Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

“Laat mensen uit de beroepsgroep aan het woord in TPO”

Avatar
Redactie NHG/BSL

“TPO moet vooral een praktisch tijdschrift blijven dat betrouwbare informatie geeft en onafhankelijk is. Daarbij is het belangrijk om mensen uit de beroepsgroep aan het woord te laten, zoals in de rubriek ‘Prikkels’. Daarin publiceren we kleinschalige onderzoeken van praktijkondersteuners. Helaas wordt hier weinig gebruik van gemaakt. Het is een beetje jammer dat de beroepsgroep zelf vaak de stap niet durft te nemen om in de pen te klimmen. Het lijkt mij goed om als redactie te kijken hoe je praktijkondersteuners meer bij TPO kunt betrekken, want de verhalen uit het veld zijn wel nuttig. Alleen schrijft niet iedereen even gemakkelijk een stukje weg.”

Eigen tijdschrift

“Ik vond het geweldig dat er een eigen tijdschrift voor onze beroepsgroep kwam. Vooral in het begin was het vrij lastig om als startende praktijkondersteuner aan betrouwbare informatie te komen. Een van de huisartsen hier in de praktijk zat in de redactie van Huisarts & Wetenschap, het leek mij erg leuk om ook zoiets te doen. Ik schrijf graag, dat deed ik op school al. Ik vond het een uitdaging om mijzelf in het vak te verdiepen voor TPO. Hoe meer je dat onder de knie krijgt, hoe meer plezier je eraan beleeft. Maar ik vond het ook belangrijk om voor mijn collega’s iets te kunnen betekenen. Om op die manier je beroepsgroep iets in handen te kunnen geven. In het begin zag je in TPO duidelijk de hand van de huisartsen die het opgericht hadden. Dat is langzamerhand wel veranderd. Het is praktischer geworden en wat meer naar de praktijkondersteuner toegeschreven. Wat je ook ziet is dat gaandeweg de gebaande paden van astma/COPD, hypertensie en diabetes naar de zijkant schuiven en dat er zijpaden voor in de plaats komen. Ouderenzorg, ggz, kleine kwalen, noem maar op. Daarin zie ik een duidelijke ontwikkeling.”

Ontwikkeling praktijkondersteuning

“In het begin zat praktijkondersteuning nog heel erg vast aan diabetes en longproblemen. Het was min of meer een vereiste dat je daarmee aan de slag ging. Onze praktijk startte niet met diabetes, maar koos voor hypertensie. Voor mij was hypertensie al bekend terrein, dan kun je er makkelijker uitbreiding in zoeken. Nu zie je een groei aan allerlei andere aandachtsgebieden ontstaan, van urine-incontinentie tot wondzorg en ouderenzorg. De praktijkondersteuner heeft zich ondertussen een duidelijke plek verworven in de huisartsenpraktijk en dat kristalliseert zich nog steeds uit. In onze praktijk ondersteunen we bijvoorbeeld sinds kort de huisarts bij de diagnostiek van hartritmestoornissen, bijvoorbeeld met een holterfoon. Wel moeten we onze taken blijven afbakenen om ervoor te zorgen dat we niet te veel hooi op de vork nemen. We zijn natuurlijk niet zo geschoold als een huisarts.”

Mbo-hbo

“Ik betreur de plannen die NHG en LHV hebben om praktijkondersteuner en praktijkverpleegkundige naast elkaar te laten bestaan. Dan mag een praktijkondersteuner met een mbo-achtergrond zoals ik bepaalde taken niet meer uitvoeren. Taken die ik nu wel doe. Dat zou ik erg jammer vinden. Als ik naar mijzelf kijk, vind ik het niveauverschil tussen mbo en hbo meevallen. In het begin twijfelde ik of ik de functie wel aan zou kunnen, maar als ik zie wat ik allemaal gedaan heb in de praktijk en bij TPO dan ben ik enorm gegroeid. Ik kan me voorstellen dat sommigen een verschil zien tussen praktijkondersteuners met een mbo-achtergrond en praktijkondersteuners met een hbo-achtergrond. Een verpleegkundige heeft natuurlijk een hele andere opleiding gehad dan een doktersassistente. Toch hoeft daar uiteindelijk geen verschil in te zitten. Het is lastig meetbaar, maar iemand die de diepte induikt in de literatuur en nieuwsgierig is naar informatie zal een groter leerproces hebben dan iemand die alleen de noodzakelijke dingen doet. Dat is afhankelijk van je eigen instelling en interesse.”

Netwerk

“Het is belangrijk om als redactielid een netwerk om je heen te hebben. Als je auteurs zoekt om iets te schrijven of deskundigen om een artikel te bekijken, dan moet je naar bepaalde personen toe kunnen stappen. Ik merkte dat mijn netwerk aan het opdrogen was. Ik kwam steeds vaker bij dezelfde mensen uit en dat wordt op den duur vervelend. Ik heb het redactiewerk bij TPO altijd met veel plezier gedaan en er veel energie in gestoken. Soms was het een beetje lastig omdat het werk in pieken en dalen komt. Maar ik heb er geen moment spijt van gehad dat ik erin gestapt ben. Terwijl ik in het begin best wel twijfelde of ik er wel geschikt voor zou zijn. Je groeit er stapsgewijs in. Het is erg leuk om te merken dat je iets kan waarvan je nooit had gedacht dat het in je zat.”

Verdieping

“Ik werkte eerst in het ziekenhuis als medisch secretaresse, maar vond dat werk niet uitdagend genoeg. In 2002 ben ik in Huisartsenpraktijk De Hof van Blom in Hattem als praktijkassistente begonnen. Ik werkte hier een jaar toen ze de praktijk wilden uitbreiden met praktijkondersteuning. Ik moest er even over nadenken, want ik vond het een hele stap. Maar ik heb er toch voor gekozen en heb binnen de praktijk alle steun gekregen om er wat van te maken. Ik twijfelde omdat ik een mbo-achtergrond had en de opleiding op hbo-niveau is. Plus je moet als praktijkondersteuner zelfstandig spreekuren leren opzetten. Ik dacht kan ik dat wel, ben ik daar wel geschikt voor? Gooi ik dan niet weg wat ik nu heb, want ik had het als praktijkassistente prima naar mijn zin. Wat mij trok in de opleiding was de verdieping in het vak, dat leek mij erg leuk. Dat je meer leert over de ziektebeelden en je eigen controlepatiënten krijgt. Ik heb er zeker geen spijt van gekregen, wat dat betreft voel ik mij hier als een vis in het water. Ik ben begonnen met een hypertensiespreekuur. Nu doe ik astma/COPD-zorg en hart- en vaatziekten. Daar hoort het hele pakket leefstijl bij, zoals stoppen met roken en gewichtsbeheersing. Vorig jaar ben ik met ouderenzorg begonnen. Verder schrijf ik het jaarverslag en coördineer een palliatief overleg. In die acht jaar dat ik praktijkondersteuner ben zijn het een heel aantal taken geworden. In het begin is het een zwart gat waar je instapt en moet je maar zien waar je terechtkomt, wat we hier in de praktijk bedenken. Die verwachtingen stellen zich nog steeds bij. Het is nooit van dit is het, er komt steeds iets nieuws bij.”

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2012, nummer 4

Literatuurverwijzingen: