Nat van het zweet

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Wat is erover bekend?

Het vocht dat we uitscheiden via de zweetklieren bestaat vooral uit water en zout en bevat stoffen met een antiseptische werking. Er bestaan twee soorten zweetklieren: eccriene en apocriene klieren. Eccriene klieren komen over het hele lichaam voor en zorgen dat de lichaamstemperatuur op peil blijft. Bij koorts en inspanning zorgen ze voor afkoeling en bij spanning en angst voor druppeltjes op het voorhoofd. Apocriene klieren zitten alleen op bepaalde delen van ons lichaam zoals de oksels, de anogenitale regio en de tepels. Deze klieren zorgen voor de zweetgeur. Het zweet krijgt pas een geur wanneer bacteriën op onze huid zich met het transpiratievocht vermengen. Het zweet uit deze klieren wordt de hele dag aangemaakt en nauwelijks beïnvloed door inspanning of emoties. De ene persoon zweet van nature meer dan de ander. Ook hoe we zweetgeuren van onszelf en anderen ervaren, verschilt per individu. In bepaalde fasen van ons leven zweten we anders of meer. Denk aan de puberteit en de overgang. Ook mensen met overgewicht zweten meer. Het is niet altijd duidelijk waarom sommige mensen last hebben van overmatig zweten. Slechts zelden is sprake van een onderliggende (ernstige) aandoening. Voorbeelden zijn schildklierproblemen, hypoglycemie bij diabetes mellitus, tbc en (nachtelijk) zweten bij kanker. Maar ook alcoholisme en het gebruik van bepaalde medicijnen zoals antidepressiva en rivastigmine (parkinson en dementie) kunnen voor overmatig zweten zorgen.

Wat kan ik voor de patiënt doen?

Patiënten hebben vaak zelf al veel geprobeerd. Je kunt dit samen nog eens doornemen: de huid wassen, zeep goed afspoelen en goed afdrogen. Ook het dragen van dagelijks schone, katoenen, wollen en zijden kleding en sokken in plaats van niet-ademende synthetische stoffen is aan te raden, net als leren schoenen, slippers en op blote voeten lopen. Van alle lokale antizweetproducten werkt een middel met een aluminiumzout het best. De vrij verkrijgbare middeltjes bevatten dit zout vaak in een lagere concentratie dan wat de huisarts voorschrijft. Ook zit er vaak alcohol in. Alcohol heeft een samentrekkende werking waardoor de zweetproductie (tijdelijk) vermindert. Wanneer de patiënt dit allemaal al geprobeerd heeft en/of je de oorzaak van hyperhidrosis niet vertrouwt, adviseer dan de patiënt om naar de huisarts te gaan. Die kijkt indien nodig naar onderliggende aandoeningen en kan bij hinderlijk overmatig zweten een aluminiumhoudende crème of oplossing in een sterkere dosering voorschrijven. Bij hardnekkige klachten kunnen onder andere botuline-injecties en operatief ingrijpen via de specialist nog uitkomst bieden.

Wat kan ik uitleggen?

Overmatig zweten is bijna altijd onschuldig, zeker wanneer de patiënt er vaker last van heeft. Er is zelden een onderliggende aandoening. Het kan hinderlijk zijn en het sociaal functioneren belemmeren. Adviezen kunnen helpen de klachten te verminderen. Bij onvoldoende effect of wanneer je denkt aan een onderliggend probleem, verwijs je de patiënt naar de huisarts.

Bladnaam:
Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2011, nummer 5

Literatuurverwijzingen:

1Eekhof JAH, Knuistingh Neven A, Verheij ThJM. Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Maarssen, 2010: Elsevier Gezondheidszorg.