Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Het omgaan met chronisch zieken

Avatar
Redactie NHG/BSL

Serie communicatietips

Communiceren is zo’n belangrijk deel van het werk van de praktijkondersteuner, dat het goed is daaraan veel aandacht te besteden. In de diverse situaties in de spreekkamer komen steeds andere vaardigheden naar voren. Het geven van voorlichting vergt bijvoorbeeld een andere benadering dan het uitdiepen van de hulpvraag. En het bespreken van een gezondheidsprobleem met iemand die het Nederlands niet goed beheerst of met een andere culturele achtergrond dan jij, kan soms lastig zijn.
In een korte serie geeft TPO een aantal tips die het communiceren met de patiënt kunnen vergemakkelijken. In eerdere afleveringen kwamen enkele algemene tips aan de orde; alsook het geven van voorlichting, het omgaan met andere referentiekaders en het bespreken van het vasten tijdens de ramadan. Ditmaal staat het omgaan met chronisch zieken centraal.

Het abc van chronische ziekten

Praktijkondersteuners zien voortdurend mensen met een chronische ziekte, ofwel ‘een onomkeerbare aandoening, zonder uitzicht op volledig herstel, met een variabel ziektebeloop, die het dagelijks leven van de patiënt beïnvloedt’. Waar geen echte genezing kan zijn, gaat het vooral om het zo veel mogelijk verlichten van de klachten en symptomen en het vertragen van het ziekteproces. Dat is mooi werk, maar voor de patiënt kan de confrontatie met het chronische karakter van zijn ziekte zeer ingrijpend zijn en de verslechtering van de symptomen kan tot grote moedeloosheid leiden. In feite is daarbij sprake van ‘rouwverwerking’: de patiënt verliest niet alleen zijn gezondheid en (op den duur) zijn autonomie, maar ook de vanzelfsprekendheid waarmee het leven zich voordien voltrok. Iedereen verwerkt dergelijke gevoelens op zijn eigen manier, en het is dan ook niet verwonderlijk dat zich thuis soms botsingen kunnen voordoen. Daar komt nog bij dat ook in het sociale leven vaak ingrijpende veranderingen plaatsvinden. De patiënt krijgt dus heel wat ‘voor zijn kiezen’. Met de juiste communicatieve vaardigheden kan de praktijkondersteuner de patiënt helpen daarmee om te gaan.

Tip 1 – Realiseer je dat een chronische ziekte het leven van patiënten danig kan beïnvloeden.

Voor de meeste mensen heeft een chronische ziekte ingrijpende gevolgen voor het leven van alledag; dit ziet er vaak volledig anders uit dan voorheen. De boodschap dat zij ‘moeten leren leven met hun ziekte’ betekent dat zij afscheid moeten nemen van zichzelf als gezond mens en dat ze zullen worden geconfronteerd met steeds meer beperkingen. Voor veel patiënten komt dit heel hard aan en sommigen zullen zich niet gemakkelijk bij deze boodschap neerleggen. Niet iedereen blijft goedgehumeurd bij dagelijkse klachten, niet iedereen accepteert een diagnose zonder verzet of boosheid. Een standaardzinnetje als ‘probeer ondanks de klachten zoveel mogelijk uit het leven te halen’ zal dan niet altijd in goede aarde vallen. Het is belangrijk om begrip te tonen voor de emoties van de patiënt en geduldig te blijven als deze lange tijd nodig heeft om zijn ziekte te accepteren.

Tip 2 – Wees erop bedacht dat de gevolgen van de ziekte voor de patiënt op zowel somatisch, psychisch als sociaal gebied kunnen liggen.

Als de problemen op één gebied zich op de voorgrond dringen, is de neiging groot om de andere terreinen over het hoofd te zien. Een open oog voor zowel somatische als psychische en sociale aspecten zal dit risico verkleinen.

‘Hoe gaat het met u, meneer Aalders?’, vraagt Leny, die wil weten hoe het de patiënt is vergaan met de poging om te stoppen met roken.
‘Het is niks meer de laatste tijd!’, barst hij los. ‘Ik heb niet meer genoeg lucht om nog saxofoon te kunnen spelen. Als dat nou ook al niet meer gaat, dan hoeft het leven van mij helemaal niet meer!’
‘Is de saxofoon dan zo belangrijk voor u?’, vraagt Leny geschrokken.
‘Dat is mijn alles! Ik heb mijn leven lang in een jazzband gespeeld, tot die COPD dat onmogelijk maakte. Maar de laatste tijd speelde ik in elk geval nog voor mezelf, en ik heb een paar keer een optreden gedaan in het buurthuis, want dan hoeft het allemaal niet perfect te zijn. Maar nu heb ik gewoon niet meer genoeg lucht om nog een toon te kunnen aanblazen.’
‘Is het dan niet beter gegaan met uw benauwdheid sinds u bent opgehouden met roken?’
‘Je denkt toch niet dat ik nu nog ophoud met roken? Ik heb helemaal niks meer in mijn leven. Sinds mijn vrouw is overleden, is het thuis maar akelig en eenzaam. De kinderen zie ik bijna nooit, want oh, wat zijn die toch druk. En sinds ik niet meer kan optreden, zie ik mijn maten uit de band ook nooit meer. Wat mij betreft kan er maar beter zo snel mogelijk een eind aan komen. Ik rook mezelf het graf wel in!’
Leny beseft dat de problemen van de heer Aalders complex zijn. Door zijn gebrek aan sociale contacten en het wegvallen van het saxofoon spelen, is de patiënt depressief geworden. Het is maar de vraag waar een goede aanpak van de problemen begint. Op dit moment is het in elk geval niet zinvol om een somatische invalshoek te kiezen en op het belang van stoppen met roken te hameren.
‘Een patiënt vertelde me dat hij een ander mondstuk op zijn saxofoon heeft laten zetten, waardoor hij minder hard hoeft te blazen. Heeft u dat ook al geprobeerd?’
‘Een ander mondstuk? Kan dat dan? Dat hoor ik nu voor het eerst.’
‘Misschien kunt u dat eens uitzoeken? En ik zal met de huisarts overleggen of we de dosis van uw medicijnen niet toch nog wat kunnen ophogen. Wie weet krijgt u dan net weer wat meer lucht, zodat u in elk geval kunt spelen.’
‘Dat zou ik echt heel erg fijn vinden… Ik ga dat van dat mondstuk meteen uitzoeken. En wanneer kun je met de huisarts praten over mijn medicijnen?’
‘Ik denk dat het beter is als u dat zelf met de huisarts overlegt. Het lijkt me goed dan ook uw somberheid met haar te bespreken!’

Tip 3 – Wees erop bedacht dat verwerking van verlies niet verloopt in een rechte lijn die bij acceptatie hoort uit te komen.

Verwerking van het verlies van gezondheid is een circulair proces van rouwen, dat wordt bepaald door veranderingen in het ziekteverloop of in persoonlijke omstandigheden. Steeds opnieuw – bij elke verslechtering van de symptomen of bij elke bezigheid die de patiënt niet meer kan verrichten door verergering van zijn ziekte – kan opnieuw een rouwproces ontstaan. Reacties in het rouwproces zijn bijvoorbeeld:

  • ontkenning (‘Die meting kan nu wel aantonen dat ik diabetes heb, maar ik voel me helemaal niet slecht dus ik ga gewoon door met mijn leven zoals het was!’);
  • onderhandeling (‘Maar als ik nou de hele dag niet rook, dan kan ik toch best ’s avonds een paar sigaretjes opsteken?’);
  • boosheid (‘Ik heb verdorie mijn hele leven lang hartstikke gezond geleefd, niet gerookt, altijd gesport. En nou heb ík hartklachten terwijl mijn buurman – die rookt en drinkt als een ketter en die veel te dik is – nergens last van heeft!’);
  • verzet (‘Jij kunt nou wel zeggen dat ik moet afvallen, maar daar heb ik helemaal geen zin in! Is het eigenlijk wel bewezen dat afvallen goed is voor mijn diabetes?’).

Dergelijke reacties kunnen voor jou lastig zijn, maar voor de patiënt zijn het nuttige verwerkingsfasen in het rouwproces.

Tip 4 – Sta stil bij je eigen emoties en de invloed daarvan op je handelen.

Juist omdat je een langdurige relatie hebt met chronisch zieke patiënten en soms lange gesprekken met hen voert, kun je zelf ook emotioneel betrokken raken. Vaak zijn dat positieve gevoelens, zoals medeleven of sympathie. Soms ook gaat het om negatieve gevoelens, zoals irritatie als een patiënt je adviezen niet opvolgt, onmacht omdat je iemand niet kunt helpen, of je eigen angst voor de dood. Bovendien kan een patiënt je doen denken aan iemand vanuit je eigen omgeving. Als je bijvoorbeeld veel last hebt gehad van de cynische grappen van je schoonvader en een patiënt maakt soortgelijke opmerkingen, dan kun je de gevoelens over je schoonvader op de patiënt gaan projecteren.
Wanneer je zicht hebt op de bron van je eigen emoties, kun je gemakkelijker bepalen of je deze ten opzichte van de patiënt wel zuiver hanteert. De patiënten kunnen het ten slotte niet helpen als ze op je schoonvader lijken of als jijzelf kampt met gevoelens van machteloosheid of frustratie.
[[img:292]]

Tip 5 – Een goede relatie met chronisch zieken is een belangrijke voorwaarde voor de begeleiding die je hun kunt bieden.

Accepteer het niet te snel als het contact of de communicatie niet lekker ‘loopt’ of als jij en de patiënt elkaar niet ‘liggen’. Probeer eventuele problemen in het contact zorgvuldig aan de orde te stellen. Het zou je wel eens kunnen verrassen hoe gewoon patiënten dat vinden en hoe vaak ze zelf al over het probleem met hun omgeving hebben gesproken.

‘Het gaat zo te zien de goede kant op met uw klachten nu u die nieuwe medicijnen gebruikt. De spirometrie geeft nu veel betere uitslagen.’
‘Weet je het zeker? Ik vóél me namelijk helemaal niet beter!’
‘Kijkt u maar mee. Drie maanden geleden kon u veel minder krachtig en lang uitademen dan nu. De seretide heeft duidelijk effect.’
‘Nou, ik kan anders nog steeds geen meter fietsen!’
‘Uw astma is natuurlijk ook niet over. Maar u zou toch wel effect moeten merken, bijvoorbeeld dat u wat minder benauwd bent bij het traplopen.’
‘Ik merk er niets van, hoor. Klopt die apparatuur van je eigenlijk wel?’
‘Ik heb het gevoel dat u weinig vertrouwen hebt in wat ik u vertel. Klopt dat?’
‘Nee. Hoe komt je daar nou bij?’
‘Bij alles wat ik u vertel, spreekt u me tegen. Daardoor krijg ik het idee dat u mij niet gelooft of vertrouwt.’
‘O, dat zegt mijn dochter ook altijd. “Ma, zit toch niet eeuwig te jamaren.” Trek je daar maar niets van aan, hoor. Ik denk heus wel dat jij verstand hebt van je vak.’

Tip 6 – Probeer van tijd tot tijd na te gaan wat de patiënt van je verwacht.

Bij chronisch zieken sluipen er snel (van weerskanten) gewoonten en automatismen in het contact. Maar wat ooit duidelijk was, hoeft dat een tijdje later niet meer te zijn. Ga daarom af en toe eens na of je nog op het goede spoor zit met de patiënt, én vice versa.

Tip 7 – Realiseer je dat iedereen anders is en dat eenzelfde ziekte volkomen verschillende reacties van patiënten kan opleveren.

Mensen zullen altijd verschillend op situaties blijven reageren, maar toch zijn er bij chronisch zieken ook wel overeenkomsten aan te wijzen. Ze weten bijna altijd heel veel van hun eigen aandoening en beseffen dat zij deze niet kunnen overwinnen. Maar waar de een zich als een normaal mens beschouwt met – lastig genoeg – een chronische ziekte, raakt de ander dusdanig geobsedeerd door de aandoening dat van een normaal leven niet veel meer terechtkomt. Het is goed je te realiseren dat de mate waarin mensen door hun ziekte worden belemmerd, niet alleen wordt bepaald door de ernst van de aandoening, maar ook door de persoonlijkheid, ideeën en omgeving van de patiënt. Pas als je weet wat een ziekte voor een individuele patiënt betekent, kun je goed op diens persoonlijke omstandigheden reageren.

Tip 8 – Betrek de patiënt en diens naasten actief bij het proces.

Probeer aan te haken bij naasten en andere hulpverleners; ook zij – en natuurlijk de patiënt zelf – vinden vaak goede oplossingen voor allerhande problemen. Als het mogelijk is om patiënten en de mensen in hun omgeving ‘opdrachten’ te geven, is dat een effectieve manier om hen mee te laten denken over de beste strategieën en oplossingen. Dat vergroot de kans dat zij zich ook aan de gestelde doelen houden.

‘Hoe komt het dat het niet is gelukt om te stoppen met roken, mevrouw Gerlach? U was zo vol goede moed toen u de laatste keer hier vandaan ging!’
‘Ja, maar mijn man rookt ook en niet zo’n beetje. Het ís al zo moeilijk om niet te roken, maar als er dan tegenover je iemand lekker zit te dampen, dan lukt het echt niet, hoor!
‘En wil uw man niet stoppen met roken?’
‘Nee, die zegt dat hij er geen last van heeft en dat hij zijn sigaretje veel te lekker vindt. Dat snap ik ook wel, maar hij maakt het mij wel heel moeilijk.’
‘Ja, dat begrijp ik. Maar kunt u dan niet met hem afspreken dat hij alleen nog maar buiten rookt? Of dat hij het roken beperkt tot één kamer in het huis, waar u niet vaak komt?’
‘Dat heb ik hem al gevraagd, maar hij ziet de ernst er geloof ik niet van in.’
‘Zou het misschien helpen als ik eens met uw man praat? Misschien kan ik uitleggen dat het echt heel belangrijk is dat u niet meer rookt en hem ervan overtuigen dat hij u een beetje moet helpen.’
‘Zou je dat willen doen? Ik denk dat ie daar wel ontzag voor zou hebben, hoor.’
‘Ik zal hem binnenkort eens bellen. Dat is een kleine moeite en wie weet wat het oplevert!’

[[img:293]]

Tip 9 – Je kunt niet alles oplossen, maar er ‘zijn’ en actief luisteren is ook iets doen.

Chronisch zieken beseffen heel goed dat de mogelijkheden beperkt zijn en dat jij ze echt niet kunt genezen. Een luisterend oor, erkenning van de klachten en de gevolgen daarvan, en de wetenschap dat jij er voor hen bent, is voor veel patiënten al heel belangrijk.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2009, nummer 5

Literatuurverwijzingen: