Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Vragen

Avatar
Redactie NHG/BSL

In het Tijdschrift voor praktijkondersteuning bieden we je de mogelijkheid om je kennis up to date te houden, onder meer door te testen hoe het is gesteld met je kennis. Huisarts Janine Freeke bedacht de toetsvragen en -antwoorden en formuleerde ze als juist/onjuist. Heb je zelf een vraag? Mail deze naar tpo@nhg.org. Wij sturen je vraag door naar Janine.

De twaalfjarige Pim komt samen met zijn vader op het spreekuur. Pims vader is hardlooptrainer en Pim traint sinds kort mee. Hij werd de laatste twee keer tijdens het hardlopen benauwd en had last van een snelle ademhaling. Pim had tot zijn achtste jaar astma. Volgens de huisarts is er bij Pim sprake van inspanningsastma. De praktijkondersteuner beweert daarentegen dat kenmerkend is voor inspanningsastma dat de kortademigheid meestal optreedt ná inspanning, en zelden tijdens inspanning.

1

.De bewering van de praktijkondersteuner is correct.

De praktijkondersteuner en de huisarts hebben na het spreekuur een gesprek over inspanningsastma bij kinderen. Ze bespreken de niet-medicamenteuze behandeling hiervan. De praktijkondersteuner zegt dat kinderen minder kwetsbaar zijn voor inspanningsastma als ze hun conditie verbeteren. De huisarts zegt dat ze een goede bescherming hebben tegen inspanningsastma als ze aan een goede warming-up en cooling-down doen.

2

.De bewering van de praktijkondersteuner is correct.

3

.De bewering van de huisarts is correct.

Daarna bespreken zij de rol van de astmatische voorgeschiedenis van Pim bij de kans op het ontstaan van inspanningsastma. Volgens de huisarts heeft ongeveer één op de drie kinderen met astma ook last van inspanningsastma. De praktijkondersteuner meent dat ongeveer één op de vier kinderen met inspanningsastma geen andere astmatische klachten heeft.

4

.De bewering van de huisarts is correct.

5

.De bewering van de praktijkondersteuner is correct.

Tot slot worden de medicamenteuze opties bij inspanningsastma besproken. Pim gebruikt op dit moment geen inhalatiemedicatie, omdat hij al een aantal jaar geen astmatische klachten heeft gehad. Wel heeft hij een neusspray tegen hooikoorts.

6

.Behandeling van allergische rhinitis heeft een gunstige invloed op inspanningsastma.

De praktijkondersteuner en de huisarts bespreken de opties van het herstarten van inhalatiemedicatie bij Pim. De huisarts meent dat een combinatie van een inhalatiecorticosteroïd en een bronchusverwijder de beste optie is bij inspanningsastma. De praktijkondersteuner denkt dat volledige bescherming tegen inspanningsastma mogelijk is door een optimale combinatie van medicamenteuze en niet-medicamenteuze therapie.

7

.De bewering van de huisarts is correct.

8

.De bewering van de praktijkondersteuner is correct.

Zie het aparte artikel voor de antwoorden.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2010, nummer 5

Literatuurverwijzingen: