Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Mijn praktijkondersteuner / Mijn huisarts

Avatar
Redactie NHG/BSL

De praktijkondersteuner: Marieke de Korte (42)
POH bij huisartsenpraktijk Soesterkwartier in Amersfoort
Opleiding: B-verpleegkunde, HBO-V, POH
Werk hiervoor: verpleegkundige in psychiatrisch ziekenhuis

“Na 15 jaar werken in een psychiatrisch ziekenhuis voelde ik dat ik toe was aan iets anders. De opleiding tot praktijkondersteuner was net gestart in Utrecht en dat leek me een goede vervolgstap in mijn loopbaan. Ik spreek trouwens liever van praktijkverpleegkundige dan van praktijkondersteuner: ik ben immers opgeleid tot verpleegkundige en dat mag best in de functienaam terugkomen, vind ik. Een beetje vaktrots is gezond, toch?
De praktijk staat middenin een echte volkswijk. Dat betekent dat er meer dan gemiddeld sprake is van bepaalde klachten. Het aantal diabetespatiënten is hier bijvoorbeeld veel hoger dan normaal: de praktijk heeft 9000 patiënten, waarvan er 600 diabeet zijn. Bovendien hoor ik veel psychische en sociale problemen op het spreekuur. Mensen komen voor hun suiker of bloeddruk, maar de verhalen over wat er niet goed gaat op het thuisfront zijn soms veel prangender voor hen. Dan kan ik wel gaan zeggen dat ze moeten afvallen of stoppen met roken, maar dat heeft weinig zin als iemand middenin een scheiding zit of met een depressie kampt. Als er meer hulp nodig is, schrijf ik zelf een verwijsbrief naar bijvoorbeeld het maatschappelijk werk of een psycholoog. Mijn twee collega’s en ik krijgen dus veel vrijheid van de huisartsen. Structureel patiëntenoverleg met de huisartsen hebben we hier niet. Als ik twijfel of een bepaalde vraag valt buiten het protocol, vraag ik de huisarts om advies.
In het begin moest ik wennen aan het ‘kleine’ van een huisartsenpraktijk: alles gebeurt op dezelfde werkplek in hetzelfde gebouw. In mijn ziekenhuistijd ging ik van de ene naar de andere afdeling, kwam telkens in een andere sfeer terecht. Ook de vele collega’s miste ik: dit werk is toch behoorlijk solistisch. Andersom merkte ik aan de huisartsen dat ze ook aan ons (ik startte hier samen met een collega) moesten wennen. Hun verwachtingen lagen soms anders dan de onze. Dat bleek toen we vlak na de opleiding begonnen over nascholing. Hun eerste reactie was: jullie zijn net klaar met studeren, is dat nou zo nodig? Ja dus, vonden wij.
De huisarts is alles tegelijk: inhoudelijk adviseur, personeelsfunctionaris, werkgever: hij draagt ongeveer alle petten die er zijn in een werkomgeving. Ik was het ziekenhuis gewend, waar je voor elk aspect van je werk een andere afdeling hebt. Dan voelt het even raar om direct na een stevige onderhandeling over nascholing weer een zorginhoudelijk overleg te hebben met dezelfde persoon. Maar we zijn nu vijf jaar verder en intussen ben ik eraan gewend geraakt.
Mijn grootste aandachtsgebied is diabetes. Momenteel zoek ik naar manieren om mensen meer te laten bewegen. Ik ben bij de fysiotherapeut in de buurt geweest om eens te praten. Zij heeft een eigen sportschooltje en als patiënten daar nu makkelijk terecht zouden kunnen, zijn ze misschien eerder geneigd te komen… De grote vraag blijft natuurlijk hoe je mensen aan het bewegen houdt. Ik merk dat wij verder gaan dan de huisartsen om te motiveren. Ook als iemand herhaaldelijk de voedings- of bewegingsadviezen niet opvolgt, blijf ik me afvragen: Heb ik alles gedaan, moet ik nog iemand anders inschakelen? ‘Leer accepteren dat er mensen zijn die je niet gemotiveerd krijgt’, is het advies van de huisartsen aan ons. Maar ja, je zit hier toch vooral omdat je anderen wil helpen. Dus zo makkelijk is het nog niet om dat advies ter harte te nemen!”

De huisarts: Niek Leloup (54)
Huisarts in praktijk Soesterkwartier
Praktijk: 4 huisartsen,2 hidha’s
POH vanaf: 2002

“Al vanaf het begin leek praktijkondersteuning mij een goede methode om onze praktijk op protocollair en organisatorisch gebied te verbeteren. Ik zat indertijd in een regionale werkgroep van de RHV die voorbereidend werk deed voor de start met praktijkondersteuners. Toen de twee praktijkverpleegkundigen – ja, ik weet dat Marieke deze term liever hoort! – bij ons in dienst traden, hebben we alle diabetespatiënten aan hen overgedragen, en dat waren er nogal wat. Het is een drukke praktijk hier: het aantal patiënten zit in onze praktijk weliswaar onder de landelijke norm, maar de zorgvraag vanuit de groep is erg groot. Mensen komen vaak, en chronische ziekten als diabetes komen hier relatief veel voor.
Waar ik aan moest wennen bij praktijkondersteuning? Dat medicijnen die ik gewend was om heel voorzichtig voor te schrijven, zomaar werden verdubbeld, en daarna nog een keer. Dat kon immers volgens de NHG-standaard. Ik merkte ook dat Marieke en haar collega hoger opgeleid waren. Voor Marieke was het opzetten van protocollen bijvoorbeeld geen enkel probleem. Dat is geen klus die ik aan een assistent zou hebben gevraagd. Ik ervaar praktijkverpleegkundigen als een tussenvorm in de praktijk, een soort brug tussen assistenten aan de ene kant en de huisartsen aan de andere kant. Die indeling bevalt prima. Wat dat betreft ben ik ook niet zo’n voorstander van de nieuwe functie van physician’s assistant. Dat voelt alsof er nog een laag bij komt, ditmaal tussen de huisarts en de praktijkverpleegkundige. Weer een andere indeling van de diverse onderdelen van de totale zorg, met het risico van meer hiërarchie en discussies… ik zie daar het nut niet van. Een uitbreiding van de POH-functie vind ik logischer.
De verpleegkundigen werken erg zelfstandig. Soms zie ik hen een patiënt ophalen en dan realiseer ik me dat ik die persoon al in geen jaren heb gezien. Maar dat vind ik niet alarmerend of zo. Ik heb ook niet het gevoel dat ik weer eens per jaar een db-controle moet gaan doen om het contact met de patiënt te houden. Mijn redenering is: Ik ben er voor de patiënten, zij zijn er niet voor mij. Ze weten dat ze altijd bij me terecht kunnen. Daar komt bij dat, naar mijn idee, mensen het helemaal niet vreemd of vervelend vinden dat ze de dokter niet meer vaak zien. Ik zie die behoefte niet bij hen. En reken maar dat ik het te horen krijg als het wel zo is. Mensen zijn mondig, komen eerder met vragen dan vroeger. Zeker als er iets op TV is geweest, zoals laatst bij het consumentenprogramma Radar, waarin werd beweerd dat het anti-cholesterolmiddel simvastatine onnodig veel werd voorgeschreven. Dan staan ze hier op de stoep om verhaal te halen, en terecht natuurlijk.
De praktijkverpleegkundigen hebben de hoeveelheid van ons werk verminderd en de kwaliteit van de zorg voor chronisch zieken verhoogd. Wij kunnen weer meer aandacht aan andere zaken besteden. In deze wijk komen de mensen toch wel. Ik bedoel: als we een extra middagspreekuur zouden draaien, zit dat ook meteen weer vol. Het blijft druk hier, maar we zijn wel weer beter bereikbaar geworden voor onze patiënten. Vroeger was er noodgedwongen meer een ad-hocbeleid voor diabeten, nu weten we zeker dat patiënten goed worden gevolgd. Praktijkondersteuning is een stevige pijler van onze praktijk geworden.”

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2007, nummer 4

Literatuurverwijzingen: