“Als die mond maar gezond is en je ermee kunt eten”

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

In de Amersfoortse tandartsenpraktijk waar Lies werkt, komen veel oudere patiënten. De praktijk beschikt over een eigen tandtechnisch laboratorium waar gebitsprotheses worden gemaakt. “Vaak komen ouderen pas bij de tandarts als hun kunstgebit gebroken is of ze echt hele erge pijn hebben waardoor ze niet meer kunnen eten”, vertelt Lies. “Dikwijls zijn ze bang voor hoge kosten of hebben in het verleden angst voor de tandarts gekregen. Door aan zowel bewoners als verzorgenden in verzorgingshuizen voorlichting te geven, probeer ik ouderen zover te krijgen om weer naar de tandarts te gaan. En verzorgenden zouden wat meer in en naar de mond moeten kijken en als het nodig is iemand naar de tandarts moeten sturen. Dat geldt voor iedereen die met ouderen werkt: mantelzorgers, verzorgenden, huisartsen of praktijkondersteuners. Nu weten veel verzorgenden niet hoe je een kunstgebit verzorgt.”

Weinig samenwerking

“Eén op de 3 ouderen heeft pijn aan het gebit en van de 75-plussers gaat 1 op de 5 niet naar de tandarts. Dat is dus een gigantische groep ouderen.” In haar werk komt Lies soms in aanraking met schrijnende gevallen, zoals mensen met een prothese van 50 jaar oud. “Een prothese moet je om de 6 à 7 jaar vervangen omdat een kaak slinkt, anders ontstaan er kaakklachten. Als je een aantal jaar dit soort gevallen tegenkomt, dan wil je er vanzelf wat aan gaan doen. Dus ging ik op internet zoeken naar beschikbare informatie. Ik kwam erachter dat er een richtlijn voor mondzorg bij ouderen bestaat, maar die is moeilijk te vinden en echt op professionals gericht. Verder zijn er allerlei initiatieven op het gebied van mondzorg waarvoor allemaal verschillende partijen verantwoordelijk zijn. Er is nog weinig samenwerking; dat zou verbeterd moeten worden. Zo vind ik dat elk verzorgingshuis met de richtlijn mondzorg bij ouderen zou moeten werken. Maar die richtlijn is in veel verzorgingshuizen helemaal niet bekend.” Voor ouderen zelf was er weinig informatie beschikbaar over mondzorg, dus besloot Lies een website te maken: www.mondzorgouderen.nl. Hierop staat veel praktische informatie, zoals foto’s van een schimmelinfectie die is ontstaan door een frame dat continu wordt gedragen. Verder vind je er hoe je een kunstgebit of frame verzorgt en hoe je je eigen tanden en kiezen verzorgt. “Gewoon hele simpele en praktische zaken.”

Gevolgen slechte mondgezondheid

Lies: “Of iemand een kunstgebit heeft of zijn eigen tanden en kiezen, belangrijk is dat de mondgezondheid goed is. Als de verzorging van de mond achterblijft kan dit grote gevolgen hebben. Niet goed kunnen kauwen kan bijvoorbeeld tot ondervoeding of spijsverteringsklachten leiden. Omdat mensen niet goed kunnen kauwen, kunnen ze te grote brokken inslikken en dat kan het spijsverteringsstelsel niet goed aan. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de bacteriën die in de mond zitten infecties kunnen overdragen op het hart. Ook kunnen diabetespatiënten door een slechte mondgezondheid een ontregelde bloedsuikerspiegel krijgen als zij infecties doormaken. Kijk bij een ontregelde bloedsuikerspiegel dus ook eens in de mond. De vereenzaming van ouderen als gevolg van een slechte mondgezondheid vind ik een groot probleem. Dat kan soms leiden tot schaamte en stress. Ouderen die niet goed kunnen eten omdat hun gebit klappert of omdat ze niet goed kunnen kauwen, willen soms niet meer in gezelschap van anderen eten. Dan blijven ze op hun eigen kamer in het verzorgingshuis in plaats van samen met anderen te eten. Ze vermijden het sociale contact, terwijl dat juist zo belangrijk is.”

Gezond en functioneel

“Vaak denken ouderen dat er heel veel moet gebeuren aan hun gebit, maar dat is lang niet altijd zo. Mijn streven is: als die mond maar gezond is, de persoon er blij mee is en als je ermee kunt eten. Je kunt het natuurlijk zo gek maken als je wilt. Hier in de praktijk kwam een mevrouw van 80-plus met een plaatje en nog twee tanden in haar mond. Dat plaatje liet steeds los, maar het kon haar eigenlijk niet zoveel schelen. We hebben toen dat plaatje en haar tanden vervangen door een kunstgebit. Onder had ze alleen nog maar een rij voortanden staan. Daar hebben we een frame geplaatst zodat er weer kiezen zaten om mee te kauwen. Uiteindelijk was ze er erg blij mee. Toen ze op controle kwam zei ze haar ondertanden toch wel wat minder mooi te vinden. Ze vroeg of we die konden bleken. Dan merk je dat het esthetische terugkeert. Ze was weer trots op haar gebit en wilde het graag nog mooier maken. Overigens hebben we haar tanden niet gebleekt.”

Affiniteit

Volgens Lies groeit het aantal initiatieven op het gebied van mondzorg bij ouderen. “Er zijn geriatrisch tandartsen die verzorgingshuizen voor hun rekening nemen. Hun beroepsgroep organiseert symposia over dit onderwerp. Ook kunnen tandartsassistenten vanaf volgend jaar een cursus over mondzorg bij ouderen volgen.” Toch ziet Lies dat het lastig is om de affiniteit met de doelgroep ouderen te vergroten. “Veel tandartsassistenten vinden kinderen veel leuker om te doen. Die zijn immers leuk en schattig. Of ze vinden het interessanter om zelfstandig handelingen te mogen verrichten. Een cursus mondzorg bij ouderen vinden ze gewoon minder interessant. Het behandelen van een oudere kost meer tijd omdat het complexer is. Het gebit van een kind of jongere is veel gemakkelijker. Ouderen zijn soms niet zo mobiel meer en vaak is er tijdens hun leven heel veel kunst- en vliegwerk in hun mond gezet. Dat is een gecompliceerde situatie om naar te kijken en vergt een complex plan om het weer gezond te krijgen.”

Thee met gebak

Wanneer Lies zelf cursussen mondverzorging geeft, probeert ze mensen te lokken door de cursus ergens aan te koppelen of tijdens theetijd voor een gebakje bij de thee te zorgen. “Als je eenmaal bezig bent, zie je dat ze het leuk vinden, gaan nadenken over hun eigen mondsituatie en vragen stellen. Ook verzorgenden die deelnemen aan een workshop zijn heel enthousiast. Maar het is moeilijk om mensen te motiveren om naar een les over mondzorg te gaan. Bij een verzorgingshuis vertelde een verzorger mij vorige week nog dat ze liever billen wast dan dat ze in de mond zit. Dus de interesse vanuit verzorgenden en ook vanuit de ouderen zelf om wat te leren over mondzorg, die is nog niet heel erg groot. Het is mijn belangrijkste doel om dat te verbeteren. Mondverzorging moet in de dagelijkse verzorgingsroutine worden ingebakken. Gebruik dus die opgeladen elektrische tandenborstel en laat hem niet achterin de kast staan.”

Rol praktijkondersteuner

Lies denkt dat er veel beter samengewerkt kan worden tussen de diverse zorgverleners. “Probeer als praktijkondersteuner in kaart te brengen welke tandartsenpraktijken in de buurt geriatrische tandartsenzorg leveren. Als je een oudere op je spreekuur krijgt en je ziet dat de mondhoeken kapot zijn, vraag dan eens hoe oud die prothese is. Of wanneer bent u voor het laatst bij de tandarts geweest? Mondzorg ouderen heeft een folder ontwikkeld voor ouderen waarin bijvoorbeeld staat welke vragen je moet stellen als je naar de tandarts gaat. Die folders kun je verspreiden op plekken waar ouderen veel komen, zoals fysiotherapeuten, manicures, pedicures, en kappers. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor de mondzorg. Als er een betere samenwerking is tussen alle beroepen, daar kan je zoveel winst uit halen. Kijk dus verder dan je eigen eiland.”

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2013, nummer 1

Literatuurverwijzingen: