Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Vragen

Avatar
Redactie NHG/BSL

Hou je kennis up to date met de toetsvragen van huisarts Janine Freeke. Ze zijn geformuleerd als juist/onjuist. Heb je zelf een vraag? Mail deze naar tpo@nhg.org.

De heer Maas is 67 jaar en komt op het spreekuur van de huisarts. Hij vertelt dat zijn vrouw hem heeft gestuurd omdat hij steeds slechter hoort. Na de anamnese onderzoekt de huisarts de oren van de heer Maas. Hij let hierbij onder andere op (1) de aanwezigheid van oorsmeer, (2) een mogelijke ontsteking van de gehoorgang en op (3) het trommelvlies. Bij de klacht slechthorendheid is

1. onderzoek zoals genoemd bij (1) correct;

2. onderzoek zoals genoemd bij (2) correct;

3. onderzoek zoals genoemd bij (3) correct.

De huisarts ziet aan beide kanten een cerumenprop bij de heer Maas. Hij adviseert hem een afspraak te maken om de oren uit te spuiten bij de praktijkassistente nadat de oren drie dagen met olie gedruppeld zijn.

4. Het vooraf aan de lavage druppelen met olie is een correct advies.

Enkele dagen na de lavage merkt de heer Maas nog geen verbetering van de klachten. Er zijn geen andere afwijkingen van oor en gehoorgang te zien. De huisartsenpraktijk beschikt over een screenings-audiometer en de huisarts vraagt de praktijkondersteuner om een audiogram te maken. De huisarts legt uit dat je met een screenings-audiometer de luchtgeleidingscurve kunt meten.

5. De uitleg van de huisarts is correct.

Het audiogram laat aan beide oren op meerdere toonhoogten (1000, 2000 en 4000 hertz) een gehoorverlies van 40 decibel zien. De huisarts stelt de diagnose presbyacusis.

6. Presbyacusis is een vorm van gehoorverlies door geleidingsverlies.

De huisarts zegt dat dit een indicatie is voor een hoortoestel en dat deze bij genoemde uitslagen ook vergoed zal worden.

7. De uitspraak van de huisarts is correct.

De echtgenote van de heer Maas wil graag dat hij een hoortoestel neemt, maar de heer Maas zelf ziet hier erg tegenop. De huisarts vindt dat de heer Maas beter kan wachten met een hoortoestel als hij er zelf nog niet aan toe is. De praktijkondersteuner zegt daarentegen dat uit onderzoek blijkt dat de kwaliteit van leven van de heer Maas positief wordt beïnvloed als hij eerder een hoortoestel neemt.

8. De huisarts heeft in dit geval gelijk.

Zie verderop voor de antwoorden. http://www.tijdschriftpraktijkondersteuning.nl/archief/volledig/id482-antwoorden.html

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2010, nummer 6

Literatuurverwijzingen: