Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Goed slapen, minder vallen

Avatar
Redactie NHG/BSL

Ouderen die slecht slapen lopen meer risico om te vallen en een heup te breken. Goed slapen verbetert bovendien de kwaliteit van leven en kost de gezondheidszorg minder geld. Argumenten genoeg om ouderen via gedragstherapie te helpen van hun slapeloosheid af te komen, maar is het ook effectief? In Amerikaans onderzoek participeerden 79 ouderen (gemiddelde leeftijd 71,7 jaar, 54 vrouwen) met chronische slapeloosheid: minstens 1 maand slapeloosheid met overdag significant last daarvan. De helft van de deelnemers kwam at random in de interventiegroep terecht en kreeg gedragstherapie. Zij moesten hun slaapgedrag verbeteren door minder tijd in bed door te brengen, iedere dag op dezelfde tijd op te staan (slaap of niet), alleen als ze slaap hadden naar bed te gaan, niet in bed te blijven als ze niet sliepen en vooral overdag geen tukje te doen. De interventiegroep kreeg deze informatie te horen in 3 individuele consulten, waarvan 1 telefonisch. De controlegroep las 3 brochures met grotendeels dezelfde informatie over slapeloosheid en kreeg 1 telefonisch consult. Dezelfde nurse practitioner voerde beide interventies uit. De belangrijkste uitkomstmaat was de kwaliteit van de slaap na 4 weken. De onderzoekers brachten in kaart of de deelnemers zelf dachten dat ze beter sliepen, ze keken naar een slaapdagboek en naar de uitslag van de polisomnografie (apparaat om de kwaliteit van slaap in kaart te brengen). Van de deelnemers uit de interventiegroep had 55% geen last meer van slapeloosheid, tegen 13% in de controlegroep. Number needed to treat (NNT) was 2,4: je moet gemiddeld 2,4 patiënten gedragstherapie geven voor 1 slapeloze minder. Een kanttekening was wel dat de interventiegroep op bijna alle instrumenten er beter uitkwam, behalve op de polisomnografie. De zelfgerapporteerde ervaringen weken af van de objectieve metingen met de polisomnografie. Bij slaaponderzoek is het niet ongebruikelijk dat de patiënt denkt dat hij slecht slaapt, terwijl het wel meevalt. Daarnaast is bekend dat van aandacht voor het probleem de patiënt ‘opbloeit’. Conclusie van de onderzoekers: deze vorm van gedragstherapie helpt, ook op lange termijn en kan uitgevoerd worden door een andere zorgverlener dan de dokter. Veel voordelen dus. Als er tijd was om alle slapelozen die extra lange consulten aan te bieden, zou het een mooie taak voor de praktijkondersteuner zijn. (Sietsche van Gunst)

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2011, nummer 2

Literatuurverwijzingen:

1Buysse DJ, et al. Efficacy of brief behavioral treatment for chronic insomnia in older adults. Arch Intern Med 2011: published online January 24.