“Bij de obesitaskliniek heb ik geleerd hoe zwaar het is om zwaar te zijn”

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Françoise Langens is sinds twee jaar als arts werkzaam bij de Obesitaskliniek. Daarvoor was ze 15 jaar huisarts en schreef ze mee aan de NHG-Standaard Obesitas. “Door die standaard, waarin bariatrie ook al aan de orde kwam, ben ik me in deze behandelwijze gaan verdiepen. Het mooie ervan is dat je mensen een nieuwe start kunt bieden.”
Marsella Koolwijk-Nuijen vertelt dat ze begin 2012 onder het mes ging. “Ik kwam bij de huisarts met het idee van een maagbandje, maar zij zag te veel patiënten die daar complicaties van hadden. ‘Ga eens nadenken over een gastric bypass,’ zei ze. Omdat ik diabetes had, vond ze dat voor mij zinvoller. Uiteindelijk heb ik daarvoor gekozen.” Voor mij zit iemand met een normaal postuur: Marsella is bijna 60 kilo afgevallen sinds de operatie.

Wat is een gastric bypass?

Françoise: “Een ingreep waarbij een groot deel van de maag verwijderd wordt. Een maagje van 25 à 50 ml blijft over en krijgt een nieuwe aansluiting op de dunne darm. Het eerste deel van de dunne darm, waar normaliter gal en pancreasvloeistoffen bij het voedsel komen, wordt overgeslagen. Hierdoor verteert het voedsel minder makkelijk. Je neemt dus minder calorieën op, maar ook – en dat is een nadeel – minder voedingsstoffen. Ik zie deze operatie vooral als een herkansing. De mogelijkheid ook om van het stigma ‘te dik’ af te komen en van alle vooroordelen die daarbij horen, want dat zijn er nogal wat.”

Toch lijkt het me een hele beslissing, zo’n ingreep…

Marsella: “Ja, dat is het zeker! Ik heb er eerst van alles over opgezocht op internet en ik heb er veel over nagedacht. Daar ben ik zeker een jaar druk mee geweest. Toen ik eenmaal in het ziekenhuis lag, kreeg ik alsnog de zenuwen. De avond van tevoren zei ik ineens tegen mijn kamergenoot: ‘Wat dóe ik hier in godsnaam?! Ik kan toch zelf wel afvallen, daar heb ik toch geen operatie voor nodig?!’ Maar ja, ik had de keuze al gemaakt, dus ik heb het maar over me heen laten komen.”

Hoe kijk je erop terug?

Marsella: “Ik ben heel blij met het resultaat, maar de eerste dagen vond ik erg zwaar. Aan de buitenkant stelt het misschien weinig voor, maar aan de binnenkant gebeurt er een hele hoop, en dat voel je. Daarna ging het snel beter. Lijnen is niet langer nodig. Sterker nog, dat mag niet meer. En wat natuurlijk geweldig is: de diabetes is helemaal verdwenen.”

Françoise: “Ja, dat is heel bijzonder: mensen die minder dan 5 jaar diabetes hebben en insuline spuiten, komen vaak zonder insuline het ziekenhuis uit. Dat is precies de reden waarom deze ingreep staat vermeld in de NHG-Standaard. Hoe het mechanisme precies werkt, is nog niet bekend.”

Wie komt in aanmerking voor een gastric bypass?

Françoise: “Mensen met een BMI van 40 of hoger en patiënten met comorbiditeit (diabetes, hypertensie, ernstige artrose, obstructief slaapapneusyndroom of polycysteus-ovariumsyndroom) vanaf een BMI van 35. We doen een uitgebreide screening. Als patiënt moet je voldoen aan heel wat voorwaarden. Je moet bijvoorbeeld psychisch stabiel zijn en gezond genoeg voor een operatie en anesthesie. Maar vooral moet je bereid zijn je eet- en beweegpatroon serieus aan te pakken. Motivatie is heel belangrijk. Het is niet zo dat je je maag laat verkleinen en dat alles dan vanzelf goed komt.”

Waarom opereren in plaats van de conservatieve behandeling?

Françoise: “Aanvankelijk boden we alleen het reguliere traject aan: een combinatie van een diëtist, psycholoog, bewegingsdeskundige en een arts. Patiënten leerden er heel veel van en ze vielen ook af. Maar het probleem was dat die kilo’s bijna altijd weer terugkwamen. Dat wilde de verzekering niet meer vergoeden. Gelukkig blijkt de operatie ook op langere termijn heel effectief, zeker voor mensen met diabetes of hoge bloeddruk. Het leeuwendeel valt fors af en blijft op gewicht. En de fysieke klachten verdwijnen of nemen af.”

Zijn er ook nadelen?

Françoise: “Zeker. Er kan iets misgaan bij de operatie. Er is bijvoorbeeld een kleine kans op naadlekkage, maar de chirurgen zitten hier heel erg bovenop, juist omdat het geen medisch noodzakelijke operatie is. Achteraf kun je last krijgen van klachten als winderigheid of een borrelende buik. Ook de smaak verandert vaak. En natuurlijk neem je toch een bepaald risico: de mortaliteit is 0,1 à 0,2 procent.”

Marsella: “Maar niets doen zou in mijn geval ook een hoger risico op overlijden betekenen, dus voor mij was die afweging niet moeilijk. Ik heb trouwens zo’n borrelende buik en ik moet vaak boeren. Verder geef ik niets meer om patat, maar vind ik slagroom ineens heerlijk.”

Zestig kilo afvallen, is dat gebruikelijk?

Françoise: “Ik moet zeggen dat Marsella ruim boven het gemiddelde zit. Ze is nu 95 procent van haar overgewicht kwijt en zit bijna op een BMI van 25. Gemiddeld raken mensen zo’n 60 à 70 procent van hun overgewicht kwijt. Er zijn er veel zoals Marsella, maar er is ook een deel dat veel minder afvalt. We weten niet zo goed hoe dat komt. Misschien passen zij hun leefstijl niet aan, maar dat kunnen we natuurlijk niet controleren.”

Wat moet je zelf doen?

Marsella: “Je moet meer gaan bewegen en zo gezond mogelijk eten. En je moet steeds goede keuzes maken om rekening te houden met je verkleinde maag, want je zit veel sneller vol. Als ik een verjaardag heb, moet ik kiezen tussen brood en taart. Meestal wordt het dan toch brood. Een enkele keer gebak, maar allebei kan dus niet. Voor de operatie had ik regelmatig vreetbuien. Nu soms nog, maar dan word ik onmiddellijk gestraft: ik krijg pijn of ik word heel misselijk.”

Françoise: “Dat heet ‘dumping’: als je te veel vet of suikers eet, komen de voedingsstoffen te snel in de dunne darm en word je beroerd. Dat kan behoorlijk heftig zijn, we waarschuwen daar altijd voor.”

Kan het ook zijn dat je helemaal geen trek meer hebt?

Françoise: “Ja, er zijn mensen die zes keer per dag de wekker moeten zetten. Anders vergeten ze te eten.”

Marsella: “Dat herken ik wel, vooral als ik bezig ben. Ik was voor de operatie trouwens niet iemand die constant honger had. Maar ik had wel regelmatig zo’n borrelend gevoel in mijn buik, dan moest er wat in. Dat heb ik helemaal niet meer.”

Een bevrijding?

Marsella: “Jazeker! Maar je moet er ook mee oppassen. Je suikerspiegel daalt snel, en dat heb je niet door.”

Françoise: “Dat is een van de redenen waarom wij uitgebreide voor- en nazorg aanbieden. Voor de operatie komen patiënten zeven weken lang een dagdeel hier en krijgen ze begeleiding van een diëtist, een psycholoog, een bewegingsdeskundige en een arts, meestal in groepsverband. Dan al hameren we op het belang van regelmatig eten: bij voorkeur 6 keer per dag. Anderhalf jaar na de operatie zijn er eens per drie weken terugkomdagen.”

Hoe heb jij de begeleiding ervaren, Marsella?

