Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Partners van dementerenden vaker depressief

Avatar
Redactie NHG/BSL

De zorg voor een demente partner vergt veel van de psychische gezondheid van de mantelzorger (meestal de partner). Dat een partner/mantelzorger daardoor depressief kan worden of een angststoornis kan krijgen, werd al langer verondersteld, maar was tot nu toe niet aangetoond in Nederlands onderzoek. Een publicatie van onderzoekers van NIVEL en VUmc brengt daar nu verandering in.

In een prospectieve cohortonderzoek volgden onderzoekers tussen 2001 en 2007 de medische gegevens van 218 partners met patiënten met dementie. Daarvoor maakten zij gebruik van de 71 geautomatiseerde huisartsenpraktijken binnen het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH). LINH levert geanonimiseerde gegevens uit de elektronische patiëntendossiers over aandoeningen, verrichtingen, geneesmiddelvoorschriften en verwijzingen. De controlegroep bestond uit partners van niet-dementerenden. Voor iedere partner van een dementerende werden voor de controlegroep twee partners van mensen zonder dementie uit dezelfde praktijk gezocht. De resultaten lieten zien dat partners van patiënten met dementie een vier keer zo grote kans hebben op depressie, en een twee keer zo grote kans om antidepressiva voorgeschreven te krijgen. Dat gold niet voor angststoornissen: partners van dementerenden waren niet vaker angstig dan mensen uit de controlegroep. Recepten voor antidepressiva én anxiolytica worden significant vaker voorgeschreven voor partners van dementerenden dan voor de controlegroep. Let dus niet alleen op je dementerende patiënt, maar ook op diens partner/mantelzorger. Sietsche van Gunst

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2010, nummer 4

Literatuurverwijzingen:

1Joling KJ, et al. Incidence of depression and anxiety in the spouses of patients with dementia: a naturalistic cohort study of recorded morbidity with a 6-year follow-up. Am J of Ger Psych 2010;18:146-53.