Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Invasieve behandeling van refractaire hypertensie

Avatar
Redactie NHG/BSL

Het St. Antoniusziekenhuis doet een observationeel onderzoek bij patiënten met refractaire hypertensie. Dat zijn patiënten die niet of onvoldoende reageren op geneesmiddelen tegen hypertensie.

Bij de methode die ze toepassenbevindt zich in de halsslagader een biologische sensor (de sinus caroticus) die via feedback naar diverse organen de bloeddruk reguleert. Bij druk in de sinus caroticus daalt de bloeddruk en de bloeddruk stijgt als de druk vermindert. Er wordt in de halsslagader bij de patiënt een implantaat ingebracht dat de sinus caroticus gevoeliger maakt voor prikkels. Als de apparatuur wordt geactiveerd, daalt de bloeddruk onmiddellijk. Het St. Antonius is voorlopig het eerste en enige ziekenhuis in Europa dat deze ingreep doet.
Deze CALM FIM-studie is een veiligheidsonderzoek naar de duur van het effect. Tijdens de ingreep zijn de patiënten bij kennis. Na de ingreep moeten ze nog twee dagen in het ziekenhuis blijven.
Of en wanneer de nieuwe behandeling daadwerkelijk in gebruik wordt genomen is nu nog niet bekend. Wereldwijd zijn er pas acht patiënten geïncludeerd. De eerste onderzoeksresultaten worden waarschijnlijk eind 2014 of later gepubliceerd.
Bij gunstige uitkomsten van dit onderzoek verbeteren de kwaliteit van leven en misschien ook de langetermijneffecten bij deze patiënten. Veel meer onderzoek is nodig om dat laatste te bewijzen. Los daarvan is evident dat de methode alleen geschikt is voor een kleine, zeer specifieke en gezonde patiëntengroep met refractaire hypertensie − er is nogal een lange lijst met in- en exclusiecriteria. Het is onwaarschijnlijk dat deze methode op kortere termijn een hoge vlucht neemt. Voorlopig blijft voor de grote groep hypertensiepatiënten het devies om trouw te blijven aan hun medicatie, hun leefstijl aan te passen en regelmatig onder medische controle te blijven.

Mattees van Dijk

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2014, nummer 6

Literatuurverwijzingen: