Antwoorden Kennisquiz (Thema: Duizeligheid)

In dit artikel vind je de antwoorden op de Kennisquiz over Duizeligheid. De vragen van de kennisquiz lees je hier.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

ANTWOORDEN

1 Antwoord d is juist.

De oorzaak van duizeligheid is niet te achterhalen met bloeddrukmeting. Orthostatische hypotensie kan een gevoel van duizeligheid en lichtheid in het hoofd geven, maar is met een eenmalige spreekkamermeting niet te diagnosticeren. Hypo- of hyperglykemie kan alleen als mogelijke veroorzaker worden gediagnosticeerd als de glucose wordt gemeten op het moment dat de klachten optreden. Een glucosemeting tijdens het spreekuur geeft daarover geen informatie.

2 Antwoorden a, c, d, f en g 2 zijn juist.

ad a. Een ziekte of trauma in het (recente) verleden of bepaalde chronische aandoeningen kunnen duizeligheid veroorzaken. ad b. Het is van belang te weten welke beperkingen de patiënt ervaart door de duizeligheid, maar deze geven geen informatie over de oorzaak van de duizeligheid. ad c. Kennis over bijkomende klachten als misselijkheid, dubbelzien, hoofdpijn en gehoorklachten kunnen bijdragen aan het stellen van de diagnose.

ad d. Een slechte voedingstoestand kan leiden tot zwakte, en te weinig of te laat eten bij diabetes tot hypoglykemie. Daarom is het belangrijk bij de anamnese naar het eetpatroon te vragen.

ad e. Overgewicht is geen risicoverhogende factor voor duizeligheid.

ad f. Het is noodzakelijk om te achterhalen welke factoren een aanval van duizeligheid uitlokken.

ad g. Omdat duizeligheid een breed begrip is dat door iedereen anders kan worden geïnterpreteerd, is het noodzakelijk om goed uit te vragen over welke vorm van duizeligheid de patiënt het heeft. ‘Licht in het hoofd zijn’ is iets anders dan ‘draaiduizeligheid’.

3 Antwoord d is juist.

Er is te weinig bekend om een uitspraak te kunnen doen over de oorzaak van de duizeligheid. Optie a, b en c zijn mogelijk, maar de oorzaak is niet vast te stellen met de gegevens die nu bekend zijn. Er is beperkt onderzoek uitgevoerd in de eerste lijn naar de oorzaken van duizeligheid bij volwassenen. De meestvoorkomende oorzaak is een vestibulaire aandoening (22 tot 38%), en dan vooral neuritis vestibularis en positieduizeligheid. Andere mogelijkheden zijn: cardiovasculaire aandoeningen (7 tot 18%), neurologische aandoeningen (12 tot 15%) en psychiatrische aandoeningen (5 tot 11%).

4 Antwoord a is juist.

Algemeen of oriënterend bloedonderzoek om duizeligheidsklachten te verklaren levert weinig op. Bloedonderzoek heeft slechts meerwaarde als op grond van bijkomende klachten een specifieke onderliggende oorzaak wordt vermoed.

5 Antwoord c is juist.

Volgens het Farmacotherapeutisch kompas kan (draai)duizeligheid als bijwerking van perindopril optreden en in combinatie met glucoseverlagende medicatie de glucose verder verlagen, wat tot hypoglykemie kan leiden. Of perindopril de oorzaak is van de duizeligheid kan alleen proefondervindelijk worden vastgesteld door tijdelijk met het middel te stoppen.

In de noten bij de NHG-Standaard Duizeligheid staat dat de behandeling van hypertensie het optreden van orthostatische hypotensie vermindert. Orthostatische hypotensie lijkt het minst voor te komen bij een systolische bloeddruk van rond de 120 tot 140mmHg. ACE-remmers geven mogelijk minder orthostatische hypotensie dan andere antihypertensiva. Alfablokkers en mogelijk ook thiazidediuretica geven potentieel een verergering van orthostatische hypotensie.

Bronnen