“Intervisie is stilstaan bij waar je mee bezig bent”

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

“Tijdens de intervisie brengen twee praktijkondersteuners een onderwerp in”, vertelt Moniek. “Iets waar ze tegenaan lopen in hun werk, bijvoorbeeld irritatie over een collega, een moeilijke werkrelatie met een huisarts, of hoe motiveer je een patiënt? De andere praktijkondersteuners stellen om de beurt open vragen om helder te krijgen wat precies de vraag is achter deze inbreng. Vervolgens gaat de groep hier dieper op door. Wat is je gevoel erbij? Wat gebeurt er? Ben je bewust van wat het met jezelf doet? Daarna geven de deelnemers adviezen. De inbrenger haalt daaruit wat hem aanspreekt en probeert dat uit. Tijdens de volgende intervisie komen we er dan op terug.”

Wat is het doel van intervisie?

“Stilstaan bij waar je mee bezig bent, bewust zijn van je werk. Zaken waar je tegenaan loopt, die je normaal gesproken wegdrukt: een irritatie, een boosheid, of een teleurstelling. Daar kun je bij intervisie nu eens heel bewust mee bezig zijn. Wat deelnemers ook prettig vinden is dat je van elkaar leert. Een stukje herkenning.”

Zijn er verschillende vormen van intervisie?

“Er zijn verschillende methodieken. Ik begin meestal met de basale methode: iemand heeft een inbreng, we stellen open vragen, gaan er verder op door en geven tips. Als we starten met een groep vraag ik altijd of mensen met de groep willen delen wat ze op dat moment dwarszit. Iets dat net gebeurd is of waar iemand erg ‘vol’ mee zit. Dat wil je eerst boven tafel, want als iemand ergens ‘vol’ mee zit kan hij eigenlijk niet goed luisteren. Het inbrengen van onderwerpen kan van tevoren schriftelijk, of we wijzen aan wie de volgende keer iets gaat inbrengen. Je kunt ook per keer vragen wie er iets heeft in te brengen en met elkaar het meest aansprekende onderwerp kiezen. Bij de roddelmethode gaat de deelnemer die het onderwerp heeft ingebracht buiten de kring zitten, terwijl de rest over het onderwerp praat. De inbrenger luistert alleen maar, zonder te reageren. Het is soms heel prettig dat je even kan luisteren naar wat mensen eigenlijk van jou vinden, of hoe je dingen doet. Bij terugkeer in de groep vertelt de deelnemer welke reacties hem aanspraken en waar hij wat aan denkt te hebben. Ook vertelt hij wat niet bij hem past.” Bij emotioneel zwaarbeladen onderwerpen laat Moniek de deelnemers om de beurt reageren. “Of ik vraag of ze hun reactie willen opschrijven, zodat ze het kwijt zijn. Anders luisteren ze niet meer naar wat de ander inbrengt.”

Welke onderwerpen komen aan bod?

“De werkrelatie met de huisartsen komt vaak aan bod. Veel praktijkondersteuners werken met meerdere huisartsen en vinden het lastig dat ze met allemaal verschillende persoonlijkheden te maken hebben. De een wil dit, de ander wil dat. Iedereen heeft zo zijn eigen bagage bij zich. De interactie tussen mensen is vaak verschillend: de een is wat gevoeliger voor een autoritair persoon, de ander niet. Hoe geef je goede feedback als dingen je niet bevallen? Ook kijken we naar kernkwaliteiten, naar sterke en zwakke kanten. Als je met iemand niet zo goed overweg kan, waar ligt dat aan? Hoe zou je het anders kunnen doen? Een ander onderwerp dat veel besproken wordt, is de moeilijk te motiveren patiënt of de patiënt die vrij dwingend kan zijn. Hoe ga je daarmee om? Als hulpverlener zit je in een soort reddersrol: jij weet wat goed is voor de patiënt. Mensen in die rol leunen vaak letterlijk naar voren en zijn alsmaar bezig met wat goed is voor de ander. Het gevolg is dat je de ander afhankelijk maakt van jou en daarmee minder verantwoordelijk voor zijn eigen aandoening. Hoe kom je uit die reddersrol?”

Hoe vaak kom je bij elkaar?

“Intervisie kan lang doorgaan. Zo’n zes bijeenkomsten per jaar is gebruikelijk. Het eerste jaar gaat onder begeleiding, vooral om deelnemers te leren hoe zo’n intervisiemethode werkt. We leren bijvoorbeeld hoe je open vragen stelt in plaats van meteen te reageren met je eigen ervaringen. Na een jaar evalueer je de bijeenkomsten. De ene groep wil op dezelfde manier doorgaan, de andere groep gaat door zonder begeleiding. Daarin schuilt wel het gevaar dat het wat al te gezellig wordt. Een begeleider geeft structuur, daardoor kom je soms wat verder.”

Zijn er ook negatieve aspecten?

“Als het goed loopt volgens mij niet, dan levert het alleen maar op. Als iemand heel kwetsbaar is en zich openstelt, kunnen sommige onderwerpen te hard binnenkomen of kunnen mensen ontregeld raken. Daarom is het ook zo belangrijk dat er veiligheid en vertrouwdheid in de groep is. Als begeleider moet je daarvoor zorgen. Tijdens de eerste sessies ga je daarom nog niet te ver om mensen te laten wennen. Je stelt je toch kwetsbaar op in zo’n groep.”

Wordt ‘spiegelen’ als techniek gebruikt?

“Spiegelen is een belangrijke rol van de begeleider. Wanneer iemand geïrriteerd of verdrietig raakt bij de inbreng van een bepaald onderwerp, kun je teruggeven ‘ik zie de emotie’ of ‘ik zie dat wat er nu gebeurt tussen jullie eigenlijk hetzelfde is als wat je in je werk doet’. Je kunt parallelsituaties benoemen.”

Hoe ga je om met mensen die boos of verdrietig worden?

“Je ziet het, je benoemt het en je geeft iemand de ruimte om boos te kunnen zijn. Ook vraag je of die persoon het goedvindt om door te gaan of liever wil stoppen. Je checkt voortdurend waar iemands grenzen liggen. Zelf vind ik het heel belangrijk om de volgende keer erop terug te komen, ook al is het goed afgerond. Gewoon om te weten hoe die persoon het ervaren heeft en of hij in de tussenliggende periode ermee bezig is geweest.”

Wat is het verschil met coachen?

Coachen en intervisie overlapt elkaar deels, maar coachen doe je vaak één op één met iemand die vastloopt. Dan ga je op zoek naar de oorzaak, maar ook naar de eigen rol daarin: wat gebeurt er en hoe zou je weer verder kunnen? Bij intervisie zit je altijd met meerdere mensen. Omdat je elkaars werkproblemen aanhoort, speelt herkenning een grote rol. En je kan soms wat dieper gaan, zeker als je wat langer met elkaar doorgaat.”

Waarom is intervisie geschikt voor praktijkondersteuners?

“Praktijkondersteuning is vaak een solobaan, maar praktijkondersteuners moeten wel samenwerken met huisartsen, collega’s en praktijkassistenten. Ook hebben ze soms te maken met lastige patiënten. Er gebeurt dus heel veel in zo’n werksituatie. Het heeft een meerwaarde als je dat kan delen met anderen, als je kunt stilstaan bij waar ben je mee bezig. Daardoor sta je met meer plezier in je werk. Als een conflictvermijdend persoon bijvoorbeeld leert om feedback te geven, geeft dat meer satisfactie in het werk. Tijdens het werk is daar nauwelijks tijd voor, dan ga je eigenlijk maar door. Een deelneemster zei ooit: ‘het is bijna een cadeautje om eens zo bezig te zijn met jezelf en met anderen.’ Een andere deelneemster vindt intervisie een manier van deskundigheidsbevordering ‘waarbij we ons vak kunnen verbeteren. Niet alleen ons vak, ook onszelf door het leren omgaan met conflicten of ongewenst gedrag van patiënten of collega’s.’ Het is fascinerend om te zien hoe er binnen zo’n groep een bepaalde dynamiek ontstaat.”

Susan Umans

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2012, nummer 3

Literatuurverwijzingen:

1Meer informatie is te vinden op: www.coachesvoormedici.nl