Marsella: “Die vond ik heel goed. Aan het begin denk je: is dat wel nodig, zo’n lang programma? Maar nu weet ik dat ik niet zonder had gekund. Je kunt met al je vragen terecht, dat is heel prettig. Het is ook fijn om contact te houden met mensen uit de groep. Drie ervan spreek ik nog regelmatig.”

Hoe gaat het na die anderhalf jaar?

Françoise: “Na die intensieve periode komen patiënten nog vijf jaar lang eens per jaar terug voor artsencontrole. We checken dan ook het bloed op tekorten. Omdat een deel van de dunne darm wordt overgeslagen, is de opname van onder andere eiwitten, vitamine B12, Fe, calcium en vitamine D verminderd.”

Komt hier de praktijkondersteuner in beeld?

Françoise: “Als het aan ons ligt, gebeurt dat al veel eerder. We willen dat mensen een bewuste keuze maken en die keuze moet eigenlijk al goed begeleid en voorbereid zijn door de praktijkondersteuner en de huisarts. Het punt is dat mensen die hier komen hun keuze al gemaakt hebben. Wij kunnen zeggen wat we willen: al zeggen we dat de operatie een extreem hoge mortaliteit heeft, toch wil iedereen die operatie. Daarom vind ik de rol van de huisarts en praktijkondersteuner zo belangrijk. Die kunnen ervoor zorgen dat de patiënt echt goed nadenkt over deze beslissing en de voor- en nadelen bespreken. De patiënt is al bekend in de huisartsenpraktijk, dat vind ik essentieel. Het is tenslotte een grote operatie. Nu gebeurt het nog vaak dat mensen op eigen verzoek een verwijzing van de huisarts krijgen. Vaak weet die niet eens zo goed wat de operatie inhoudt en voelt zich voor het blok gezet. Daarom heb ik een flowchart gemaakt voor de huisarts (en praktijkondersteuner). Aan de hand daarvan geef ik veel nascholingen, meestal via de Werkgroep deskundigheidsbevordering huisartsen (WDH). Ik probeer dan ook vooroordelen te ontzenuwen.”

Zoals?

Françoise: “Dat dikke mensen zwak zijn, bijvoorbeeld. Na twee jaar bij de obesitaskliniek weet ik beter. Ik heb hier geleerd hoe zwaar het is om zwaar te zijn. Het is een dagtaak: mensen zijn alleen maar bezig met wel of niet eten, voortdurend in strijd met hun geweten. Ik vind het belangrijk dat daar ook onder huisartsen en praktijkondersteuners meer begrip voor komt. Mijn motto is: ‘Bestrijd obesitas, niet de mensen zelf!’”

Marsella: “Ja, je hebt altijd het gevoel dat je erop aangekeken wordt dat je dik bent. En mensen negeren je. Totdat je slank bent, dan zien ze je ineens staan.”

Françoise: “Er is ook huiverigheid voor commercie. Inderdaad, we zijn een commerciële kliniek, maar we krijgen gewoon een bepaald bedrag per patiënt. Is dat nou zoveel commerciëler dan andere behandelingen? In deze tijd moet je haast wel, wil je dit soort ingrepen betaalbaar houden.”

Welke rol is er weggelegd voor praktijkondersteuners in het natraject?

Françoise: “Vijf jaar na de operatie dragen we de patiënt volledig over aan de huisarts annex praktijkondersteuner. Dat betekent jaarlijks bloedcontrole en indien nodig suppletie. Maar veel eerder al zijn zij betrokken bij de afbouw of aanpassing van medicatie voor diabetes, hypertensie en lipidenstoornissen. De praktijkondersteuner kan de patiënt begeleiden bij handhaving of verbetering van de leefstijl en hem motiveren naar groepsbijeenkomsten te gaan. En tot slot is van belang te weten dat mensen hun leven lang vitaminen en calcium moeten slikken. Het speciale vitaminepreparaat dat ze krijgen bevat onder meer 14.000 maal de aanbevolen dagelijkse dosis vitamine B12 (dat na een gastric bypass minder wordt opgenomen door een mogelijk tekort aan intrinsic factor). Toch heeft een aantal patiënten daarbij nog een maandelijkse injectie nodig.”

www.obesitaskliniek.nl

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2014, nummer 3

Literatuurverwijzingen: