Welzijn op recept

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

In Gezondheidscentrum De Roerdomp in Nieuwegein constateerden de huisartsen dat psychosociale aandoeningen (welzijnsklachten) een rol spelen bij een derde van alle consulten. Dat gegeven en een boek van Jan Auke Walburg, getiteld Mentaal Vermogen, lagen ten grondslag aan het project Welzijn op recept, dat intussen in veel andere Nederlandse gemeenten navolging vindt. Projectleider Karen de Groot vertelt over het project en de cruciale rol van praktijkondersteuners daarin.

 

Hoe is ‘Welzijn op recept’ het best te beschrijven?

“Je kunt het beschouwen als een methode om mensen met psychosociale klachten vanuit de huisartsenpraktijk te verwijzen naar welzijnsactiviteiten, zoals bewegen, creatieve activiteiten of met elkaar koken en eten. Het mooie is dat mensen door deze activiteiten zelf actief hun gezondheid en welzijn verbeteren.”

Wat was de aanleiding tot dit project?

“In 2010 kwamen we tot de conclusie dat in deze Nieuwegeinse wijk 1 op de 3 patiënten het spreekuur van de huisarts bezocht met psychosociale problematiek, zoals eenzaamheid, angst of depressie. Cijfers van de ggd gaven ook aan dat dit een wijk was met veel fysieke en mentale aandoeningen. We schrokken daarvan: we dachten dat we met ons gezondheidscentrum, met allerlei disciplines in eigen huis, effectieve zorg boden. Maar dat was blijkbaar niet effectief genoeg. In die tijd las onze directeur het boek Mentaal vermogen van Jan Auke Walburg (zie pagina 59). Mentaal vermogen stelt iemand in staat een gelukkig, betrokken en zinvol leven te leiden. In dit boek herleidt Walburg uit de wetenschappelijke literatuur over geluk en veerkracht zes ‘principes van duurzaam geluk’ die het mentaal vermogen bepalen: positief en optimistisch denken, zingeving, bewust leven en genieten, interactie met anderen, gezonde leefstijl en geluk delen. In een gesprek met hem kwam Jan Walburg op het idee om patiënten met psychosociale problematiek te verwijzen naar welzijnsprojecten, waarin deze principes min of meer aan bod komen. Toen bleek dat diverse partijen (zoals gemeente, inwoners en zorgverzekeraar) dit ook een goed idee vonden, hebben we subsidie aangevraagd (en gekregen) bij ZonMW. De opstartgroep bestond uit een huisarts, een praktijkondersteuner, een cliënt, de manager van welzijnsorganisatie MOvactor en een welzijnswerker. Daarbij kregen we ondersteuning van het Trimbos-instituut. Het resultaat is Welzijn op recept, ontwikkeld door Gezondheidscentrum De Roerdomp, MOvactor, en het Trimbos instituut.”

Dat moet een hele organisatie zijn geweest…

“Zowel aan de huisartsen- als aan de welzijnskant moest natuurlijk het een en ander gebeuren. Welzijnsorganisatie MOvactor heeft alle activiteiten gegroepeerd rond de zes principes voor duurzaam geluk en die, eigentijdser, ‘welzijnsarrangementen’ genoemd. De welzijnsarrangementen kregen aansprekende namen als Ontdekken en doen, Smakelijke Ontmoetingen of Kunst en Cultuur. Ook heeft MOvactor diverse andere aanpassingen en veranderingen doorgevoerd op basis van behoeften in de wijk en veelvoorkomende psychosociale problematiek in het gezondheidscentrum. Zo is het buurthuis vernieuwd en is er een keuken in gekomen, omdat al snel duidelijk werd dat veel mensen graag gezamenlijk willen koken en eten. Ook in de huisartsenpraktijken van het gezondheidscentrum moest natuurlijk het een en ander worden georganiseerd. Duidelijk moest bijvoorbeeld zijn dat de doelgroep van Welzijn bestaat uit de patiënten die op het spreekuur van de huisarts worden gecodeerd met een Z- of lichte P-code volgens de ICPC-codering.”

Wat is de rol van de praktijkondersteuner in het geheel?

“Cruciaal voor een goede organisatie van dit project zijn de praktijkondersteuner en de vertegenwoordiger van de welzijnsorganisatie (de ‘welzijnscoach’). De welzijnscoach signaleert of de patiënt ook werkelijk bij de activiteit is aangekomen en koppelt dat terug naar de praktijkondersteuner. Dat kan op diverse manieren. Bij ons gaat dat nu nog via de mail, maar het zou in de toekomst ook kunnen via Edifact. De praktijkondersteuner zorgt ervoor dat de terugkoppeling in het HIS van de huisarts komt. Om de activiteiten rond te krijgen voor de patiënt heb je de welzijnscoach nodig, en om af te stemmen dat het allemaal goed loopt heb je de praktijkondersteuner nodig. De verwijzende rol van de praktijkondersteuner is minder groot dan die van de huisarts. In de opstart met Jan Walburg zijn we tot de conclusie gekomen dat de autoriteit van de huisarts nodig is voor het welslagen van het verwijzen. In de praktijk komt het erop neer dat huisartsen 75% van de recepten schrijven. De rest is dus afkomstig van anderen, onder wie de praktijkondersteuner. Uit de wetenschappelijke literatuur is bekend dat de relatie tussen het hebben van een chronische aandoening en psychosociale problematiek bijna 1 op 1 is. Dus het is zinvol dat ook de praktijkondersteuner – die juist deze doelgroep ziet – verwijst naar een welzijnsactiviteit. Als projectleider ben ik erg blij met praktijkondersteuners: ze denken volop mee, registreren zorgvuldig en hun gedrevenheid om voor de patiënt iets te regelen is grandioos! Hierbij dus een groot compliment aan de praktijkondersteuners.”

Wat verwacht je in de toekomst van dit project?

“Gezien de AWBZ-WMO-transitie en het feit dat de ggz meer naar de huisartsenpraktijk verschuift, verwacht ik dat het concept van Welzijn op recept in meer plaatsen in Nederland wordt uitgerold. Zeker als men zich realiseert dat welzijnsactiviteiten goed werken voor mensen met psychosociale problematiek en dat het maatschappelijk rendement hoog is. Uit onze resultaten blijkt bijvoorbeeld dat er mensen zijn die een nieuwe baan krijgen, of reïntegreren. En een kwart van alle mensen die worden verwezen, gaat vrijwilligerswerk doen. Goede resultaten dus op persoonlijk en maatschappelijk gebied, maar helaas is nog niet bewezen dat ook zorg- en medicatiegebruik afnemen door verwijzing van de huisarts naar welzijnsactiviteiten. Dat zou bijvoorbeeld interessant zijn voor zorgverzekeraars. Omdat de meeste patiënten later dan het moment van verwijzing van start gingen met hun welzijnsactiviteit, was het niet mogelijk om eventuele veranderingen in zorg- en medicatiegebruik te rapporteren. En omdat deze doelgroep slecht vragenlijsten invult, konden we ook geen conclusies trekken over de kwaliteit van leven en welbevinden. Wel weten we dat de deelnemers die aan de slag zijn gegaan erg tevreden zijn. We hopen echter nog de mogelijkheid te vinden om meer wetenschappelijk onderzoek te doen naar het effect van dit project op zorg- en medicatiegebruik, de kwaliteit van leven en het maatschappelijk rendement.”

Jullie zijn ook betrokken bij projecten elders?

“Ja, dat klopt. Ik krijg vaak aanvragen om te komen vertellen over hoe we dit project hebben georganiseerd, en ben nu ook betrokken bij de opstart van Welzijn op recept in andere plaatsen. We hebben overigens na het uitvoeren van de pilot, in 2012 in Nieuwegein, een handleiding geschreven. Daarin beschrijven we in zes stappen hoe je een dergelijk project organiseert. In maart 2014 is de update uitgekomen, met aanvullingen, resultaten en praktijktips. Belangrijk is natuurlijk dat je de aard en omvang van psychosociale problemen in de wijk in kaart brengt en het bestaande welzijnsaanbod inventariseert. Van daaruit kun je met een focusgroep van potentiële deelnemers aan welzijnsinterventies vaststellen welke activiteiten passend zijn voor de betreffende wijk. Meer hierover lees je in onze handleiding op de website van het Trimbos instituut (www.trimbos.nl).”

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2014, nummer 2

Literatuurverwijzingen:

Literatuur

1Sinnema H, Smiesing J, De Ruiter M, Vossepoel L, Bolier L, Muntingh A, De Groot K. Welzijn op recept. Handleiding voor de ontwikkeling en invoering van het welzijnsrecept.