers J. CQI Ketenzorg COPD: meetinstrumentontwikkeling. Kwaliteit van ketenzorg bij COPD vanuit het perspectief van patiënten. Utrecht: NIVEL, 2009.
3Gorter KJ, Tuytel GH, De Leeuw RRJ, Rutten GEHM. Huisarts of ketenzorg: wat wil de diabetespatiënt? Huisarts Wet 2011;54;238-43.
4Voogdt-Pruis H, Gorgels T, Van Ree J, Van Hoef L, Beusmans G. Hoe ervaren hoogrisicopatiënten CVRM door een praktijkondersteuner? 2010. Tijdschr praktijkonderst 2010;5:136-43.