“Kijk bij SOLK-patiënten naar wat er nog wél kan”

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Twee jaar geleden startte huisarts Nikki Makkes het SOLK-project in de Utrechtse wijk Overvecht, zie het voorgaande artikel op pagina 113. Erik werd bij dit project betrokken en vormde samen met Nikki een tandem huisarts en POH-ggz. “Bij het SOLK-project is dit een belangrijk onderdeel”, vertelt hij. Huisarts en POH-ggz vormen samen met de patiënt een team, waarbij de huisarts heel nauwkeurig blijft screenen en onderzoek blijft doen naar lichamelijke klachten. De lichamelijk klacht is voor de huisarts de ingang. Vervolgens is het mijn taak om te vragen naar de beleving van de klachten en wat de gevolgen zijn. De patiënt moet bereid zijn om af te stappen van het oorzakelijke model en wat breder willen kijken.”

SCEGS

Wanneer zo’n patiënt bij Erik komt, doet hij een uitgebreide intake volgens SCEGS (somatisch, cognitief, emotioneel, gedragsmatig en sociaal). “Wat is de lichamelijke klacht, hoe denkt u over die klacht, welke emoties roept het bij u op, wat zijn de gevolgen daarvan en wat zijn de effecten van die klacht op het sociale leven?”, somt hij op. “Mensen kunnen heel gefrustreerd raken en boos worden. Chronische pijn vreet energie. Je slaapt er vaak slechter door en emotioneel doet het veel met je. Mensen met chronische pijnklachten gaan vaak minder bewegen. Ook zie je dat SOLK-patiënten stemmingsklachten of angstklachten kunnen hebben. Verder kijk ik of er geen sprake is van middelenmisbruik of van een traumatische voorgeschiedenis. Ik ben dus eigenlijk op zoek naar factoren die de klachten in stand houden.” Erik kijkt daarnaast nog naar eventuele psychiatrische comorbiditeit.
“Het verschil met andere soorten hulp is dat je SOLK-patiënten vraagt wat zij willen”, zegt Erik. “Ik leg altijd uit dat ik samen met de patiënt kijk naar wat er nog wel kan, in plaats van het hele somatische traject verder af te lopen. Ondertussen blijf ik de klachten serieus nemen, want die zijn er! Ook al kunnen we het niet helemaal medisch verklaren, ze zijn er.” Erik legt uit dat geen verergering van de klachten soms het hoogst haalbare doel is. “Soms verbeteren klachten licht en zijn mensen weer in staat om toch wat meer te doen. Het zijn vaak mensen die onvoldoende daginvulling hebben, werkloos zijn. Soms lukt het om ze te motiveren om weer wat zingeving aan hun dag te geven door wat vrijwilligerswerk te doen.”
Vragen naar de gevolgen van de klachten zou een huisarts standaard moeten doen bij SOLK-patiënten, vindt Erik. “Veel huisartsen durven niet teveel door te vragen omdat ze bang zijn dat er dan een beerput open gaat en ze niet meer van die patiënt afkomen. Onze ervaring is dat als je dat wel doet, die patiënt zich veel meer gehoord en serieus genomen voelt.” Volgens Erik vraagt deze aanpak andere competenties van een hulpverlener dan gebruikelijk. “Je moet durven zeggen dat je niet op alle medische vragen het antwoord weet, maar dat je samen met de patiënt wil zoeken naar wat er wel kan, zonder continu op zoek te blijven naar de oorzaak.”

Periodiek en proactief

“Kenmerkend voor het SOLK-project is dat zowel de huisarts als de POH-ggz periodiek en proactief afspraken met de patiënt maakt”, vertelt Erik. “Dat houdt in dat je de patiënt op van tevoren geplande, vaste momenten op consult laat komen, in plaats van dat de patiënt komt als hij een klacht heeft. Deze methode vraagt veel van de praktijkorganisatie en van de visie die je met elkaar hebt op gezondheid en ziekte. Als een SOLK-patiënt zich tussendoor meldt bij de assistente met de bekende lichamelijke onvoldoende verklaarde klacht, probeert de assistente de patiënt zover te krijgen dat hij wacht met komen tot het geplande consult. Dat kan alleen als de assistente weet dat het om een SOLK-patiënt gaat en kan zien wanneer hij de volgende afspraak heeft.”
Aantal en frequentie van periodieke consulten wisselen sterk per patiënt, afhankelijk van hulpvraag en problematiek. “Voor de intake heb ik meestal twee gesprekken nodig en dan probeer ik samen met de patiënt een heel klein doel te formuleren. Echt heel klein, omdat het haalbaar moet zijn. Ik kijk samen met de patiënt wat hij nu niet of onvoldoende kan en wat hij heel graag weer wil kunnen. Bijvoorbeeld een rondje om de flat fietsen. Vaak lukt het ook niet om een doel te formuleren.
In het begin heb je vrij regelmatig contact, bijvoorbeeld een keer per maand. Later komen SOLK-patiënten twee keer per jaar bij Nikki en twee keer per jaar bij mij. Mijn taak is het om te monitoren of er iets is veranderd in de klachtenbeleving. Ook ben ik contactpersoon binnen het multidisciplinaire team en hou ik in de gaten dat alles goed op elkaar afgestemd blijft. We schakelen bijna standaard een fysiotherapeut in bij SOLK-patiënten en eventueel ook een sociaal makelaar of gz-psycholoog.”
Erik vindt dat de POH-somatiek een signalerende functie heeft als het gaat om SOLK. Werk je samen met een POH-ggz, dan kun je breder kijken en bepaalde klachten beter in kaart te brengen.”

Rondje om flat

Erik vertelt het verhaal van de 48-jarige Marokkaanse SOLK-patiënt die al langer onvoldoende verklaarde pijnklachten had in het bewegingsapparaat. “Somatisch helemaal gescreend. Bezoeken aan neuroloog, orthopeed en reumatoloog leverden niets op. Hij had bijna geen structuur in zijn dag, geen werk, kwam nauwelijks meer buiten en woonde op een flat negen hoog. Zijn gezin nam veel zorg uit handen. Zijn eigen huisarts wist niet goed wat hij ermee aan moest en verwees hem door naar mij”, vertelt Erik. “Ik introduceer mijzelf dan niet als POH-ggz, maar als verpleegkundige. Ggz schrikt veel mensen af, ze zijn bang voor gek te worden verklaard. Ik vertelde hem dat ik graag samen met hem wilde kijken naar hoe zijn leven eruit ziet, welke gevolgen de klachten hebben en waar hij aan wil werken. Naast zijn werkloosheid speelde zijn afkomst een rol. Zijn doel was weer het huis uitkomen en een rondje om de flat te kunnen fietsen.”
Erik zette fysiotherapie in om hem te activeren en te zorgen dat hij weer wat meer vertrouwen in zijn lichaam kreeg. “Ook heb ik zijn vrouw een keer uitgenodigd voor een gesprek en gevraagd hoe zij tegen de situatie aan keek. Daardoor kon zij haar man stimuleren. Door de fysiotherapie verbeterde zijn conditie en bereikte hij uiteindelijk zijn doel: een rondje om de flat fietsen. Het lukte zelfs om weer een balletje te trappen met zijn zoontje. En omdat hij weer buiten kwam, ontmoette hij buren die hij lange tijd niet had gezien.”

NHG-Standaard SOLK

Erik vindt het een goede zaak dat er richtlijnen voor SOLK zijn. Wel merkt hij dat nogal wat huisartsen vanuit een ziektebeeld denken, terwijl SOLK om een heel andere benaderingswijze vraagt. “Die benadering grijpt veel meer in op de visie op praktijkorganisatie, op hoe je de zorg met elkaar wilt regelen, op samenwerking. Een standaard is dus prima, maar de uitvoering hangt af van de hulpverlener. Die moet een brede blik hebben. Een standaard is geen kant-en-klare gebruiksaanwijzing. Je moet je eigen weg vinden. Natuurlijk zijn er handvatten, zoals het periodiek en proactief werken, de tandem huisarts en POH-ggz en SCEGS. En je kunt jezelf trainen, bijvoorbeeld in cognitieve gedragstherapeutische technieken. Maar het gaat ook om teambuilding, en dat je dezelfde taal leert spreken.”

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2013, nummer 3

Literatuurverwijzingen: