Zullen we dansen?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Lees mee met de belevenissen van een collega praktijkverpleegkundige van het eerste uur. Petronella Hart, 47 jaar, werkt in diverse huisartsenpraktijken en heeft diabeteszorg, astma/COPD, HUZ en ouderenzorg in haar takenpakket.

Een jaar zo ongeveer bezoek ik haar nu. Ze is negentig-plus, heeft een inleunwoning van een plaatselijk zorgcentrum. Diagnose DM2, bij toeval ontdekt, een HbA1c van 16,8….

Die eerste keer trof ik een zwijgzame en passieve vrouw aan. Sinds een jaar weduwe, staat in de status. ‘Stil en weinig respons’, zette ik erbij. Maar naarmate ze beter ingesteld raakt, wordt ze alerter. Ze stelt verrassend pittige vragen, wil alles weten over diabetes en moet lachen om de term ‘type 2’. “Als ik nu nog niet oud genoeg ben voor ouderdomssuiker, weet ik het ook niet meer!”, zegt ze. Haar diabetes blijkt prima te reguleren. Mevrouw bloeit op van zwijgzaam naar spraakzaam en van verdrietig naar vrolijk. Ze wandelt elke dag voetje voor voetje achter de rollator door de binnentuin. Als ik haar bij het weggaan een keer vraag of ik nog iets kan doen, zegt ze: “Kind, ik zou wel willen dansen met je, dansen en springen, lekker gek doen.” Met haar vergroeide reumahanden in de mijne kijken we elkaar diep in de ogen en ik kan niets anders dan beamen hoe heerlijk dat zou zijn.

Op een dag wijst ze op een papieren rood-wit-blauw-vlaggetje, dat ze in haar schemerlamp heeft geprikt. “Van zijn laatste harinkie”. Ze oogt breekbaar en onzeker. Dan vertelt ze af en toe beelden van haar overleden man te zien. Ze ziet hem wel eens haarscherp in zijn stoel zitten en ook in de slaapkamer ziet ze hem liggen. “Gek hè?”, zegt ze, “zou ik gek worden of dement? Ik durf het niet te zeggen tegen de thuiszorg, straks moet ik in een tehuis.” Ik vraag haar of ze bang van de beelden is, maar dat ontkent ze stellig: “Nee, niet bang, ik weet ook wel dat hij dood is, ik was er zelf bij toen hij stierf. Maar toch zie ik hem soms.” Ik zeg haar dat ze zich de beelden herinnert, omdat ze zolang samen waren en dat ik het helemaal niet gek vind. Dat de beelden van haar man nog in haar hoofd zitten en nu er herinneringen loskomen, zij die voor zich ziet. Mijn: “Dat gebeurt wel vaker op uw leeftijd”, doet haar opgelucht lachen.

De griepprik aan haar geven, haar oren uitspuiten, de diabetescontroles bij haar doen; zij sluit mijn bezoek altijd af met haar uitnodiging tot dans of ander toneelspektakel. En ik? Ik zie soms de beelden levendig voor me hoe we dat samen doen.

Petronella Hart

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2007, nummer 2

Literatuurverwijzingen: