Is routinematig voetonderzoek zinvol?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Canadese onderzoekers schrijven in de serie Rationeel Klinisch Onderzoek van het tijdschrift JAMA over de zin en onzin van het onderzoek naar perifeer arterieel vaatlijden (PAV). Ze bekeken dit zowel voor mensen mét als voor mensen zonder klachten. Met name die laatste groep is voor praktijkondersteuners relevant. Bij de diabetesjaarcontrole voeren we de voetcontrole immers trouw uit. We voelen naar de bloedvaten, luisteren naar souffles, en we beoordelen de kleur en de temperatuur van de voeten. Maar hoe zinnig is dat nou allemaal? Wat is bijvoorbeeld de betekenis van normale pulsaties als iemand klaagt over pijn in de benen bij het wandelen? De onderzoekers ploegden op een verantwoorde manier door de medische literatuur en kwamen tot de volgende conclusies: het vragen naar klachten die wijzen op etalagebenen is zinnig. Als een patiënt klachten heeft, wordt de kans op PAV duidelijk groter. Beoordeling van de kleur, temperatuur, of trofische stoornissen van de voeten voegt weinig toe omdat we afwijkingen ook vaak vinden bij mensen zonder PAV. Ook beoordeling van de capillaire refill is weinig onderscheidend. Als we een souffle over de arteria femoralis horen, dan verhoogt dat de kans op PAV wel sterk, maar de afwezigheid van een souffle zegt weinig: die patiënten kunnen evenzogoed PAV hebben. Ook het voelen van afwijkende pulsaties heeft betekenis, hoewel verschillende beoordelaars vaak verschillende dingen blijken te voelen (matige inter-observer reliability). Afwijkende pulsaties maken de diagnose PAV waarschijnlijker, normale pulsaties zeggen weinig.
De onderzoekers keken ook naar de waarde van gecombineerde bevindingen, en dat is verstandig, want dat doen we in de praktijk ook. De belangrijkste combinaties van bevindingen die ons verder helpen, zijn de volgende: claudicatio én abnormale pulsaties maken PAV waarschijnlijker, maar niet veel waarschijnlijker dan wanneer slechts één van tweeën afwijkend is. Tenslotte, als er géén claudicatio is, én er zijn normale pulsaties, én er is geen souffle dan is de kans op PAV erg klein.
De onderzoekers vinden dus dat vooral afwijkende bevindingen betekenis hebben bij het voetonderzoek. Normale bevindingen sluiten de diagnose vaatlijden niet uit. Combinaties van normale bevindingen hebben wel toegevoegde waarde. Toch maar mee doorgaan dus, met dat voetonderzoek en dan vooral letten op de dingen die er het meest toe doen: vragen naar etalagebenen, het voelen van de bloedvaten en het luisteren naar souffles in de liezen. (HS)

Khan NA, et al. Does the clinical examination predict lower extremity peripheral arterial disease? JAMA 2006;295:536-46.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2006, nummer 1

Literatuurverwijzingen: