Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Benigne paroxismale positieduizeligheid

Wat is er over bekend?

Als mensen met duizeligheid op het spreekuur komen, kunnen ze verschillende dingen bedoelen: alles om hen heen draait, ze hebben een licht gevoel in het hoofd, of een onvast gevoel in de benen. Bij (BPPD) gaat het om draaiduizeligheid. De duizeligheid wordt vaak voor het eerst ervaren bij het omdraaien in bed, doordat verandering van de stand van het hoofd (of lichaam) de draaiduizeligheid uitlokt. Bij herhalen van de beweging die de duizeligheid heeft uitgelokt, kunnen de klachten verminderen. Naast duizeligheid kunnen ook andere, vegetatieve verschijnselen optreden als misselijkheid, bleekheid en angst. De klachten treden aanvalsgewijs (paroxismaal) op. De klachten lijken veroorzaakt te worden door neerslag van kristallen in het evenwichtsorgaan. Dit leidt tot een kortdurende, versterkte prikkeling van de zintuigcellen. De evenwichtszintuigen geven hierdoor een asymmetrisch signaal af wat het gevoel van duizeligheid veroorzaakt.
De huisarts kan de diagnose stellen door de proef van Dix-Hallpike uit te voeren. Bij deze test (ook wel de kiepproef genoemd) gaat de patiënt eerst op de onderzoekstafel zitten en daarna helpt de huisarts hem om zo snel mogelijk te gaan liggen. Als de patiënt bij deze test duizeligheidsklachten ervaart en de huisarts daarnaast bepaalde oogbewegingen ziet, wordt de diagnose BPPD gesteld.
Op het spreekuur van de huisarts is de incidentie van BPPD 2 tot 3 patiënten per 1000 patiënten per jaar. Hun gemiddelde leeftijd is 54 jaar.

Hoe ziet de behandeling eruit?

Als de Dix-Hallpipe positief is, kan de huisarts de Epley-behandeling toepassen, die overigens in de NHG-Standaard Duizeligheid niet wordt genoemd. Bij deze behandeling wordt de patiënt in vier stappen omgedraaid, steeds met een minuut ertussen. Het doel van deze behandeling is om de oorkristallen te verplaatsen van een gevoelig deel van het oor naar een minder gevoelige plaats. Daarna kan de patiënt de oefeningen volgens Brandt-Daroff uitvoeren (vijfmaal per dag). Daarbij gaat hij met gesloten ogen op de rand in het midden van het bed zitten. Hij gaat op de ene zij liggen, komt overeind als de duizeligheid weg is en gaat vervolgens op de andere zij liggen. Dit wordt afwisselend herhaald totdat de klachten uitdoven. Effecten van medicamenteuze behandelingen zijn niet aangetoond en worden derhalve niet geadviseerd.

Wat kan ik voor de patiënt doen?

Patiënten die duizelig zijn, verwijs je naar de huisarts. Die moet vaststellen waardoor de duizeligheid wordt veroorzaakt. De draaiduizeligheid bij BPPD kan mensen flink beperken in hun dagelijkse bezigheden. Misschien zijn ze nog bang, maar je kunt benadrukken dat het gaat om een goedaardige aandoening. Vaak vermijden mensen de bewegingen die de duizeligheidsklachten uitlokken. Net als wat de huisarts zal adviseren, kun jij ook nog eens vertellen dat het goed is om gewoon te bewegen. Als de klachten binnen twee weken niet verminderen, verwijs je de patiënt terug naar de huisarts. Dat doe je ook als de klachten na een maand niet over zijn.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2012, nummer 2

Literatuurverwijzingen:

Literatuur

1Lemmens S, Eekhof JAH, Knuistingh Neven A. Benigne paroxismale positieduizeligheid. Huisarts Wet 2011;54:514-7.
2Verheij AAA, Van Weert HCPM, Lubbers WJ, Van Sluisveld ILL, Saes GAF, Eizenga WH, et al. NHG-Standaard Duizeligheid. www.nhg.org