Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Antwoorden

Avatar
Redactie NHG/BSL

De antwoorden zijn als juist/onjuist geformuleerd.

1

Juist

2

Onjuist

3

Juist

Dementie is een klinisch syndroom dat gekenmerkt wordt door geheugenstoornissen en een of meer cognitieve stoornissen (afasie, apraxie, agnosie), die een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren. De klachten mogen niet uitsluitend voorkomen tijdens een delier.
Voorbeeld 1 is een voorbeeld van een cognitieve stoornis in de uitvoerende functies: een verminderd vermogen te plannen en te organiseren.
Voorbeeld 2 is een voorbeeld van apraxie: het verminderd vermogen handelingen uit te voeren ondanks intacte motorische functies (normaal kunnen bewegen). Agnosie is een verminderd vermogen objecten te herkennen ondanks intacte sensibele functies (normaal kunnen voelen).
Voorbeeld 3 is een voorbeeld van een geheugenstoornis. Bij dementie komen vaak inprentingsstoornissen (nieuwe informatie) of stoornissen in de reproductie (oude informatie) voor.

4

Juist

5

Onjuist

6

Onjuist

Voorheen maakte men onderscheid tussen de meest voorkomende subtypen van dementie: M. Alzheimer en vasculaire dementie. Vasculaire dementie zou worden veroorzaakt door hersenbeschadigingen door atherosclerose en bij M. Alzheimer zou atherosclerose geen rol spelen. Tegenwoordig is dit onderscheid niet meer relevant, omdat er geen verschil is in klinische presentatie en ook bij autopsie is geen duidelijk verschil in het hersenweefsel te zien.
Een aantal factoren kunnen predisponerend werken voor het ontstaan van dementie. Hieronder vallen risicofactoren voor hart- en vaatziekten (hypertensie, diabetes mellitus, hypercholesterolemie en roken) en neurologische aandoeningen (zoals een doorgemaakt CVA en M. Parkinson). Van een hoog opleidingsniveau is lang gedacht dat het beschermend werkte op het ontstaan van dementie, maar onderzoek heeft dit niet bevestigd. Wel is dementie bij hoger opgeleiden moeilijker vroeg te herkennen, omdat ze de symptomen makkelijker verbloemen. Ook gaat bij hoger opgeleiden vier keer vaker een depressie vooraf aan dementie.
Matig alcoholgebruik (< 3 EH/d) en NSAID-gebruik zouden mogelijk beschermend werken. Alcohol werkt mogelijk meer via het effect op de vasculaire component dan op de dementie zelf. Voor risicoreductie door NSAID’s is nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs en daarom wordt het nog niet ter preventie van dementie voorgeschreven.

7

Onjuist

De MMSE (Mini Mental State Examination) is een test om in korte tijd een indruk te krijgen van geheugen- en andere cognitieve stoornissen, maar geeft geen absolute uitkomsten. De uitkomst is onder andere afhankelijk van leeftijd en opleidingsniveau. Als algemene norm geldt dat een score van 28 of hoger overeenkomt met een goed cognitief functioneren en een score van 18 of lager met ernstige cognitieve stoornissen. Bij een score van 22, zoals in de casus, is het aan te raden de MMSE-score een tijdlang in de gaten te houden, naast uiteraard het dagelijks functioneren van de patiënt.

8

Juist

9

Onjuist

10

Juist

Andere mogelijke testen bij dementie zijn de kloktekentest, waarbij de patiënt wordt gevraagd een klok te tekenen met de cijfers op de juiste plaats op de wijzerplaat en de wijzers op een bepaalde opgegeven tijd; het begrip van tijd, ruimte en ruimtelijke verdeling bepalen de score. Bij de verkorte IQCODE (Informant Questionnaire for Cognitive Decline in the Elderly) vult een naaste uit de omgeving van de patiënt in hoe het huidige geheugen is in vergelijking met tien jaar geleden. Daarnaast is er de OLD (ObservatieLijst voor vroege symptomen van Dementie), die de hulpverlener kan invullen na contact met de patiënt, zonder dat diens medewerking is vereist.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2010, nummer 4

Literatuurverwijzingen:

1Wind AW, Gussekloo J, Vernooij-Dassen MJFJ, Bouma M, Boomsma LJ, Boukes FS. NHG-Standaard Dementie (Tweede herziening). www.nhg.org. Geraadpleegd in april 2010.
2Joling K, Van Hout H. Mini-mental state examination; beperkt screeningsinstrument bij cognitieve stoornissen. Tijdschr Praktijkonderst 2009;3:62-6.