Opruiming

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Op mijn bellen bij het grote huis hoor ik lange tijd niets, vervolgens zie ik de vitrage bewegen en hoor ik geschuifel in de gang. Pas nadat drie sloten zijn ontgrendeld en een doos is weggezet, gaat de voordeur op een kier. Twee vragende bruine ogen kijken naar mij omhoog. Ik maak me bekend als de praktijkverpleegkundige van haar huisarts.
“Adoe”, zegt ze, “u zou toch 3 januari komen? U ben’ toch vaker gewees’?” De deur wijkt geen centimeter verder open terwijl de wind om me heen waait. Iets pittiger beaam ik, dat 3 januari vandaag is. Ze herhaalt nog een paar keer haar vraag en kijkt me ongelovig aan. Nog steeds in verwarring over de datum. Zo directief als ik maar kan, nodig ik mezelf binnen uit om de afgesproken visite te doen. Warempel, de deur gaat open en ze schuifelt mij voor naar de grote, lege woonkamer. Op een eenzame tafel ligt een briefje met daarop mijn naam en de afspraak van vandaag. Al wijzend zegt ze: “Kijk, ik wist dat u dan zou komen. Maar dat dat nu is, wist ik niet, want ik heb geen agenda.”

Ze is beter gaan eten. “Andijvie wel eens en een balletje gehak”, zegt ze op haar Indisch. Ze heeft geen kinderen, geen man meer, geen familie die haar bezoekt, geen vrienden. Eén keer per week komt er een mevrouw van de thuiszorg om bovenop de kast te stoffen. Ik meet haar bloeddruk en hartslag. Samen zoeken we haar antieke weegschaal. Ze is een paar kilo aangekomen en weegt nu 33 kg. Ik complimenteer haar.

Dan zegt ze: “Hier, ik ben aan het opruimen en dit boek mag u hebben.” Verwachtingsvol kijkt ze naar mijn reactie. Het is een boek met plaatjes uit 1920 over Bali. Het oogt als nieuw en ik vind het erg leuk, maar geef het haar terug. “Ik mag geen cadeaus aannemen, geeft u het maar aan… iemand anders.” “Tja, aan wie?”, flitst tegelijkertijd door me heen. Haar buurvrouw die de boodschappen doet wilde het ook niet hebben. “Ik ruim alles liever op, want straks als ik dood ben ruimt de gemeente mijn huis leeg, denk ik”, zegt ze en drukt het boek weer in mijn handen. Enigszins spijtig voelt het wel, maar ik kan het niet aannemen en leg het boek – haar niet meer aankijkend – op tafel.

We maken een nieuwe afspraak. Ik leg weer een briefje neer, noteer de waardes voor haar en schrijf erbij dat die goed zijn. Ondertussen schuifelt ze wat heen en weer. Bij het hartelijke afscheid vraagt ze of ik het oud papier voor haar wil meenemen. Natuurlijk. Bij de deur staat de kartonnen doos met een laagje oud papier, met bovenop het Balinese boek. Ik draai me om en voor ik kan reageren, zegt ze met twinkelende ogen: “Bedank’ hè?”

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2007, nummer 4

Literatuurverwijzingen: