Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Heldere blik op innovatie

redactie

Ronald van Linge is orthopedagoog en bedrijfskundige en werkt op meerdere plaatsen als docent en adviseur op het gebied van innovatie. Hij schreef Innoveren in de gezondheidszorg voor verpleegkundigen die een masteropleiding volgen in de verplegingswetenschap of zich verder willen bekwamen in de innovatiewetenschap.
In deel 1 schetst hij het belang van innovatie voor de verpleegkundige en spoort hij aan om pro-actief te innoveren en niet reactief, zoals verpleegkundigen door hun positie in instellingen vaak doen. Van Linge geeft verschillende benaderingen van innovatie. Een voorbeeld van de rationele benadering is het maken van standaarden. De auteur geeft daarbij duidelijke argumenten dat standaardisatie – zoals de CBO-richtlijnen – het voordeel heeft van een heldere opbouw in fasen, maar dat het de innovatie niet bevordert omdat er sprake is van eenrichtingsverkeer naar een passieve ontvanger. In de gezondheidszorg wordt vaak een rationeel innovatiemodel gebruikt uit het bedrijfsleven, het Business Process Redesign-model. Dit model geldt als principe bij de doorbraakprojecten van het CBO. Op basis van onderzoek concludeert Van Linge dat het implementatiesucces rond de 50% ligt.
Vervolgens belicht hij andere benaderingen van innovatie die uitgaan van human resources, cultuur en identiteit in een organisatie, de invloed van politieke (machts)verhoudingen, innoveren als natuurlijk proces behorend bij de cyclus van opgaan, blinken en verzinken, het netwerk in een organisatie en de plaats van leren en kennisverwerving die met innovatie gepaard gaat. Hier worden ook de bekende leercirkel van Kolb en andere vormen van leren besproken.
In het laatste hoofdstuk van deel 1 geeft de auteur een integrerende benadering uit de eerdere hoofdstukken en licht hij zijn eigen model toe. Ieder hoofdstuk heeft een heldere opbouw, is voorzien van voorbeelden en wordt afgesloten met een samenvatting en conclusie.

In het tweede deel wordt aan de hand van de eerdere benaderingen een aantal innovatievoorbeelden in de verpleegkundige setting zoals thuiszorg en instellingen besproken. Behalve om verpleegkundige behandeling en diagnostiek, gaat het ook om verpleegsystemen, modellen en kwaliteitssystemen. Van Linge bespreekt het begrip Evidence Based Practice als tegenhanger van de Evidence Based Medicine. Helaas is het aantal onderzoeken voor de onderbouwing van de verpleegkundige benadering nog beperkt.
Het laatste hoofdstuk gaat over onderzoek en innovatie en kan beschouwd worden als een inleiding epidemiologie. Het boek wordt afgesloten met een uitgebreide literatuurlijst en een index.

Het is voor de doelgroep een goed geschreven, helder boek dat de verschillende benaderingen van innovatie helder belicht met voorbeelden voor de praktijk. Een nadeel is dat op sommige plaatsen erg veel opsommingen worden gegeven, waarbij begrippen worden gebruikt die niet in de index zijn terug te vinden (zoals reminders en compliance).
Voor de praktijkondersteuner die zich wil verdiepen in innovatie is het eerste deel zeer lezenswaardig. De praktijkvoorbeelden zijn minder van toepassing vanwege de setting (instellingen). De practice nurse wordt kort genoemd, maar de praktijkverpleegkundige niet. De bespreking van de Evidence Based Practice en de opzet van onderzoek in de verpleegkundige praktijk zijn zeer helder, maar beperkt toepasbaar in de kleinere setting van de huisartsenpraktijk. Als Van Linge bij een volgende druk rekening kan houden met de doelgroep praktijkondersteuners, is er alleen maar meer reden om het boek hen aan te bevelen.

Louwrens Boomsma

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2007, nummer 3

Literatuurverwijzingen: