Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Antwoorden

Avatar
Redactie NHG/BSL

De antwoorden zijn als juist/onjuist geformuleerd.

1

. Juist

2

. Onjuist

3

. Juist

Patiënten met diabetes mellitus type 2 en verhoogde bloeddruk (SBD ≥ 140 mmHg) worden behandeld met antihypertensiva, met als doel om zowel het risico van hart- en vaatziekten als het risico van nefropathie te verlagen. Thiazidediuretica (zoals hydrochloorthiazide) hebben de voorkeur bij patiënten met diabetes mellitus type 2 en hypertensie zonder albuminurie. Bestaat er albuminurie, dan hebben RAS-remmers de voorkeur vanwege het nierbeschermende effect. Op grond van ervaring en prijs gaat de voorkeur uit naar ACE-remmers (zoals enalapril) boven AII-antagonisten (zoals losartan). Verdraagt de patiënt geen ACE-remmers, dan zijn de angiotensine-II-antagonisten een alternatief.
Mevrouw Joosten zou als eerste stap dus een ACE-remmer voorgeschreven moeten krijgen, bijvoorbeeld enalapril.

4

. Juist

5

. Juist

Aan vrijwel alle patiënten met diabetes mellitus type 2 wordt behandeling met een statine geadviseerd. De huisarts schrijft simvastatine of pravastatine eenmaal daags 40 mg voor. Na enkele weken tot ten hoogste 3 maanden wordt het nuchtere lipidenspectrum gecontroleerd. Het risicoverlagende effect van behandeling met een statine is waarschijnlijk effectiever dan dat van behandeling met antihypertensiva. In recente onderzoeken is namelijk aangetoond dat statines het risico van hart- en vaatziekten kunnen reduceren bij patiënten met diabetes mellitus type 2 als zij geen verhoogde cholesterolwaarden hebben. Eenzelfde effect is minder overtuigend aangetoond bij diabetes mellitus type 2-patiënten met een normale bloeddruk.

6

. Juist

7

. Onjuist

Tijdens de instelling van de antihypertensieve behandeling wordt de bloeddruk twee- tot vierwekelijks gecontroleerd. Voordat de patiënt met een ACE-remmer of AII-antagonist begint, controleert de huisarts of praktijkondersteuner de nierfunctie. Door deze middelen kan de nierfunctie bij mensen bij wie die functie al verminderd is, snel verslechteren. Twee weken na de start van de behandeling moet de nierfunctie opnieuw worden gecontroleerd. Het is handig deze uitslag te combineren met een bloeddrukcontrole.

8

. Juist

Bij onvoldoende effect op de bloeddruk wordt de RAS-remmer opgehoogd tot de maximale dosering is bereikt, alvorens een ander middel toe te voegen. Is het effect dan nog steeds onvoldoende, dan is de volgende stap het toevoegen van een thiazidediureticum (hydrochloorthiazide of chloortalidon) in een dosering van eenmaal daags 12,5 mg. Dit is bij diabetespatiënten tevens de maximale dosering vanwege een verhoogde kans op hypokaliëmie. Bij onvoldoende effect van een lage dosis diureticum en een RAS-remmer in maximale dosering, voegt de huisarts een bètablokker of calciumantagonist aan de medicatie toe.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2011, nummer 2

Literatuurverwijzingen:

1Rutten GEHM, De Grauw WJC, Nijpels G, Goudswaard AN, Uitewaal PJM, Van der Does FEE, et al. NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2. www.nhg.org. Geraadpleegd in december 2010.
2Nederlands Huisartsen Genootschap. NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement. www.nhg.org. Geraadpleegd in december 2010.